Zonder vergunning karko ingevoerd: gerechtshof legt deels voorwaardelijke boete op

Gerechtshof Amsterdam 27 januari 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:202

De verdachte brengt op 8 juni 2022 vlees van de roze vleugelhoorn (karko) vanuit Curaçao naar Schiphol zonder de vereiste invoervergunning. Deze soort is beschermd onder de CITES-basisverordening en mag niet zonder vergunning worden ingevoerd in de EU. Het hof acht bewezen dat de verdachte de soort heeft ingevoerd, maar niet dat hij wist dat dit verboden was. Daarom spreekt het hof hem vrij van opzettelijke invoer, maar acht een overtreding zonder opzet bewezen. De verdachte krijgt een geldboete van 200 euro, waarvan 100 euro voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het in beslag genomen karkovlees wordt verbeurd verklaard.

Context van de zaak

De verdachte betreft een natuurlijke persoon, geboren in 1981, zonder eerder strafrechtelijk verleden. Op 8 juni 2022 brengt hij bij aankomst op luchthaven Schiphol, vanuit Curaçao, een hoeveelheid vlees het grondgebied van de Europese Unie binnen. Het gaat om 2,65 kilogram (bruto) vlees van de roze vleugelhoorn (karko), een zeeslak die valt onder bijlage B van de CITES-basisverordening (EG) nr. 338/97. Deze soort is beschermd op grond van internationale verdragen en Europese regelgeving. Voor invoer van dergelijke specimen is een vergunning vereist. De verdachte beschikt ten tijde van invoer niet over een dergelijke vergunning.

Tenlastelegging

De verdachte wordt verweten dat hij op 8 juni 2022 op Schiphol heeft gehandeld in strijd met artikel 4, lid 1 en/of 2 van de CITES-basisverordening, doordat hij, al dan niet opzettelijk, een specimen van een beschermde soort – te weten vlees van de Strombus gigas – binnen de Europese Gemeenschap heeft gebracht zonder daartoe vereiste vergunning.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De advocaat-generaal stelt zich op het standpunt dat sprake is van zogenoemd kleurloos opzet. Dit impliceert dat het niet noodzakelijk is dat de verdachte wetenschap heeft gehad van het beschermde karakter van het ingevoerde product. Door de wijze van tenlasteleggen, waarbij het woord ‘opzettelijk’ betrekking heeft op het invoeren van een specifiek specimen genoemd in bijlage B van de verordening, meent het OM dat het opzetselement voldoende is onderbouwd.

De advocaat-generaal vordert oplegging van een geldboete van 300 euro, waarvan 100 euro voorwaardelijk, met een vervangende hechtenis van drie dagen bij niet-betaling.

Standpunt van de verdediging

De verdachte voert aan dat hij niet op de hoogte is van het feit dat het betreffende vlees onder de beschermde soorten valt. Hij stelt dat hij op Curaçao het vlees legaal heeft verkregen en geen reden had aan te nemen dat invoer zonder vergunning verboden zou zijn. Er wordt een beroep gedaan op het ontbreken van (voorwaardelijk) opzet.

Er is geen inhoudelijke verdediging gevoerd ter zitting in hoger beroep, aangezien het hof verstek verleent wegens afwezigheid van de verdachte.

Oordeel van het gerechtshof

Het gerechtshof stelt vast dat de verdachte inderdaad vlees van de roze vleugelhoorn zonder vereiste vergunning heeft ingevoerd. De bewijsmiddelen onderbouwen dat het hier gaat om een specimen van een soort die wordt genoemd in bijlage B van de CITES-basisverordening.

Ten aanzien van het opzet oordeelt het hof dat de tenlastelegging, waarin ‘opzettelijk’ is opgenomen, impliceert dat de verdachte wetenschap zou hebben gehad van het beschermde karakter van het ingevoerde product. Aangezien hiervan niet is gebleken, kan opzet – ook niet in voorwaardelijke zin – niet worden bewezen. De verdachte wordt daarom vrijgesproken van het onderdeel ‘opzettelijk’.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat de verdachte op 8 juni 2022 te Schiphol heeft gehandeld in strijd met artikel 4, lid 2 van de CITES-basisverordening. Hij brengt een specimen van een in bijlage B genoemde soort – vlees van de roze vleugelhoorn – binnen de Europese Unie, zonder over een geldige vergunning te beschikken.

Het hof acht niet bewezen dat hij dit opzettelijk heeft gedaan. Voor het meerdere of andersluidende in de tenlastelegging wordt de verdachte vrijgesproken.

Strafoplegging

Bij de straftoemeting houdt het hof rekening met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is gepleegd en de persoon van de verdachte. De verdachte heeft, zij het zonder opzet, een bedreigde diersoort ingevoerd in strijd met internationale regels. Dergelijke regelgeving is essentieel voor de bescherming van kwetsbare fauna. Overtreding ervan ondermijnt die bescherming en dient daarom te worden bestraft, ook als opzet ontbreekt.

Het hof houdt voorts rekening met het blanco strafblad van de verdachte en acht een geldboete van 200 euro passend. Daarbij wordt 100 euro voorwaardelijk opgelegd met een proeftijd van twee jaren, teneinde herhaling te voorkomen.

Beslag

Het in beslag genomen vlees van de roze vleugelhoorn, met een brutogewicht van 2,65 kilogram, wordt verbeurd verklaard. Het betreft een verboden geïmporteerd goed dat de verdachte toebehoort. Nu geen afstand is gedaan, wordt verbeurdverklaring passend geacht.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^