Opgave van bewijsmiddelen ex artikel 359 lid 3 Sv volstaat niet bij bevestiging van het vonnis als in hoger beroep vrijspraak is bepleit

Hoge Raad 8 september 2026, ECLI:NL:HR:2026:1424

De Hoge Raad vernietigt een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch in een zaak over zware mishandeling en wijst de zaak terug. De politierechter in de rechtbank Limburg volstaat in zijn vonnis met een opgave van bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359 lid 3, tweede volzin, Sv. Het hof bevestigt dat vonnis, onder meer wat betreft de bewezenverklaring, terwijl de raadsman in hoger beroep vrijspraak heeft bepleit. Het eerste cassatiemiddel klaagt dat het hof het vonnis niet zonder meer had mogen bevestigen. Uit de bewoordingen van artikel 359 lid 3 Sv volgt dat met een opgave van bewijsmiddelen niet kan worden volstaan als door of namens de verdachte op de terechtzitting vrijspraak is bepleit. Het hof had het vonnis daarom alleen mogen bevestigen met een aanvulling van gronden als bedoeld in artikel 423 lid 1 Sv, bestaande uit een weergave van de inhoud van de bewijsmiddelen.

Achtergrond

De verdachte is een natuurlijk persoon, geboren in 1975, die ook onder een alias met een geboortejaar 1985 bekend is. De politierechter in de rechtbank Limburg verklaart bewezen dat hij op 2 mei 2023 aan het slachtoffer opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toebrengt, een diepe snee in het aangezicht, door een bord kapot te slaan op het hoofd van het slachtoffer. Dit levert zware mishandeling op, artikel 302 lid 1 Sr. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch bevestigt het vonnis op 2 april 2025, onder meer wat betreft de bewezenverklaring.

De opgelegde straf blijkt niet uit het arrest van de Hoge Raad. Uit de meegezonden conclusie van de advocaat-generaal volgt dat het bevestigde vonnis een gevangenisstraf van zes maanden inhoudt, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, en een beslissing op de vordering van de benadeelde partij met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Cassatiemiddelen

Namens de verdachte stelt de advocaat D.N. de Jonge drie cassatiemiddelen voor. Het eerste middel voert aan dat het hof het vonnis van de politierechter niet zonder meer had mogen bevestigen, omdat daarin ten onrechte is volstaan met een opgave van bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359 lid 3 Sv en ook in hoger beroep vrijspraak is bepleit. Het tweede en het derde middel worden in het arrest niet nader omschreven. De advocaat-generaal Aben concludeert tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing naar het hof 's-Hertogenbosch.

Beoordeling Hoge Raad

De Hoge Raad stelt in rechtsoverweging 2.2.2 vast dat de raadsman op de terechtzitting in hoger beroep van 19 maart 2025 heeft betoogd dat van zware mishandeling of een poging daartoe geen sprake is, en het hof heeft verzocht de verdachte vrij te spreken. In rechtsoverweging 2.4 overweegt de Hoge Raad dat de politierechter in het vonnis volstaat met een opgave van bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359 lid 3, tweede volzin, Sv. Uit de bewoordingen van dat artikellid volgt dat met zo'n opgave niet kan worden volstaan als door of namens de verdachte op de terechtzitting vrijspraak is bepleit. Het hof had het vonnis daarom alleen mogen bevestigen met de in artikel 423 lid 1 Sv bedoelde aanvulling van gronden, bestaande uit de in artikel 359 lid 3, eerste volzin, Sv bedoelde weergave van de inhoud van de bewijsmiddelen voor het bewezenverklaarde. De Hoge Raad verwijst daarbij naar HR 6 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2026. Het eerste middel is terecht voorgesteld.

Gelet op de beslissing die volgt, is bespreking van het tweede en het derde cassatiemiddel niet nodig.

Beslissing van de Hoge Raad

De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het hof en wijst de zaak terug naar het gerechtshof 's-Hertogenbosch, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^