Hof legt 28 maanden gevangenisstraf op voor o.a. oplichting van beleggers en bedrieglijke bankbreuk

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 11 december 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:5206

Verdachte heeft een groot aantal personen in de periode van januari 2005 tot en met oktober 2008 bewogen om hun vermogen te beleggen, waarbij hij hen voorspiegelde dat zij hun inleg gegarandeerd terug zouden krijgen. Daarna heeft hij valse beleggingsoverzichten gemaakt, waarmee hij de schijn wekte dat het geld op behoorlijke wijze was belegd. Inleggelden werden niet belegd maar onder meer vergokt. Van de totale inzet van ruim 2,2 miljoen euro was er, op het moment dat verdachte op eigen verzoek failliet werd verklaard, nagenoeg niets meer over. De inleggelden gingen in één grote pot. Met geld vanuit die pot heeft verdachte sieraden gekocht, welke sieraden hij kort voor het faillissement heeft verkocht, hetgeen hij tegenover de curator heeft verzwegen. Op die manier heeft verdachte geprobeerd de opbrengst van deze sieraden buiten bereik van zijn schuldeisers te houden. Voorts heeft hij geen fatsoenlijke boekhouding bijgehouden van wat er met de ingelegde geldbedragen is gebeurd.

Verdachte heeft jarenlang misbruik gemaakt van het vertrouwen dat hij genoot bij de diverse beleggers. Vele gedupeerden zijn door zijn handelen grote geldbedragen kwijtgeraakt en in geldnood gekomen. Verdachte schroomde er zelfs niet voor om beleggers te adviseren een tweede hypotheek af te sluiten en het daarmee verkregen bedrag ter belegging aan hem over te dragen. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof gebleken dat verdachte tegenover zijn slachtoffers tot op heden geen enkel teken van berouw heeft getoond.

Eendaadse samenloop?

Van eendaadse samenloop van de feiten 1 en 2, zoals door de verdediging bepleit, is naar het oordeel van het hof geen sprake. De strafbaarstellingen van de artikelen 326 (tegengaan van bedrog) ) respectievelijk 225 (bescherming openbaar vertrouwen en voorkoming van mogelijk nadeel), van het Wetboek van Strafrecht, beogen andersoortige belangen te beschermen en kunnen naast elkaar worden tenlastegelegd. Daarbij komt dat het in het onder 1 bewezenverklaarde gaat om het gebruik maken van valselijk opgemaakte overzichten en in het onder 2 bewezenverklaarde om het opmaken van die overzichten.

Bewezenverklaring

    • 1 primair: oplichting, meermalen gepleegd.
    • 2: valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.
    • 3. bedrieglijke bankbreuk, meermalen gepleegd.

Benadeelde partijen, waaronder curator, niet-ontvankelijk ivm faillissement verdachte

Naar het oordeel van het hof staat artikel 26 Faillissementswet aan indiening van een civiele vordering als benadeelde partij bij de strafrechter jegens een gefailleerde in de weg: een benadeelde partij dient zich dan tot de curator te wenden. In de onderhavige zaak is vastgesteld dat verzoeker op 7 oktober 2008 persoonlijk failliet is verklaard. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat dit faillissement niet is opgeheven. De benadeelde partijen kunnen daarom niet in hun vorderingen worden ontvangen. Dit geldt evenzeer voor de curator, die zich namens de gezamenlijke schuldeisers in het faillissement van verdachte heeft gevoegd.

Het hof zal de benadeelde partijen daarom niet-ontvankelijk verklaren in hun vorderingen.

Strafoplegging

Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 28 maanden.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF