SFO-vervolging van zes voormalige Glencore-medewerkers: laatste twee verdachten ontkennen omkoping in Nigeria, Kameroen en Ivoorkust
/Op 10 september 2026 zijn de voormalige head of oil van Glencore en zijn toenmalige plaatsvervanger, de voormalige head of oil operations, bij Southwark Crown Court in Londen gearraigneerd in de strafzaak die de Britse Serious Fraud Office (SFO) voert tegen zes voormalige medewerkers van de grondstoffenhandelaar. Beiden pleitten niet schuldig aan samenzwering tot het doen van corrupte betalingen aan ambtenaren en medewerkers van staatsoliebedrijven in Nigeria, Kameroen en Ivoorkust. Volgens Global Investigations Review, dat over de zitting berichtte, ziet de verdenking op samenzwering met een Nigeriaanse oliehandelaar. De verdachten zijn in augustus 2024 aangeklaagd in verband met de gunning van oliecontracten in West-Afrika in de periode van 2007 tot 2014, dezelfde feiten waarvoor de Britse dochtervennootschap Glencore Energy UK Ltd in 2022 schuld bekende en tot betaling van ruim £ 280 miljoen werd veroordeeld. De vier overige verdachten pleitten in november 2025 al niet schuldig. De inhoudelijke behandeling van de zaak tegen alle zes verdachten begint op 4 oktober 2027 en is gepland voor een duur tot zes maanden.
De zitting van 10 september 2026
De voormalige head of oil, 59 jaar, ontkende volgens Reuters twee tenlastegelegde feiten van samenzwering tot het doen van corrupte betalingen. De SFO verwijt hem betrokkenheid bij afspraken over betalingen aan overheidsfunctionarissen of medewerkers van staatsoliebedrijven in Nigeria tussen 2010 en 2014 en in Kameroen tussen 2007 en 2014. Bij zijn eerste verschijning voor Westminster Magistrates' Court, in september 2024, had hij al aangegeven niet schuldig te zullen pleiten. Hij werkte van 1995 tot zijn vertrek in 2019 bij Glencore en werd in 2007 hoofd van de oliedivisie.
De voormalige head of oil operations, 66 jaar, pleitte niet schuldig aan vier feiten van samenzwering tot het doen van corrupte betalingen, die betrekking hebben op Nigeria, Kameroen en Ivoorkust. Hij ontkende daarnaast een vijfde feit: samenzwering tot het vervalsen van documenten die voor boekhoudkundige doeleinden zijn vereist. Dat verwijt ziet volgens de zaakpagina van de SFO op facturen die aan het Londense kantoor van Glencore werden aangeleverd en daar als servicevergoedingen aan een Nigeriaans olieadviesbureau werden geboekt.
De vervolging van zes voormalige medewerkers
De SFO maakte op 1 augustus 2024 bekend vijf voormalige medewerkers van Glencore te vervolgen wegens samenzwering tot het doen van corrupte betalingen ten behoeve van de olieactiviteiten van de onderneming in West-Afrika. Bij de eerste zitting bij Westminster Magistrates' Court op 10 september 2024 werd een zesde verdachte aan de zaak toegevoegd. De tenlasteleggingen betreffen de gunning van uiteenlopende oliecontracten in Kameroen, Nigeria en Ivoorkust in de periode van 2007 tot 2014. Drie van de zes verdachten, onder wie de voormalige head of oil operations, worden daarnaast vervolgd voor het vervalsen van documenten voor boekhoudkundige doeleinden; volgens het persbericht uit 2024 gaat het om facturen uit de periode 2007 tot 2011.
Bij een arraignment op 10 november 2025 bij Southwark Crown Court pleitten de vier overige verdachten, allen voormalige oliehandelaren bij de onderneming, niet schuldig aan alle hun tenlastegelegde feiten. Met de zitting van 10 september 2026 hebben alle zes verdachten hun standpunt over de tenlastelegging kenbaar gemaakt. De zaak is gelist voor 4 oktober 2027; de behandeling duurt naar verwachting tot zes maanden. Glencore zelf heeft in reactie op de vervolging van de voormalige medewerkers verklaard dat het bedrijf heeft meegewerkt aan het SFO-onderzoek naar deze gedragingen en dat onderzoek in 2022 heeft afgewikkeld.
De eerdere veroordeling van Glencore Energy UK Ltd
De vervolging van de natuurlijke personen bouwt voort op het onderzoek dat de SFO in december 2019 opende naar de West-Afrikadesk van Glencore in Londen. Dat onderzoek leidde tot een tenlastelegging tegen Glencore Energy UK Ltd van zeven feiten onder de Bribery Act 2010: vijf feiten van omkoping op grond van section 1 en twee feiten van het door een commerciële organisatie nalaten omkoping te voorkomen op grond van section 7. De vennootschap bekende op 21 juni 2022 schuld aan alle zeven feiten. Volgens de SFO betaalde Glencore via medewerkers en agenten meer dan $ 28 miljoen aan steekpenningen om bevoorrechte toegang tot olie te krijgen, waaronder grotere ladingen, waardevollere oliesoorten en gunstigere leverdata, verspreid over Nigeria, Kameroen, Ivoorkust, Equatoriaal-Guinea en Zuid-Soedan.
Op 3 november 2022 legde Mr Justice Fraser bij Southwark Crown Court een betalingsverplichting van £ 280.965.092,95 op, bestaande uit een geldboete, een ontnemingsmaatregel en de kosten van het onderzoek. In zijn sentencing remarks, gepubliceerd als Serious Fraud Office v Glencore Energy UK Ltd, Southwark Crown Court, 3 november 2022, neutral citation 2022 EWCR 1, overwoog de rechter dat de feiten niet alleen aanzienlijke criminaliteit lieten zien, maar ook geraffineerde constructies om die te verhullen. De SFO beschreef de zaak destijds als de eerste veroordeling sinds de invoering van de Bribery Act 2010 van een rechtspersoon wegens het actief goedkeuren van omkoping, in plaats van uitsluitend wegens het nalaten die te voorkomen. In Nigeria, Equatoriaal-Guinea en Ivoorkust zou Glencore volgens de SFO lokale agenten hebben ingezet om betalingen door te sluizen naar staatsoliebedrijven en ministeries, waarbij steekpenningen in de financiële administratie werden omschreven als servicevergoedingen, tekenbonussen of succesvergoedingen. Op de zitting in oktober 2022 werd de identiteit van bepaalde betrokken personen op verzoek van de SFO geanonimiseerd, omdat zij op dat moment nog onderwerp waren van onderzoek naar dezelfde of soortgelijke gedragingen.
De Britse afdoening maakte deel uit van een bredere reeks schikkingen. In mei 2022 bereikte Glencore een schikking van ruim $ 1,1 miljard met de Amerikaanse autoriteiten wegens omkoping van buitenlandse functionarissen in meerdere landen en wegens marktmanipulatie, en dochtervennootschappen in de Verenigde Staten, Brazilië en het Verenigd Koninkrijk bekenden schuld aan strafbare feiten.
Afsluiting
Met de arraignment van 10 september 2026 hebben alle zes door de SFO vervolgde voormalige medewerkers van Glencore niet schuldig gepleit aan samenzwering tot het doen van corrupte betalingen in verband met oliecontracten in Nigeria, Kameroen en Ivoorkust tussen 2007 en 2014. Drie van hen ontkennen daarnaast het vervalsen van facturen die als servicevergoedingen aan een Nigeriaans olieadviesbureau in de Londense administratie zijn opgenomen. De inhoudelijke behandeling van de zaak bij Southwark Crown Court begint op 4 oktober 2027 en is gepland voor een duur tot zes maanden. De verdachten gelden tot een eventuele veroordeling als onschuldig. De rechtspersoon Glencore Energy UK Ltd is voor de onderliggende gedragingen in 2022 al veroordeeld.
