Weglakken zonder machtiging door OM leidt tot bewijsuitsluiting: HR herhaalt kaders over processtukken en transparantie

Hoge Raad 3 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:155

De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte verklaringen voor het bewijs heeft gebruikt waarvan delen waren weggelakt. Het openbaar ministerie mag zulke delen niet zelfstandig onleesbaar maken zonder toetsing door de rechter-commissaris. Een dergelijke bewerking van verklaringen belemmert toetsing van relevantie en betrouwbaarheid door rechter en verdediging. Het oordeel van het hof dat de niet-weggelakte delen voldoende zijn, is onbegrijpelijk omdat het hof de rest niet kende. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof gedeeltelijk en verwijst de zaak terug voor nieuwe behandeling.

Achtergrond

De verdachte, geboren in 1965, is door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch bij arrest van 30 juni 2023 veroordeeld wegens vijf strafbare feiten. In cassatie staat uitsluitend feit 2 ter beoordeling: het overdragen van een vuurwapen van categorie III in strijd met artikel 31 lid 1 van de Wet wapens en munitie (WWM). Het gaat om een dubbelloops centraalvuur hagelgeweer van het merk Miroku, type MK70 sport, kaliber 12-76, dat blijkens onderzoek als gestolen geregistreerd stond. Het hof acht bewezen dat de verdachte dit wapen heeft overgedragen in de periode van 1 juni 2020 tot en met 14 oktober 2020.

Op basis van onder meer verklaringen van twee getuigen en een WhatsApp-bericht is het hof tot deze bewezenverklaring gekomen. Eén van de getuigen heeft verklaard dat hij het geweer voor een bedrag van 350 van de verdachte heeft gekocht. De andere getuige heeft verklaard bij de overdracht aanwezig te zijn geweest. Onderdeel van het bewijs is ook een WhatsApp-bericht waarin door de koper wordt gevraagd waar de toegezegde dozen munitie blijven.

De verdachte heeft stellig ontkend ooit een vuurwapen te hebben verkocht. In cassatie wordt geklaagd over het gebruik van deze verklaringen voor het bewijs, nu in de onderliggende processen-verbaal onderdelen van de verklaringen door het openbaar ministerie zijn weggelakt. Volgens de verdediging maakt dit toetsing van de betrouwbaarheid van de verklaringen onmogelijk en is het proces-verbaal zodoende ongeldig als bewijsmiddel.

Het hof heeft deze stellingen verworpen en geoordeeld dat het weglakken in overeenstemming is met de geldende wet- en regelgeving. Aan de verdachte is een gevangenisstraf opgelegd van achttien maanden, waarvan tien maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren.

Middel

Het cassatiemiddel klaagt dat het hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, heeft geoordeeld dat de verklaringen van twee getuigen (betrokkene 1 en betrokkene 2) konden worden gebruikt voor het bewijs, ondanks dat delen van hun verklaringen in de processen-verbaal zijn weggelakt.

De verdediging heeft betoogd dat:

  • het openbaar ministerie hiermee buiten haar bevoegdheid is getreden,

  • het hof zelf niet heeft kunnen beoordelen wat de betekenis of relevantie van de weggelakte passages was,

  • de betrouwbaarheid van de verklaringen niet getoetst kon worden, en

  • mogelijk sprake is van ‘cherrypicking’ door uitsluitend belastende gedeelten op te nemen.

Zij heeft het hof verzocht de volledige versies van de processen-verbaal aan het dossier toe te voegen.

Beoordeling Hoge Raad

De Hoge Raad grijpt deze zaak aan om opnieuw het wettelijk systeem rond processtukken uiteen te zetten en verduidelijkt wanneer het openbaar ministerie informatie (gedeeltelijk) mag achterhouden. Daarbij herhaalt de Hoge Raad dat de samenstelling van het dossier in het vooronderzoek in beginsel een verantwoordelijkheid is van de officier van justitie (art. 149a lid 1 Sv). Deze is verplicht alle stukken die redelijkerwijs van belang kunnen zijn voor de rechterlijke oordeelsvorming toe te voegen aan de processtukken (lid 2). Alleen in uitzonderlijke gevallen mag daarvan worden afgeweken, bijvoorbeeld wanneer zwaarwegende belangen aangaande opsporing, veiligheid of persoonlijke levenssfeer dat vergen (art. 187d lid 1 Sv). In dat geval is een machtiging van de rechter-commissaris vereist (art. 149b lid 1 Sv).

In de onderhavige zaak is deze procedure niet gevolgd. Delen van de verklaringen zijn op verzoek van het openbaar ministerie ‘weggelakt’ op grond van irrelevantie, zonder dat een rechter-commissaris daarbij is betrokken. Volgens de Hoge Raad is dit niet in overeenstemming met de wet. De officier van justitie heeft niet de bevoegdheid om zelfstandig passages onleesbaar te maken in verklaringen die in een proces-verbaal zijn opgenomen. Als delen volgens het OM niet relevant zijn, kan dat worden aangeduid of doorgehaald, maar dan moet de tekst wél leesbaar blijven zodat controle op die inschatting mogelijk is.

Het hof had de verklaringen van de getuigen niet voor het bewijs mogen gebruiken zonder zelf kennis te hebben genomen van de inhoud van de weggelakte passages. Het oordeel van het hof dat deze niet-relevant zouden zijn, is niet begrijpelijk nu niet blijkt dat hierover een oordeel van een rechter-commissaris of raadsheer-commissaris is ingewonnen. Ook blijkt niet dat het hof inzicht heeft gehad in de integrale verklaringen. Daarmee is de mogelijkheid tot toetsing van betrouwbaarheid door de rechter en de verdediging belemmerd.

De Hoge Raad overweegt verder dat het wettelijke systeem uitgaat van interne openbaarheid: de rechter op de terechtzitting mag geen kennis nemen van stukken die de verdediging niet heeft gezien. In dit licht is het des te onbegrijpelijker dat het hof, zonder kennis te nemen van de weggelakte gedeelten of de onderliggende motieven van het OM, toch heeft geoordeeld dat de verklaringen betrouwbaar en voldoende zijn voor het bewijs.

Ook wordt benadrukt dat het oordeel over relevantie uiteindelijk aan de rechter is, en niet aan de officier van justitie. Een weglakking kan dus niet als definitief worden beschouwd zonder rechterlijke toetsing.

Uitkomst

Het cassatiemiddel slaagt. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, maar uitsluitend voor zover het de bewezenverklaring en de strafoplegging betreft met betrekking tot feit 2. De zaak wordt terugverwezen naar dat hof, zodat het opnieuw kan worden berecht en afgedaan. Het cassatieberoep wordt voor het overige verworpen.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^