Veroordeling zwartspaarder: Overwegingen over redelijk vermoeden van schuld, zwijgrecht bij samenloop fiscale en strafzaak, gerechtvaardigd vermoeden witwassen en overmacht in de zin van noodtoestand
/Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 11 februari 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:404
Uit het dossier komt naar voren dat de verdachte op 10 oktober 2013 een verklaring heeft gedaan van vrijwillige verbetering van buitenlands vermogen op rekeningen bij de bank BNP Paribas in Luxemburg over de jaren 2001 tot en met 2012, teneinde gebruik te kunnen maken van de inkeerregeling. De Belastingdienst heeft de verdachte naar aanleiding hiervan vragen gesteld die door de verdachte zijn beantwoord. De rekeningen zijn door de verdachte geopend in 1993, 1999 en 2006 en alle stortingen zijn verricht vóór 1 januari 2001. Over de herkomst heeft de verdachte verklaard dat zij in de periode 1985 tot 1991 deelbedragen van het vermogen van haar grootmoeder heeft ontvangen en deze bedragen heeft geïnvesteerd in aandelen, spaarbrieven en andere waardepapieren. In deze periode heeft zij met dit beginkapitaal van haar oma vooral in Duitsland gespeculeerd met aandelen, heeft zij pandbrieven aangekocht en verkocht en hieruit winst genoten.
Read More