Fraude in het douanerecht: verstrekkende gevolgen

In deze bijdrage gaat de auteur in op de verstrekkende gevolgen voor de importeur bij fraude in het douanerecht. De importeur kan als gevolg van fraude nog geruime tijd na de invoer met een forse navordering van douanerechten worden geconfronteerd. Daarbij kan de gewone navorderingstermijn van drie jaar onder voorwaarden zelfs worden verlengd naar vijf jaar.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR: cautie moet worden gegeven in alle gevallen waarin - anders dan schriftelijk - vragen worden gesteld die betrekking hebben op een bestuurlijke boete

Hoge Raad 15 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1786 (Belastingrecht)

Uit het woord ‘verhoort’ in artikel 8:28a, lid 2, Awb in samenhang met de parlementaire geschiedenis van deze bepaling blijkt dat de mededeling dat antwoorden niet verplicht is, moet worden gedaan in alle gevallen waarin anders dan schriftelijk vragen aan de belanghebbende worden gesteld die betrekking hebben op een bestuurlijke boete.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Ne bis in idem and Tax Offences

For decades, Belgian fiscal criminal law was governed by the fundamental principle that there had to be an absolute separation between the administrative tax investigations by tax authorities and criminal prosecutions carried out by the public prosecutor. In the light of the recent case law of the European Court of Human Rights and the Court of Justice of the European Union on the duality of administrative and criminal proceedings, this principle could no longer be upheld. A new law passed on 5 May 2019 brought Belgian legislation in line with this supranational case law. A consultation mechanism (introduced in 2012) between the tax administration and the prosecution service to give guidance to tax investigations, has been made more efficient.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG: Is het opzettelijk onjuist / onvolledig doen van een belastingaangifte een kwaliteitsdelict zodat alleen een aangifteplichtige de pleger kan zijn?

Parket bij de Hoge Raad 5 november 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1097

In deze zaak gaat het om de heffing van belasting op de omzet van en de inkomsten uit een winkel. De winkel (A) is een eenmanszaak en wordt gevoerd op naam en voor rekening van de vrouw van verdachte (betrokkene 1 ). Verdachte doet (in de hier relevante periode) de administratie en verzorgt de belastingaangiften. Uit bewijsmiddel 2 uit de aanvulling op het arrest die is gebruikt voor de bewezenverklaring van feit 3 blijkt dat verdachte heeft verklaard dat de administratie niet op orde was en dat daardoor de aangiften ook niet klopten. Het middel bestrijdt de motivering van de vrijspraak voor de feiten 1 en 2 voor zover deze inhoudt dat verdachte “zelf niet verplicht was tot het doen van de in de tenlastelegging genoemde aangiften”.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Tipgever (II): einde oefening?

Met zijn tweede tipgeversarrest laat de Hoge Raad nogmaals zien dat een vernietiging van aanslagen, als sanctie op een weigering van de Belastingdienst om informatie te verstrekken over een tipgever, bij de door het hof vastgestelde feiten niet tot de mogelijkheden behoort.

Read More
Print Friendly and PDF ^