Conclusie AG over bestanddeel ‘indien aan hem te wijten is’ (art. 342 Sr)

Parket bij de Hoge Raad 7 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:342

Het bestanddeel ‘indien aan hem te wijten is’ brengt tot uitdrukking dat de individuele persoonlijke verantwoordelijkheid maatgevend is. Het voert evenwel te ver de strafrechtelijke aansprakelijkheid in dit opzicht beperkt te achten tot bestuurders die op grond van een interne taakverdeling binnen de vennootschap daadwerkelijk verantwoordelijk zijn voor de financiën en administratie. De interne taakverdeling laat immers onverlet dat van de overige bestuurders kan worden gevergd voldoende toezicht te houden op collega-bestuurders die met die bijzondere verantwoordelijkheid zijn belast. De vraag of aan dit bestanddeel is voldaan is afhankelijk van de omstandigheden van het geval.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Wanneer is sprake van een voltooide diefstal?

Parket bij de Hoge Raad 14 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:378

Het middel houdt in dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat sprake is van een (voltooide) diefstal van sigaretten. De verdachte had nog niet de feitelijke heerschappij daarover omdat hij en de sigaretten zich nog in de winkel bevonden. Het wegnemen van de sigaretten uit een kantoorruimte, een voor het publiek verboden gedeelte van de winkel, maakt dat er gepoogd wordt die sigaretten weg te nemen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verbod Bandidos Holland betekent niet ook een verbod van de lokale Nederlandse chapters

Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:797

Lokale Nederlandse chapters vallen niet onder het verbod van Bandidos Motorcycle Club (BMC) Holland. Dat heeft de Hoge Raad vandaag geoordeeld. Bovendien heeft het OM niet aannemelijk gemaakt dat een wereldwijde Bandidos-organisatie bestaat.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Middel over het bewijs van het medeplegen eenvoudige bankbreuk (art. 340 (oud) Sr)

Parket bij de Hoge Raad 7 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:343

Read More
Print Friendly and PDF ^

HvJ EU: Lidstaten moeten vonnis uit andere lidstaat erkennen waarbij vrijheidsstraf is opgeschort op voorwaarde van goed gedrag

HvJ EU 26 maart 2020, C-2/19 (A.P.)

De verplichting om geen nieuw strafbaar feit te plegen valt onder het begrip “instructies betreffende het gedrag” van het EU-kaderbesluit inzake proeftijd en alternatieve straffen. Het geldt als een door het kaderbesluit erkende proeftijdvoorwaarde die de opschorting van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf rechtvaardigt. De lidstaten moeten elkaars vonnissen waarin zo’n proefvoorwaarde is opgenomen, erkennen. Dat is het antwoord van het EU-Hof op vragen van de hoogste Estse rechter.

Read More
Print Friendly and PDF ^