Voldoende duidelijke feitelijke betekenis van de woorden “wederrechtelijk zich heeft toegeëigend”?

Hoge Raad 24 oktober 1989, ECLI:NL:HR:1989:ZC8253

De telastelegging voldoet aan de vereisten van art. 261 Sv. Met name de daarin voorkomende woorden "wederrechtelijk zich heeft toegeëigend" hebben voldoende duidelijke feitelijke betekenis, te weten het zonder daartoe gerechtigd te zijn als heer en meester over eens anders goed beschikken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Niet-ontvankelijkheid OM nu toezegging dat verdachte de vergoeding van de schade aan de b.p. in termijnen mocht betalen achteraf onjuist bleek?

Hoge Raad 17 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2642

Het middel klaagt dat het Hof het verweer dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging van de verdachte heeft verworpen op gronden die deze verwerping niet kunnen dragen. Daartoe wordt aangevoerd dat de verdachte aan de desbetreffende kennisgeving het gerechtvaardigd vertrouwen mocht ontlenen dat hij niet zou worden vervolgd, nu betaling in termijnen niet mogelijk bleek.
 

Read More
Print Friendly and PDF ^

Miskenning terugwijzingspdracht HR?

Hoge Raad 17 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2643

Het middel klaagt dat het Hof de door de Hoge Raad gegeven terugwijzingsopdracht heeft miskend. Bij de beoordeling van het middel moet worden vooropgesteld dat de rechter naar wie de Hoge Raad na (partiële) vernietiging van een uitspraak de zaak heeft verwezen of teruggewezen, gebonden is aan de door de Hoge Raad gegeven beslissing.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Beletten handeling door ambtenaar belast met toezicht. HR over uitleg begrip beletten a.b.i. art. 184 Sr.

Hoge Raad 17 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2634

Het middel klaagt dat het hof een onjuiste uitleg heeft gegeven aan het begrip 'beletten' als bedoeld in art. 184 Sr, althans dat de bewezenverklaring in zoverre ontoereikend is gemotiveerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR: besturen personenauto door ander ten tijde van overtreding staat niet in de weg aan veroordeling terzake van art. 181 WVW

Hoge Raad 17 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2632

Het middel klaagt dat de in hoger beroep gegeven vrijspraak berust op een onjuiste rechtsopvatting over het bepaalde in artikel 181, derde lid, Wegenverkeerswet 1994, althans dat deze vrijspraak onbegrijpelijk is gemotiveerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^