Procesafspraken overgenomen door hof: feitelijk leidinggever heeft zich meermalen schuldig gemaakt aan medeplegen van opzettelijk voorhanden hebben van accijnsgoederen en medeplegen valsheid

Gerechtshof Amsterdam 2 mei 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:1032

Het hof beoordeelt of de procesafspraken zullen worden overgenomen. Voor het overnemen van de procesafspraken kijkt het hof niet alleen of zij bijdragen aan het verkorten van de procedure en het efficiënter en effectiever afdoen van de zaak waar de afspraken op zien, maar ook of de overeengekomen afspraken voor de beëindiging van de zaak redelijk en passend zijn. Het hof meent dat dat het geval is en neemt daarbij (mede) in aanmerking het langdurige tijdsverloop tot op heden – de redelijke termijn is in eerste aanleg met 50 maanden overschreden en is in hoger beroep ten tijde van het doen van onderhavige uitspraak met 41 maanden overschreden – en de nog te verwachten tijdsduur bij voortzetting van de procedure, te weten een nog te bepalen nadere regiezitting, het (bij toewijzing van de verzoeken daartoe) horen van getuigen en een nog te bepalen inhoudelijke behandeling, en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verdachte heeft zich als feitelijk leidinggevende van twee ondernemingen schuldig gemaakt aan valsheid in geschrifte en het niet of onjuist doen van aangifte omzetbelasting

Rechtbank Rotterdam 31 maart 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:2788

Op basis van het dossier kan worden vastgesteld dat de in de tenlastelegging opgenomen aangiften omzetbelasting van bedrijf01 en bedrijf02 opzettelijk onjuist dan wel niet zijn ingediend. Tevens kan worden gesteld dat deze gedragingen aan de rechtspersonen kunnen worden toegerekend, nu het doen van aangiften omzetbelasting binnen de normale bedrijfsvoering van een onderneming plaatsvindt. De vraag is of de verdachte als opdrachtgever dan wel feitelijk leidinggever verantwoordelijk kan worden gehouden voor deze gedragingen van deze rechtspersonen. Dat de verdachte geen aandeelhouder/bestuurder was van deze rechtspersonen staat er niet aan in de weg om als feitelijk leidinggever te worden aangemerkt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak BTW-carrouselfraude: Niet kan worden vastgesteld dat in de handelsketen sprake was van fraude

Gerechtshof Amsterdam 23 maart 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:795

Naar het oordeel van het hof kan op basis van het voorgaande niet met een voor strafrechtelijke veroordeling voldoende mate van zekerheid vastgesteld worden dat bedrijf 3 betrokken is geweest bij BTW-fraude in de handelsketen met BV. Het hof kan ten aanzien van de drie afnemers dus niet vaststellen dat in de handelsketen met BV sprake was van fraude. Dat brengt met zich dat niet kan worden vastgesteld dat BV ten onrechte het nul-tarief heeft toegepast bij de aangiften omzetbelasting als tenlastegelegd. De verdachte dient derhalve integraal te worden vrijgesproken van het onder feit 1 tenlastegelegde.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling instelling voor geestelijke gezondheidszorg wegens dood door schuld

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 22 maart 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:944

Met de advocaat-generaal is het hof, gelet op de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden, van oordeel dat de verdachte kon beschikken of de gedragingen al dan niet zouden plaatsvinden en dat zij niet die zorg heeft betracht die in redelijkheid van de verdachte kon en mocht worden gevergd met het oog op het voorkomen van de verweten gedragingen. In zoverre heeft verdachte die gedragingen ook aanvaard.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak omkoping: geen sprake van causaal verband tussen opdrachtverleningen en betaalde geldbedragen

Gerechtshof Den Haag 24 februari 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:296

Voor een bewezenverklaring van het onder 3 tenlastegelegde moet worden vastgesteld dat medeverdachte 3 aan de verdachte het geldbedrag heeft betaald teneinde hem werkzaamheden te gunnen binnen de stichting; er moet anders gezegd een causaal verband bestaan tussen opdrachtverleningen aan medeverdachte 3 binnen de stichting en betalingen van de geldbedragen aan de verdachte. Het hof heeft op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet de overtuiging bekomen dat bedragen betaald zijn met de bedoeling de verdachte om te kopen. Niet ter discussie staan de door medeverdachte 3 aan de verdachte betaalde bedragen, maar uit het dossier komt niet het beeld naar voren dat deze betalingen zijn verricht met het oogmerk bepaalde opdrachten te verkrijgen.

Read More
Print Friendly and PDF ^