Verdachte heeft samen met zijn zus gedurende enkele jaren van misdrijf afkomstig goud en sieraden verkocht aan een onderneming te Leidschendam

Gerechtshof Den Haag 2 juni 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:1570 Uit registercontrole bij onderneming 1 te Leidschendam is gebleken dat de verdachte in de periode van 17 juni 2009 tot en met 26 april 2012 meerdere keren goud heeft verkocht met een waarde van ongeveer € 19.000,-. Verder is uit die registercontrole gebleken dat de medeverdachte in de periode van 9 april 2009 tot en met 11 april 2012 meerdere keren goud en sieraden heeft verkocht met een waarde van ongeveer € 31.000,-. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat de medeverdachte, zijn zus, dat voor hem deed.

Aldus is er door en voor de verdachte in drie jaar tijd voor een bedrag van ongeveer € 50.000,- aan goud en sieraden verkocht.

Uit de gegevens van de Belastingdienst blijkt dat de verdachte in de jaren 2007, 2008, 2009, 2010, 2011 en 2012 respectievelijk € 10.035,-, € 8.903,-, € 6.557,-, € 8.337, € 14.930,- en € 3.580,- aan loon heeft ontvangen. Het hof is van oordeel dat deze feiten en omstandigheden het vermoeden rechtvaardigen dat de verdachte de verkochte voorwerpen niet door middel van besparing heeft kunnen verkrijgen.

Tijdens de genoemde registercontrole is gebleken dat het ingeleverde goud meerdere malen bestond uit gesmolten blokjes goud. Het hof is van oordeel dat het verkopen van blokjes goud door de verdachte en zijn zus als particulieren, alsmede de hoeveelheid en de frequentie waarin dat gebeurde, omstandigheden van dien aard zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden dat het goud uit enig misdrijf is verkregen.

Onder de gegeven omstandigheden mag van de verdachte worden verlangd dat hij een concrete en specifieke verklaring geeft voor de herkomst van de verkochte voorwerpen.

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat de herkomst er van is gelegen in handel, onder andere op de website Marktplaats.nl. Enerzijds heeft de verdachte naar eigen zeggen goedkoop sloopgoud ingekocht zodat hij dat tegen een meerprijs kon verkopen. Anderzijds kocht hij (kapotte) horloges op die hij repareerde en vervolgens met winst verkocht dan wel inruilde in Antwerpen tegen goudresten.

Het hof stelt vast dat verdachte geen administratie van deze transacties heeft bijgehouden. Evenmin heeft verdachte een concrete reconstructie van het verloop van de diverse transacties overgelegd. Verdachte heeft ter zitting in hoger beroep verklaard geen enkele administratie van zijn handel te hebben bijgehouden.

Hoewel het hof het aannemelijk acht dat de verdachte handelde via Markplaats.nl, is niet aannemelijk geworden dat de verdachte daarmee zoveel heeft verdiend dan wel de beschikking heeft gekregen over ingekochte voorwerpen met een zodanige waarde dat hij in staat was om in genoemde periode voor een bedrag van ongeveer € 50.000,- aan goud in te (doen) leveren. De enkele lijst advertenties op markplaats.nl die aan verdachte kunnen worden verbonden is onvoldoende om dit aannemelijk te kunnen achten, nu deze lijst geen inzicht geeft in de aan de individuele transacties te koppelen vervolgtransacties (via Marktplaats.nl, Antwerpen of onderneming 1, etc.) en de eventuele opbrengst daarvan.

Het hof is van oordeel dat nu de verklaring die de verdachte heeft gegeven over de herkomst van de verkochte voorwerpen als niet-aannemelijk terzijde moet worden geschoven, het niet anders kan zijn dan dat de verkochte voorwerpen, die in de tenlastelegging worden vermeld, onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig waren.

Het hof acht derhalve wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan gewoontewitwassen.

Bewezenverklaring

  • Feit 1: medeplegen van het plegen van witwassen een gewoonte maken.
  • Feit 2: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen en munitie van categorie III. Verdachte heeft een geladen gasrevolver met munitie voorhanden gehad.

Strafoplegging

Gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden. 

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF