Ponzi-oplichter veroordeeld tot 38 maanden gevangenisstraf

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 7 januari 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:30

Een man wordt veroordeeld voor het feitelijk leidinggeven aan grootschalige oplichting via een Ponzifraude met niet-bestaande bitcoinminers. Hij presenteert zich als miningexpert en verkoopt zogenaamd rendabele miningapparatuur via zijn vennootschappen. In werkelijkheid bestaan noch de miners, noch een miningfarm en worden investeerders betaald met nieuw ingelegd geld. In totaal wordt voor ruim 2,5 miljoen euro schade aangericht. Het gerechtshof legt een gevangenisstraf op van 38 maanden. Ook moet de man schadevergoedingen betalen aan 48 benadeelde partijen.

Context van de zaak

De strafzaak betreft een natuurlijke persoon, geboren in 1986, woonachtig te woonplaats, die als bestuurder en enig aandeelhouder van de besloten vennootschappen bedrijf 1 en bedrijf 2 betrokken is bij een omvangrijke oplichtingspraktijk die zich afspeelt tussen januari 2017 en december 2017. Het betreft een klassiek voorbeeld van een Ponzifraude, waarbij de verdachte via deze vennootschappen bitcoinminingcomputers (miners) aanbood aan particulieren. Aan de investeerders werd voorgespiegeld dat hun aangekochte miners geplaatst zouden worden in een professionele miningfarm, hetgeen niet het geval was. Het onderzoek naar deze fraude, met de codenaam “Geppetto”, is gestart na mediaberichten en meerdere aangiften.

Tenlastelegging

De verdachte wordt verweten dat hij feitelijke leiding heeft gegeven aan de oplichting van een groot aantal personen, door via zijn vennootschappen listige kunstgrepen, een samenweefsel van verdichtsels, het aannemen van een valse hoedanigheid en het gebruik van valse namen, investeerders heeft bewogen tot de afgifte van aanzienlijke geldbedragen. Voorts wordt hem verweten dat hij de opbrengsten van deze fraude heeft witgewassen en van deze gedraging een gewoonte heeft gemaakt.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De advocaat-generaal vordert een gevangenisstraf van 42 maanden met aftrek van voorarrest. Daarnaast verzoekt het OM het hof de schadevergoedingsmaatregelen conform het vonnis van de rechtbank Overijssel van 20 maart 2023 in stand te laten.

Standpunt van de verdediging

De raadsman erkent de feitelijke gang van zaken grotendeels, maar betoogt dat de verdachte geen opzet heeft gehad op wederrechtelijke bevoordeling. Volgens de verdediging bestond er geen bedrieglijk opzet en handelde verdachte in de veronderstelling dat hij een levensvatbaar bedrijfsmodel had ontwikkeld. Ter zitting is tevens aangevoerd dat verdachte vanwege een medische aandoening – een contactallergie – mogelijk detentieongeschikt is, en dat dit nader onderzocht zou moeten worden.

Oordeel van het gerechtshof

Het hof verwerpt het verweer dat geen sprake zou zijn van bedrieglijk opzet. De verdachte heeft vanaf het beginstap bewust een onjuiste voorstelling van zaken gegeven. De miningfarm heeft nooit bestaan, er zijn geen miners geleverd, en de zogenaamde rendementsuitkeringen zijn gefinancierd met inleg van nieuwe klanten. Dit patroon is kenmerkend voor een Ponzifraude.

Het hof acht het bewezen dat de verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan de oplichtingshandelingen van de twee vennootschappen. Hij heeft zich gepresenteerd als miningexpert en misleidende koopovereenkomsten laten opstellen. Ook heeft hij via fictieve personages en valse documenten het vertrouwen van investeerders weten te winnen. In totaal is door deze handelswijze een bedrag van meer dan 2,5 miljoen euro verkregen.

Met betrekking tot het witwassen acht het hof eveneens bewezen dat de verdachte bewust grote sommen geld heeft aangewend voor privédoeleinden, waaronder luxe goederen, auto’s, casinobezoek en investeringen in de motorsport. Het hof stelt vast dat de verdachte van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt.

Het hof verwerpt het verzoek tot nader onderzoek naar detentieongeschiktheid. De contactallergie van verdachte vormt volgens de ter beschikking gestelde medische gegevens geen belemmering voor detentie binnen een justitiële inrichting.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte:

  1. Feitelijke leiding heeft gegeven aan oplichting, meermalen gepleegd, door middel van listige kunstgrepen, aannemen van valse namen en een samenweefsel van verdichtsels, gericht op het wederrechtelijk bevoordelen van zichzelf en anderen;

  2. Van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, door de opbrengsten van de oplichtingspraktijken te verwerven, voorhanden te hebben, om te zetten en te gebruiken voor privédoeleinden.

Strafoplegging

Gelet op de ernst van de feiten, het zeer grote aantal benadeelden (48), het zeer hoge schadebedrag (meer dan 2,5 miljoen euro), het door de verdachte vanaf het begin beoogde persoonlijk financieel gewin, de afwezigheid van daadwerkelijke investeringen in miningapparatuur, en de luxueuze levensstijl die daaruit is voortgekomen, acht het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 44 maanden in beginsel passend.

Vanwege de overschrijding van de redelijke termijn in zowel eerste aanleg als in hoger beroep wordt de straf met zes maanden gematigd.

De uiteindelijke opgelegde straf bedraagt een gevangenisstraf van 38 maanden met aftrek van voorarrest.

Schadevergoedingen

Het hof wijst de vorderingen van alle 48 benadeelde partijen geheel of gedeeltelijk toe, afhankelijk van hun daadwerkelijke investering en eventuele ontvangen ‘rendementen’. De totale toegewezen bedragen worden vermeerderd met wettelijke rente vanaf het moment van betaling door de slachtoffers.

De verdachte wordt daarnaast veroordeeld tot betaling van deze bedragen aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partijen. Bij niet-betaling kan in totaal tot 357 dagen gijzeling worden toegepast.

Het hof neemt daarbij in overweging dat de verdachte persoonlijk ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, waardoor hij – naast de vennootschappen – hoofdelijk aansprakelijk is voor de schade.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^