Voldoende duidelijke feitelijke betekenis van de woorden “wederrechtelijk zich heeft toegeëigend”?
/Hoge Raad 24 oktober 1989, ECLI:NL:HR:1989:ZC8253
De telastelegging voldoet aan de vereisten van art. 261 Sv. Met name de daarin voorkomende woorden "wederrechtelijk zich heeft toegeëigend" hebben voldoende duidelijke feitelijke betekenis, te weten het zonder daartoe gerechtigd te zijn als heer en meester over eens anders goed beschikken.
Read More