Conclusie AG over de verwerping van het verweer dat het onjuist of onvolledig doen van aangifte omzetbelasting berustte op een fiscaal pleitbaar standpunt

Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2020, ECLI:NL:PHR:2020:493

Het eerste van de twee standpunten waarvan het hof heeft begrepen dat de verdachte in hoger beroep van opvatting is dat de pleitbaarheid ervan aan een veroordeling in de weg staat, komt kort gezegd erop neer dat sprake is van een overgang van een algemeenheid van goederen als bedoeld in art. 31 (oud) van de Wet op de Omzetbelasting 1968 (hierna: Wet OB) waardoor op grond van die bepaling wordt geacht geen levering plaats te vinden. Onder verwijzing naar de uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 7 maart 2017 in de fiscale zaak acht het hof dit standpunt niet pleitbaar. Het oordeel van het hof wordt in zoverre in cassatie niet bestreden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt overwegingen m.b.t. vrijwillige terugtred

Hoge Raad 19 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:895

Verdachte heeft bij echtgenoot tijdens zijn slaap een hoeveelheid insuline ingespoten. Ruim een dag daarna heeft zij het 112-alarmnummer opgebeld en bij het ambulancepersoneel verzwegen dat zij insuline had toegediend. Is hier sprake van vrijwillige terugtred?

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geslaagd art. 12 Sv beklag tegen bestuurder beleggingsfondsen: vervolging bevolen voor valsheid, verduistering en oplichting

Gerechtshof Amsterdam 20 april 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:1228

Naar aanleiding van klagers aangifte heeft er geen politieonderzoek plaatsgevonden, omdat klager volgens de officier van justitie nog civielrechtelijke mogelijkheden had en omdat er schaarse opsporingscapaciteit is bij de financiële recherche.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG over beroep op samenloopbepalingen, de in art. 56 lid 2 Sr voorziene gelijkstelling in geval van valsheid aan de voortgezette handeling

Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2020, ECLI:NL:PHR:2020:489

Het tweede middel bevat de klacht dat het hof het beroep van de verdediging op de samenloopbepalingen (art. 55 en 56 Sr) ten onrechte, althans op onbegrijpelijke en/of ontoereikende gronden heeft verworpen en aldus ten onrechte zowel de strafbepalingen inzake valsheid als die inzake het gebruikmaken van de voorwerpen ten opzichte waarvan de valsheid was gepleegd, heeft toegepast.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR oordeelt - anders dan AG - dat ook niet ten laste gelegde onjuiste aangiften betrokken kunnen worden bij de straftoemeting

Hoge Raad 19 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:896

Met betrekking tot de 23 niet in de tenlastelegging genoemde belastingaangiften heeft het hof vastgesteld dat niet is betwist dat deze aangiften onjuist waren. Voor zover de verdachte heeft betwist dat hij de 23 niet in de tenlastelegging genoemde onjuiste aangiften heeft laten indienen, heeft het hof deze betwisting “volstrekt ongeloofwaardig” geacht. Het hof heeft daarbij overwogen dat gebleken is van een structureel patroon met een omvangrijk karakter (over nagenoeg vier jaar, het merendeel van de in te dienen belastingaangiften). Ten slotte heeft het hof in aanmerking genomen dat de verdachte heeft erkend dat hij – kort samengevat – het ene gat met het andere vulde teneinde zijn bedrijf gaande te houden en dat daarom teneinde voldoende cashflow beschikbaar te hebben, de aangiftes omzetbelasting valselijk te laag werden gehouden.

Read More
Print Friendly and PDF ^