OM-cassatie over toepassing art. 9a Sr. Strafreductie met 100% op grond van de schending van de redelijke termijn onbegrijpelijk?

Hoge Raad 16 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1944

Anders dan het middel betoogt is 's Hofs toepassing van art. 9a Sr toereikend gemotiveerd. Gelet op al hetgeen waarop het Hof acht heeft geslagen, waaronder de omstandigheid dat ten tijde van het bestreden arrest de gehele procedure ruim zes jaren bestreek, doet aan de begrijpelijkheid van die beslissing niet af dat volgens het middel de redelijke termijn in eerste aanleg niet met drie jaren, zoals het Hof heeft vastgesteld, maar met twee jaren en drie maanden is overschreden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hadden inbeslaggenomen stukken en vastgelegde gegevens, waaronder geheimhoudersstukken, met toepassing van art. 98 Sv ter beslissing aan RC moeten worden voorgelegd?

Hoge Raad 16 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1960

Het middel keert zich tegen de ongegrondverklaring van het beklag door de Rechtbank en in het bijzonder tegen de verwerping van klaagsters stelling dat de inbeslaggenomen stukken en de vastgelegde gegevens, waaronder zich geheimhoudersstukken bevinden, ten onrechte niet met toepassing van art. 98 Sv ter beslissing aan de Rechter-Commissaris zijn voorgelegd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt overwegingen m.b.t. voorwaarden voor gebruik van redengevende f&o voor bewezenverklaring, die niet in b.m. zijn vermeld

Hoge Raad 16 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1958

Het tweede middel klaagt onder meer dat de bewezenverklaring van feit 3 niet uit de gebezigde bewijsvoering kan worden afgeleid. Het middel voert daartoe onder meer aan dat de bewezenverklaring van het opzettelijk onvolledig laten doen van de aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2008 door zijn belastingadviseur, door het Hof onvoldoende met redenen is omkleed.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Gevolgen vernietiging strafzaak voor beslissing ontnemingszaak

Hoge Raad 14 april 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZD1016 (gepubliceerd op 17 oktober 2018)

Ingevolge het vierde lid van art. 557 Sv kan een uitspraak op een vordering van het openbaar ministerie, als bedoeld in art. 36e Sr, immers eerst worden tenuitvoergelegd nadat en voorzover de veroordeling, als bedoeld in art. 36e, eerste lid, Sr, in kracht van gewijsde is gegaan, terwijl ingevolge art. 511i Sv een uitspraak op een vordering van het openbaar ministerie als bedoeld in art. 36e Sr van rechtswege vervalt doordat en voorzover de uitspraak als gevolg waarvan de veroordeling van de verdachte, als bedoeld in art. 36e, eerste lid, Sr, achterwege blijft, in kracht van gewijsde gaat.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Beslag woonhuis klaagster i.h.k.v. strafzaak tegen echtgenoot voor gewoontewitwassen: HR herhaalt overwegingen situatie waarin beslag rust op inbeslaggenomen voorwerp en derde teruggave verzoekt

Hoge Raad 16 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1952

Bij de beoordeling van het middel moet worden vooropgesteld dat de rechter in een geval als het onderhavige, waarin op de voet van art. 94a Sv beslag rust op het inbeslaggenomen voorwerp en een derde in een beklagprocedure op de voet van art. 552a Sv om teruggave verzoekt, als maatstaf moet aanleggen of zich het geval voordoet dat buiten redelijke twijfel is dat die derde als eigenaar van dat inbeslaggenomen voorwerp moet worden aangemerkt en daarvan in zijn beslissing blijk moet geven. Indien die derde als eigenaar wordt aangemerkt, zal de rechter tevens moeten onderzoeken, en daarvan blijk moeten geven, of zich de situatie van art. 94a, vierde of vijfde lid, Sv voordoet.

Read More
Print Friendly and PDF ^