Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan witwassen door haar bankrekening aan een ander ter beschikking te stellen, voor die ander geld van die bankrekening op te nemen alsmede daarvoor beloningen te ontvangen

Gerechtshof Den Haag 26 juni 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:3852

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: zij in of omstreeks de periode van 13 februari 2013 tot en met 10 juli 2013, te 's-Gravenhage, althans in Nederland, een voorwerp, te weten één of meerdere geldbedrag(en), heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten één of meerdere geldbedrag(en), gebruik heeft gemaakt, terwijl zij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.

Ter terechtzitting in hoger beroep is door de raadsman betoogd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Daartoe heeft hij aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat het geld dat op de rekening van zijn cliënte is gestort afkomstig is uit enig misdrijf en er derhalve geen sprake kan zijn van witwassen. Volgens vaste jurisprudentie levert de enkele omstandigheid dat iemand zich in strijd met de waarheid voordoet als bonafide verkoper niet op het aannemen van een valse hoedanigheid noch een listige kunstgreep in de zin van artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht. Hiervoor zijn bijkomende omstandigheden vereist. Voorts kan het enkele niet leveren van een tegenprestatie na het ontvangen van de koopsom geen verduistering dan wel oplichting opleveren.

Het hof overweegt als volgt.

Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat zij haar bankrekening aan een ander, die zij aanduidt als medeverdachte, ter beschikking heeft gesteld en daarvoor geld heeft gekregen. Ook heeft zij regelmatig bedragen opgenomen voor deze medeverdachte. Voorts heeft de verdachte verklaard dat zij op enig moment door had dat er op haar rekening geld door voor haar onbekende mensen werd gestort met als bijschrift een merk en type mobiele telefoon(s) en toen wist dat ‘het niet goed zat’, maar desalniettemin door is gegaan met geld opnemen, dit overdragen aan medeverdachte en een deel daarvan als betaling voor het ter beschikking stellen van haar bankrekening aannemen.

Aangever 1 heeft tegenover de politie verklaard dat zij op 22 maart 2013 via internet een iPhone voor € 250,- heeft besteld en daartoe geld heeft overgemaakt naar rekeningnummer op naam van medeverdachte 2. Deze telefoon is nooit geleverd. De advertentie van de telefoon stond op de website www.aanbod.be waarbij als adres van de aanbieder genoemd werd een adres te Den Haag. Aanbieder maakte gebruik van onder meer het e-mailadres.

Aangever 2 heeft tegenover de politie verklaard dat zij naar aanleiding van een advertentie opwww.aanbod.be op 26 maart 2013 vier iPhones heeft besteld en daartoe op 29 maart 2013 € 1.000,- heeft overgemaakt op rekeningnummer op naam van medeverdachte 3. Voorafgaand aan de bestelling heeft zij veelvuldig mailverkeer gehad met een zekere medeverdachte 2 die mailde vanaf het adres e-mailadres. Ook deze bestelling is nooit geleverd.

Voornoemde betalingen zijn, zo blijkt uit de zich in het dossier bevindende rekeningafschriften, op de rekening van verdachte binnengekomen.

Het hof acht bewezen dat deze bedragen van misdrijf – te weten oplichting - afkomstig zijn, gelet op de navolgende omstandigheden:

  • de aanbieder heeft een verkoopadvertentie geplaatst op www.aanbod.be en zodoende bezoekers van die website uitgenodigd om met hem in contact te treden teneinde een koopovereenkomst te sluiten;
  • de aanbieder heeft zich daarbij gepresenteerd onder een normale eigennaam en daarbij een adres genoemd – welk adres blijkens het dossier niet gekoppeld kan worden aan de door aanbieder opgegeven naam - en voorts gebruik gemaakt van e-mailadressen die bij de door aanbieder opgegeven naam passen;
  • de aanbieder heeft via de e-mailadressen gecorrespondeerd met de potentiele kopers om tot overeenstemming te komen over de prijs voor de te leveren goederen alsmede in die correspondentie doen voorkomen alsof hij de beschikking had over een voorraad Apple producten terwijl van een dergelijke voorraad niet is gebleken;
  • aangevers hebben de overeengekomen bedragen overgemaakt op de bankrekening van de verdachte die is opgegeven door de aanbieder, als ware het een bankrekening (van het bedrijf)van de aanbieder;
  • de aanbieder heeft vervolgens de door aangevers bestelde goederen niet geleverd.

Het hof overweegt dat op grond van het bovenstaande vast is komen te staan dat er sprake is geweest van het aannemen van een valse hoedanigheid door aanbieder in de zin van artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht waardoor aangevers zijn bewogen tot afgifte van - in dit geval - een geldbedrag.

Uit de rechtspraak kan weliswaar worden afgeleid dat niet elke vorm van bewust oneerlijk zaken doen onder het strafrecht dient te worden gebracht. Naar ’s hofs oordeel heeft de aanbieder echter in het onderhavige geval door onder een valse naam te handelen en gebruik te maken van een bij de transactie niet betrokken derde kennelijk opzettelijk willen voorkomen dat aangevers via de civielrechtelijke weg verhaal zouden kunnen halen.

Doordat het geld gestort is op een op verdachtes naam gestelde rekening en zij hiervan geld, waarvan zij blijkens haar eigen verklaring wist dat ‘het niet goed zat’, heeft opgenomen, waarbij ze een deel heeft overgedragen alsmede van een deel gebruik heeft gemaakt, kan naar het oordeel van het hof wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen.

Bewezenverklaring

Witwassen, meermalen gepleegd.

Strafoplegging

Het hof veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 30 uur en voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 2 weken.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF