Voortgezette handeling valsheid in geschrift & oplichting?
/Hoge Raad 4 december 1990, ECLI:NL:HR:1990:ZC8648
Aangevoerd wordt dat het Hof ten onrechte en op onjuiste gronden heeft verworpen het namens verdachte gevoerde verweer, dat beide feiten als eén voortgezette handeling in de zin van art. 56 Sr zouden moeten worden beschouwd: Het Hof heeft deze stelling namelijk slechts afgewezen met een beroep op het tijdsverschil tussen beide feiten, maar dit is volgens het in middel onder a gestelde onvoldoende.
Read More