Veroordeling wegens organiseren illegale lotto en kansspelen

Gerechtshof Amsterdam 6 juni 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:2142

De verdachte heeft samen met anderen gedurende twee jaar twee illegale gokspelen georganiseerd en gedurende één jaar een illegale lotto. De werkzaamheden en rolverdeling ter zake van de illegale lotto waren zelfs op zo’n wijze ingericht dat gesproken kan worden van een criminele organisatie waarvan de verdachte - als organisator van het spel - kan worden aangemerkt als de leider. Dat de verdachte in de illegale lotto niet de rol had van organisator maar van administrateur, zoals de verdediging bij wijze van een strafmaatverweer heeft aangevoerd, is onvoldoende uit het dossier gebleken.

Bewezenverklaring

  1. medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 1 van de Wet op de kansspelen, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd.
  2. als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Strafoplegging

Het hof veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 150 uren.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^

Voorwaardelijke gevangenisstraffen voor arts en alternatief genezer

Het hof heeft vandaag een 55-jarige arts/acupuncturist en een 73-jarige natuurgeneeskundige veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van respectievelijk 8 en 4 maanden met een proeftijd van 2 jaren. De straf werd opgelegd voor hun betrokkenheid bij het overlijden van een 52-jarige vrouw. De vrouw overleed in maart 2011 aan borstkanker.

Veroorzaken zwaar lichamelijk letsel

Het hof acht bewezen dat de arts/acupuncturist en de natuurgeneeskundige zwaar lichamelijk letsel hebben veroorzaakt bij de vrouw. Hierdoor namen onder meer de genezingskans en levensverwachting aanzienlijk af en  namen de pijnklachten ernstig toe.

De kern van het verwijt bij beiden is dat zij, terwijl zij wisten of konden vermoeden dat de vrouw aan kanker leed, haar hebben bevestigd en versterkt in haar afkeer van de reguliere geneeskunst. Zij hebben haar actief ontraden zich in het reguliere medische circuit te laten onderzoeken en behandelen.

Het aan de arts/acupuncturist gemaakte verwijt is zwaarder, omdat hij in strijd met de voor artsen geldende gedragsregels onvoldoende afstand tot de vrouw heeft gehouden en daardoor heeft nagelaten de regie te nemen. Hij wordt mede verantwoordelijk gehouden voor de dodelijke afloop.

Strafmaat

De rechtbank had eerder voorwaardelijke straffen opgelegd met een proeftijd van 5 jaren. Zowel de verdachten als het OM hadden hoger beroep ingesteld.

Het OM eiste in hoger beroep respectievelijk 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, en  24 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 10 jaren.

Het OM eiste bovendien, als bijzondere voorwaarde, dat beide verdachten gedurende de proeftijd geen handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg meer mogen verrichten.

Het hof heeft die zeer ver strekkende bijzondere voorwaarde niet opgelegd omdat het hof de kans op herhaling gering acht.  Een langere proeftijd dan twee jaren is volgens de toen geldende wet niet mogelijk. Beide verdachten zijn niet eerder met politie en justitie in aanraking geweest en hebben 25 jaren zonder problemen hun beroep uitgeoefend. Bovendien is de arts/acupuncturist inmiddels ook tuchtrechtelijk veroordeeld, waarbij hem het recht is ontzegd de geneeskunst uit te oefenen.

Print Friendly and PDF ^

Hof legt 28 maanden gevangenisstraf op voor o.a. oplichting van beleggers en bedrieglijke bankbreuk

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 11 december 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:5206

Verdachte heeft een groot aantal personen in de periode van januari 2005 tot en met oktober 2008 bewogen om hun vermogen te beleggen, waarbij hij hen voorspiegelde dat zij hun inleg gegarandeerd terug zouden krijgen. Daarna heeft hij valse beleggingsoverzichten gemaakt, waarmee hij de schijn wekte dat het geld op behoorlijke wijze was belegd. Inleggelden werden niet belegd maar onder meer vergokt. Van de totale inzet van ruim 2,2 miljoen euro was er, op het moment dat verdachte op eigen verzoek failliet werd verklaard, nagenoeg niets meer over. De inleggelden gingen in één grote pot. Met geld vanuit die pot heeft verdachte sieraden gekocht, welke sieraden hij kort voor het faillissement heeft verkocht, hetgeen hij tegenover de curator heeft verzwegen. Op die manier heeft verdachte geprobeerd de opbrengst van deze sieraden buiten bereik van zijn schuldeisers te houden. Voorts heeft hij geen fatsoenlijke boekhouding bijgehouden van wat er met de ingelegde geldbedragen is gebeurd.

Verdachte heeft jarenlang misbruik gemaakt van het vertrouwen dat hij genoot bij de diverse beleggers. Vele gedupeerden zijn door zijn handelen grote geldbedragen kwijtgeraakt en in geldnood gekomen. Verdachte schroomde er zelfs niet voor om beleggers te adviseren een tweede hypotheek af te sluiten en het daarmee verkregen bedrag ter belegging aan hem over te dragen. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof gebleken dat verdachte tegenover zijn slachtoffers tot op heden geen enkel teken van berouw heeft getoond.

Eendaadse samenloop?

Van eendaadse samenloop van de feiten 1 en 2, zoals door de verdediging bepleit, is naar het oordeel van het hof geen sprake. De strafbaarstellingen van de artikelen 326 (tegengaan van bedrog) ) respectievelijk 225 (bescherming openbaar vertrouwen en voorkoming van mogelijk nadeel), van het Wetboek van Strafrecht, beogen andersoortige belangen te beschermen en kunnen naast elkaar worden tenlastegelegd. Daarbij komt dat het in het onder 1 bewezenverklaarde gaat om het gebruik maken van valselijk opgemaakte overzichten en in het onder 2 bewezenverklaarde om het opmaken van die overzichten.

Bewezenverklaring

    • 1 primair: oplichting, meermalen gepleegd.
    • 2: valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.
    • 3. bedrieglijke bankbreuk, meermalen gepleegd.

Benadeelde partijen, waaronder curator, niet-ontvankelijk ivm faillissement verdachte

Naar het oordeel van het hof staat artikel 26 Faillissementswet aan indiening van een civiele vordering als benadeelde partij bij de strafrechter jegens een gefailleerde in de weg: een benadeelde partij dient zich dan tot de curator te wenden. In de onderhavige zaak is vastgesteld dat verzoeker op 7 oktober 2008 persoonlijk failliet is verklaard. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat dit faillissement niet is opgeheven. De benadeelde partijen kunnen daarom niet in hun vorderingen worden ontvangen. Dit geldt evenzeer voor de curator, die zich namens de gezamenlijke schuldeisers in het faillissement van verdachte heeft gevoegd.

Het hof zal de benadeelde partijen daarom niet-ontvankelijk verklaren in hun vorderingen.

Strafoplegging

Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 28 maanden.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan witwassen door haar bankrekening aan een ander ter beschikking te stellen, voor die ander geld van die bankrekening op te nemen alsmede daarvoor beloningen te ontvangen

Gerechtshof Den Haag 26 juni 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:3852

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: zij in of omstreeks de periode van 13 februari 2013 tot en met 10 juli 2013, te 's-Gravenhage, althans in Nederland, een voorwerp, te weten één of meerdere geldbedrag(en), heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten één of meerdere geldbedrag(en), gebruik heeft gemaakt, terwijl zij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.

Ter terechtzitting in hoger beroep is door de raadsman betoogd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Daartoe heeft hij aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat het geld dat op de rekening van zijn cliënte is gestort afkomstig is uit enig misdrijf en er derhalve geen sprake kan zijn van witwassen. Volgens vaste jurisprudentie levert de enkele omstandigheid dat iemand zich in strijd met de waarheid voordoet als bonafide verkoper niet op het aannemen van een valse hoedanigheid noch een listige kunstgreep in de zin van artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht. Hiervoor zijn bijkomende omstandigheden vereist. Voorts kan het enkele niet leveren van een tegenprestatie na het ontvangen van de koopsom geen verduistering dan wel oplichting opleveren.

Het hof overweegt als volgt.

Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat zij haar bankrekening aan een ander, die zij aanduidt als medeverdachte, ter beschikking heeft gesteld en daarvoor geld heeft gekregen. Ook heeft zij regelmatig bedragen opgenomen voor deze medeverdachte. Voorts heeft de verdachte verklaard dat zij op enig moment door had dat er op haar rekening geld door voor haar onbekende mensen werd gestort met als bijschrift een merk en type mobiele telefoon(s) en toen wist dat ‘het niet goed zat’, maar desalniettemin door is gegaan met geld opnemen, dit overdragen aan medeverdachte en een deel daarvan als betaling voor het ter beschikking stellen van haar bankrekening aannemen.

Aangever 1 heeft tegenover de politie verklaard dat zij op 22 maart 2013 via internet een iPhone voor € 250,- heeft besteld en daartoe geld heeft overgemaakt naar rekeningnummer op naam van medeverdachte 2. Deze telefoon is nooit geleverd. De advertentie van de telefoon stond op de website www.aanbod.be waarbij als adres van de aanbieder genoemd werd een adres te Den Haag. Aanbieder maakte gebruik van onder meer het e-mailadres.

Aangever 2 heeft tegenover de politie verklaard dat zij naar aanleiding van een advertentie opwww.aanbod.be op 26 maart 2013 vier iPhones heeft besteld en daartoe op 29 maart 2013 € 1.000,- heeft overgemaakt op rekeningnummer op naam van medeverdachte 3. Voorafgaand aan de bestelling heeft zij veelvuldig mailverkeer gehad met een zekere medeverdachte 2 die mailde vanaf het adres e-mailadres. Ook deze bestelling is nooit geleverd.

Voornoemde betalingen zijn, zo blijkt uit de zich in het dossier bevindende rekeningafschriften, op de rekening van verdachte binnengekomen.

Het hof acht bewezen dat deze bedragen van misdrijf – te weten oplichting - afkomstig zijn, gelet op de navolgende omstandigheden:

  • de aanbieder heeft een verkoopadvertentie geplaatst op www.aanbod.be en zodoende bezoekers van die website uitgenodigd om met hem in contact te treden teneinde een koopovereenkomst te sluiten;
  • de aanbieder heeft zich daarbij gepresenteerd onder een normale eigennaam en daarbij een adres genoemd – welk adres blijkens het dossier niet gekoppeld kan worden aan de door aanbieder opgegeven naam - en voorts gebruik gemaakt van e-mailadressen die bij de door aanbieder opgegeven naam passen;
  • de aanbieder heeft via de e-mailadressen gecorrespondeerd met de potentiele kopers om tot overeenstemming te komen over de prijs voor de te leveren goederen alsmede in die correspondentie doen voorkomen alsof hij de beschikking had over een voorraad Apple producten terwijl van een dergelijke voorraad niet is gebleken;
  • aangevers hebben de overeengekomen bedragen overgemaakt op de bankrekening van de verdachte die is opgegeven door de aanbieder, als ware het een bankrekening (van het bedrijf)van de aanbieder;
  • de aanbieder heeft vervolgens de door aangevers bestelde goederen niet geleverd.

Het hof overweegt dat op grond van het bovenstaande vast is komen te staan dat er sprake is geweest van het aannemen van een valse hoedanigheid door aanbieder in de zin van artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht waardoor aangevers zijn bewogen tot afgifte van - in dit geval - een geldbedrag.

Uit de rechtspraak kan weliswaar worden afgeleid dat niet elke vorm van bewust oneerlijk zaken doen onder het strafrecht dient te worden gebracht. Naar ’s hofs oordeel heeft de aanbieder echter in het onderhavige geval door onder een valse naam te handelen en gebruik te maken van een bij de transactie niet betrokken derde kennelijk opzettelijk willen voorkomen dat aangevers via de civielrechtelijke weg verhaal zouden kunnen halen.

Doordat het geld gestort is op een op verdachtes naam gestelde rekening en zij hiervan geld, waarvan zij blijkens haar eigen verklaring wist dat ‘het niet goed zat’, heeft opgenomen, waarbij ze een deel heeft overgedragen alsmede van een deel gebruik heeft gemaakt, kan naar het oordeel van het hof wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen.

Bewezenverklaring

Witwassen, meermalen gepleegd.

Strafoplegging

Het hof veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 30 uur en voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 2 weken.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^

Verdachte en zijn mededader hebben niet voldaan aan administratieverplichting en zij hebben een deel van de inventaris aan de failliete onderneming onttrokken

Gerechtshof Den Haag 19 november 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:3849

De verdachte en zijn mededader hebben niet voldaan aan de verplichting om de administratie van hun onderneming te blijven voeren. Voorts hebben de verdachte en zijn mededader een deel van de inventaris aan de failliete onderneming onttrokken, waardoor deze buiten het beheer van de curator werd gehouden. Daardoor hebben zij de afwikkeling van het faillissement bemoeilijkt en andere crediteuren van de onderneming benadeeld. De verdachte heeft zich voorts meermalen schuldig gemaakt aan diverse vormen van valsheid in geschrift. De verdachte heeft samen met een ander op verschillende adressen ook hennepplanten aanwezig gehad. Tenslotte heeft de verdachte samen met een ander getracht een getuige te beïnvloeden.

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het bij dagvaarding I onder 1 tot en met 6 en het bij dagvaarding II ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Voorts is de opheffing van het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis bevolen en is beslist op de vordering van de benadeelde partij, zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.

De verdachte heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Bewezenverklaring

  • Dagvaarding I onder 1: Bedrieglijke bankbreuk, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij tezamen en in vereniging met een ander feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedragingen.
  • Dagvaarding I onder 2: Valsheid in geschrift.
  • Dagvaarding I onder 3: Opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd.
  • Dagvaarding I onder 4: Opzettelijk een geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, voorhanden hebben, terwijl hij weet dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd.
  • Dagvaarding I onder 5: Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.
  • Dagvaarding II: Medeplegen van opzettelijk bij geschrift zich jegens een persoon uiten, kennelijk om diens vrijheid naar waarheid of geweten ten overstaan van een rechter een verklaring af te leggen te beïnvloeden, terwijl hij weet dat die verklaring zal worden afgelegd.

Strafoplegging

Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 (veertien) maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijke met een proeftijd van 2 jaar.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^