AFM publiceert rapport n.a.v. onderzoek naar high frequency handelsstrategieën

Zoals in haar Activiteitenagenda 2015 werd aangekondigd, heeft de Autoriteit Financiële Markten vorig jaar een verdiepend onderzoek gedaan naar de handelsstrategieën van high frequency traders (HFT) en naar hun wisselwerking met de handelsinfrastructuur. De AFM heeft de kritieken op high frequency trading geïnventariseerd en onderzoek verricht naar twee bekritiseerde handelsstrategieën. De AFM heeft op 2 juni jl. de resultaten van dit onderzoek gepubliceerd in het rapport 'A case analysis of critiques on high‐frequency trading'.

De conclusie is, dat de gevonden handelsstrategieën zijn te herleiden tot traditionele verdienmodellen, zoals market making en arbitrage. De AFM ziet daarbij wel dat het huidige gefragmenteerde beurzenlandschap en de vergaande technologisering van de handel vooral voor grote beleggers een praktische uitdaging vormt om goed zicht op liquiditeit te krijgen. Dit maakt het bijvoorbeeld voor pensioen- en beleggingsfondsen lastiger om bij de uitvoering van grote orders de prijsimpact zoveel mogelijk te beperken.

Door literatuurstudies en gesprekken met stakeholders is het ‘fenomeen van schijnliquiditeit door HFT’ geanalyseerd. Verder werd mede door data analyse beoordeeld of HFT kunnen voorspellen waar liquiditeit van andere marktpartijen terecht zal gaan komen, waardoor de handelsmogelijkheden voor overige marktpartijen belemmerd zouden kunnen worden.

Onderzoek ‘schijnliquiditeit’

Door nieuwe toepassingen van technologie in de marktinfrastructuur en bij marktpartijen kunnen orderboeken tegenwoordig snel veranderen. Een belegger denkt te kunnen handelen, maar slaagt hier niet in omdat plotseling orders lijken te verdwijnen. Beleggers percipiëren dit als schijnliquiditeit en wijten dit aan het handelsgedrag van high frequency traders. Het is typerend handelsgedrag van sommige high frequency traders om veelvuldig orders aan te passen of in te trekken. Deze 'vluchtige' orders kunnen beleggers op het verkeerde been zetten. Het  snel en veelvuldig aanpassen of intrekken van orders is een essentieel onderdeel van een veel voorkomend verdienmodel, namelijk market making, zo stelt de AFM.

Onderzoek ‘opsporen van liquiditeit’

Een ander veel gehoord kritiekpunt is de handelsstrategie waarbij high frequency traders op basis van deeluitvoeringen van veelal grote beleggers zouden kunnen voorspellen waar liquiditeit terecht gaat komen. HFT kopen of verkopen dan liquiditeit op andere handelsplatformen voor de beleggers uit, zo luidt de kritiek. Vervolgens zouden HFT de ingekomen positie kunnen sluiten op een gunstiger prijs, weer met de belegger als tegenpartij. Door toedoen van HFT zouden beleggers dus meer betalen bij een aankoop of minder ontvangen bij een verkoop.

De AFM heeft het handelsgedrag van HFT geanalyseerd rondom de uitvoering van een vijftal grote orders op Nederlandse en Engelse handelsplatformen. Binnen de reikwijdte van de Nederlandse jurisdictie werd in deze cases niet aangetoond dat HFT liquiditeit konden ‘opsporen’.

Verantwoording onderzoek

Als onderdeel van het onderzoek heeft de AFM gesproken met verschillende high frequency traders en vertegenwoordigers van pensioenfondsen en handelsplatformen en is een data-analyse uitgevoerd om mogelijke gevallen van bekritiseerde handelsgedragingen in toezichtdata op te sporen. De resultaten van het onderzoek zijn met de betreffende marktpartijen gedeeld en aangescherpt als daar aanleiding toe was. De AFM hoopt met dit onderzoek een bijdrage te leveren aan de discussie over high frequency traders en de huidige marktstructuur en werkt daarbij samen met academici, andere toezichthouders, waaronder ESMA en de marktpartijen.

Documenten:

 

Meer weten? Kom dan op Dinsdag 11 oktober 2016 naar de Cursus Marktmisbruik.

Klik hier voor meer informatie of om in te schrijven.

 

Print Friendly and PDF ^

A new ‘naming and shaming’ regime for financial markets: striking a balance

‘Naming and shaming’ has a long-standing reputation as an effective enforcement tool in the supervisory toolkit of Dutch supervisory authorities. This includes the financial supervisory authorities the Netherlands Authority for the Financial Markets (AFM) and the Dutch Central Bank (DNB). Part of this toolkit is the immediate publication of an administrative fine as soon as it has been imposed, i.e. before the administrative sanction has become final. The sanction decision will be published via the supervisory authority’s website, a press release and, more recently, even through Twitter, explicitly stating the name of the alleged violator. Such a publication is felt as a severe penalty for market participants as it causes reputational damage, which is often considered more punitive than the underlying pecuniary sanction.

The publication regime has been heavily criticised, as publication was not considered a ‘criminal charge’ and (therefore) the publication decision lacked legal protection, thus conflicting with the presumption of innocence. Due to recent harmonisation, the publication regime has been subject to changes which seem to enshrine the presumption of innocence.

Lees verder:

 

Print Friendly and PDF ^

Boete DNB wegens het uitoefenen van het bankbedrijf zonder vergunning terecht

College van Beroep voor het bedrijfsleven 20 mei 2016, ECLI:NL:CBB:2016:119

Op 10 augustus 2012 heeft De Nederlandse Bank (DNB) aan de heer J.S. Jacobs een boete opgelegd van 150.000 euro wegens het feitelijk leiding geven aanovertreding van artikel 2:11 van de Wet op het financieel toezicht door zijn onderneming Hypothecaire Vastgoed Obligaties 2 B.V. (HVO2).

Volgens DNB oefende HVO2 het bedrijf van bank uit door het aantrekken van gelden bij particulieren en het uitzetten van die gelden zonder daarvoor over een vergunning van DNB te beschikken.

De rechtbank Rotterdam heeft bij uitspraak van 23 januari 2014 (ECLI:NL:RBROT:2014:272) het beroep van de heer Jacobs tegen deze boete verworpen.

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft het hoger beroep van de heer Jacobs eveneens verworpen en de boete in stand gelaten.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly and PDF ^

Kansspelautoriteit tekent samenwerkingsconvenant met AFM ihkv de Wok, Wft en Wwft

De Kansspelautoriteit en AFM hebben afspraken gemaakt over hun samenwerking bij de uitvoering van de Wet op het financieel toezicht (Wft), de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) en de Wet op kansspelen (Wok). De Kansspelautoriteit en AFM werken samen om overlap van werkzaamheden te voorkomen en om de kwaliteit van beide toezichtdomeinen te bevorderen.

De afspraken over samenwerking en informatie-uitwisseling met betrekking tot Wok, Wft en Wwft zijn vastgelegd in een convenant dat op 18 mei 2016 werd ondertekend door de bestuurders van beide toezichthouders.

 

Print Friendly and PDF ^

Beroepsverbod in het financiële recht

Eén van de ontwikkelingen in het financiële recht is dat in toenemende mate in financiële regelgeving beroepsverboden worden geïntroduceerd. Uit het recent ingediende consultatievoorstel Wet toezicht trustkantoren 2018 blijkt dat er ook plannen zijn om in die wet de mogelijkheid van een beroepsverbod te introduceren.

Op grond van artikel 61 van het voorstel kan een beroepsverbod zonder tussenkomst van de rechter door De Nederlandsche Bank worden opgelegd. Het gaat om het uitoefenen van functies bij ondernemingen als bedoeld in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft), derhalve een grote groep ondernemingen, waartoe ook accountantskantoren en belastingadvieskantoren behoren. Opvallend is dat het beroepsverbod ook voor onbepaalde tijd kan worden opgelegd. Het voorgestelde artikel 61 bevat derhalve vergaande bevoegdheden. Ellen Timmer bespreekt enige eerste aantekeningen.

Lees verder:

 

Print Friendly and PDF ^

Kroniek toezicht en handhaving financieel recht 2016

De ontwikkelingen op het gebied van toezicht en handhaving in de financiële sector volgen elkaar in hoog tempo op. Rechtsbescherming blijft daarin een belangrijk thema. Dat onderwerp heeft extra aandacht gekregen door het spontane advies van de Afdeling advisering van de Raad van State van 13 juli 2015 waarin de Afdeling de waarborgen van rechtsbescherming bij de bestuursrechtelijke handhaving afzet tegen die bij de strafrechtelijke handhaving. Dat is ook terug te zien in procedures bij de bestuursrechter die steeds kritischer lijkt te worden als het gaat om bijvoorbeeld bewijsvoering of de hoogte van de boete. In dit artikel wordt terug geblikt op die ontwikkelingen over het afgelopen jaar en signaleren de auteurs de belangrijkste trends in de rechtspraak. Lees verder:

 

Print Friendly and PDF ^

Nieuwe editie Tijdschrift voor Financieel Recht

Onlangs is een nieuwe editie verschenen van het Tijdschrift voor Financieel Recht. Daarin zijn de volgende bijdragen opgenomen:

Inleiding

Geen grap

Matthias Haentjens

Artikelen

Is financieel adviseren mensenwerk? - Over geautomatiseerd financieel advies,...

R.E. van Esch

Kroniek toezicht en handhaving financieel recht 2016

A.J. Boorsma, mr. M.L. Batting, mr. C.A. Geleijnse

Opinie - What will the British do about Brexit?

Philip Wood CBE, QC (Hon)

Rondom het nieuws - Leidraad provisieverbod

F.M.A. ’t Hart

Rondom het nieuws - DNB rapport over technologische innovatie in de financiële sector

R.E. van Esch

 

Jurisprudentie

Commissie van Beroep, 27 januari 2016, nr 2016-002 (Belanghebbende/Bank) – JS

B.J. Boutellier, mr. J. van der Klein en mr. J. Sluijter

 

Geschillencommissie Financiële Dienstverlening, 29 februari 2016, nr. 2016-091 (Vof / Coöperatieve Rabobank Gelderse Vallei U.A (‘Rabobank’)), nr. 2016-092 (Maatschap / Deutsche Bank Nederland N.V. (‘Deutsche Bank’)), nr. 2016-093 (Maatschap / Deutsche Bank II) – JS

B.J. Boutellier, mr. J. van der Klein en mr. J. Sluijter

 

Geschillencommissie Financiële Dienstverlening, 10 maart 2016, nr 2016-111 (Consument / BinckBank N.V.) (‘BinckBank’)) en nr. 2016-112 (Consument / BinckBank) – BB

B.J. Boutellier, mr. J. van der Klein en mr. J. Sluijter

 

Hof van Justitie van de Europese Unie, 3 december 2015, ECLI:EU:C:2015:794 (Banif Plus Bank Zrt. (‘Banif’) / Lantos c.s. (‘Lantos’)) - JvdK

B.J. Boutellier, mr. J. van der Klein en mr. J. Sluijter

 

Actualia

Nieuws

M.L.H. Lukkes, mr. M.J. van Loopik en mr. W.M. Haverkamp

 

 

Klik hier voor meer informatie.

 

 

 

Print Friendly and PDF ^

Concept-wetsvoorstel toezicht trustkantoren in consultatie

Op 2 mei is het Concept-wetsvoorstel toezicht trustkantoren 2018 in consultatie gegaan. Het concept wetsvoorstel strekt tot verdergaande regulering van trustkantoren. Dit geldt zowel voor de normen waaraan trustkantoren moeten voldoen, als voor het instrumentarium dat de betrokken toezichthouder (DNB) kan inzetten voor toezicht en handhaving. Deze herziening van de bestaande wet- en regelgeving voor (het toezicht op) trustkantoren is in belangrijke mate ingegeven door het voortschrijdend inzicht uit de toezichtpraktijk, maar ook door gewijzigde internationale en Europese kaders zoals de aanwijzingen van de Financial Action Task Force (FATF) en de vierde anti-witwasrichtlijn. De belangrijkste voorgestelde wijzigingen ten opzichte van de bestaande Wet toezicht trustkantoren zijn de volgende. In de eerste plaats wordt er voor trustkantoren aansluiting gezocht bij de normen voor een integere en beheerste bedrijfsvoering die ook voor andere financiële instellingen gelden op grond van de Wet op het financieel toezicht. Daarnaast wordt voorgesteld om een tweehoofdige dagelijkse leiding verplicht te stellen. Het concept wetsvoorstel voorziet tevens in de introductie van een grondslag om bij algemene maatregel van bestuur dienstverlening aan of ten behoeve van specifieke structuren te kunnen verbieden. Tot slot strekt het concept wetsvoorstel tot een uitbreiding van het instrumentarium van de toezichthouder.

Een belangrijk deel van de in het concept wetsvoorstel opgenomen voorschriften behoeft nadere uitwerking in lagere regelgeving. Deze lagere regelgeving zal op een later tijdstip in concept ter consultatie worden voorgelegd.

De termijn voor consultatie is vier weken. Dat betekent dat reacties op het conceptwetsvoorstel tot en met 30 mei 2016 kunnen worden ingediend op de website. Wie bezwaar heeft tegen mogelijke publicatie van zijn/haar consultatiereactie, kan dat bij de reactie aangeven.

 

 

Print Friendly and PDF ^

'Verantwoord financieel strafrecht'

In zijn op 18 september 2015 uitgesproken oratie, waarmee Matthijs Nelemans zijn ambt als hoogleraar financieel strafrecht aan Tilburg University aanvaardde, stelt hij dat het financieel strafrecht een betere balans kan vinden en tot een diepere legitimiteit kan komen als er meer aandacht is voor zorgvuldigheid over de hele linie.

In de afgelopen 15 jaar is het handhavingsmodel op verschillende punten geëvolueerd. Deels heeft dat te maken met de opkomst van het punitief bestuursrecht. De nieuwe ontwikkelingen betreffen de toename van open normen, de ontwikkeling van toezichthouders tot spelverdeler en een verschuiving van gerechtelijke naar buitengerechtelijke afdoening. Geconcludeerd wordt dat het handhavingsmodel sterk instrumenteel van aard is geworden. Om tot een meer verantwoord model te komen, is het van belang de aandacht voor zorgvuldigheid te versterken. Dat kan onder meer door het meewegen van het doel van de norm, het meten van de resultaten van beleid en het versterken van controle op buitengerechtelijke handhaving. Overheid, autoriteiten en rechters zullen ieder hun eigen verantwoordelijkheid moeten nemen. Dit laat onverlet dat ondernemingen in de financiële sector zich ook zullen moeten aanpassen aan de ‘new normal’ van uitgebreide regulering, juridische onzekerheden en proactieve toezichthouders.

Lees verder:

 

Dit artikel kan enkel worden geraadpleegd indien u bent geabonneerd op Ondernemingsrecht.

 

Print Friendly and PDF ^

'Madoff’s domino effect on European depositary liability'

In 2008, the world was shocked when it turned out that Bernard Madoff had constructed a gigantic Ponzi scheme. On the outside, Madoff appeared to run a highly successful asset management business. In reality, Madoff raised funds from investors but, despite what he had promised, he did not use these funds to purchase securities. Instead, he used the contributions of new investors to pay returns to earlier investors and lined his own pockets with the ​investors’ contributions. When the fraud was discovered, it turned out that there were no securities corresponding to the funds and that the funds were lost. Investment funds such as Madoff’s – in the EU: UCITSs (Undertakings for Collective Investment in Transferable Securities) and AIFs (Alternative Investment Funds) – raise funds from investors and collectively invest these funds in, inter alia, securities. At the European level, investment funds are regulated under the Directive on Undertakings for Collective Investment in Transferable Securities (‘UCITS V’) and the Alternative Investment Fund Managers Directive (‘AIFMD’).

Under UCITS V and AIFMD, investment funds are obliged to appoint an independent depositary that supervises the investment fund’s transactions and acts as a custodian over the investment fund’s assets. One of the reasons why Madoff could run his Ponzi scheme without being discovered was that the appointed depositary had delegated its custody tasks to an entity run by Madoff itself. Hence, Madoff’s business lacked a form of independent control. This practice raised questions on the role and liabilities of depositaries of investment funds. In response, UCITS V and AIFMD have introduced rules on (the liability of) the depositary and on the delegation of its tasks to sub-custodians. In my analysis, these European provisions on depositary liability and the way in which they have been implemented in the Dutch legal system illustrate two important developments: the blurring distinction between Dutch public and private law under the influence of European law and the growing European influence on national tort law.

Under Article 24(1) UCITS V and Article 21(12) AIFMD, Member States need to ensure that a depositary is liable to investment funds and investors for the loss of assets held in custody and for all other losses that result from a depositary’s negligent or intentional failure to fulfil its obligations under UCITS V or AIFMD. Both directives do not specify whether the basis for liability should be of a contractual or non-contractual nature, but it is likely that an investment fund will base claims on its contractual relationship with the depositary and that an investor will base claims on tort – as an investor has no contractual relationship with the depositary.

As from 18 March 2016, Article 24(1) UCITS V and Article 21(12) AIFMD have been implemented in the Dutch Financial Supervision Act (Wet op het financieel toezicht,Wft). Under Article 4:62p(1) and (4) Wft, a depositary is liable to an investment fund for the loss of assets held in custody and for all other losses that result from a depositary’s negligent or intentional failure to fulfil its obligations under the Wft. According to the Explanatory Memorandum, if an investment fund does not hold the depositary liable, investors can base a claim against the depositary on tort under Article 6:162 of the Dutch Civil Code.

Lees verder:

 

 

Print Friendly and PDF ^