Nuancering 'ontnemingsrisico': Rechtbank wijst ontneming op basis van witwassen af als opbrengst alleen fiscaal is

Rechtbank Amsterdam 18 januari 2017, 13/993500-14

De vordering tot ontneming is ingesteld naar aanleiding van een veroordeling voor witwassen en opzettelijk onjuiste aangiften, gebaseerd op het voordeel dat zou zijn behaald met onjuiste aangiften in de (aan de tenlastegelegde jaren) voorafgaande periode. De grondslag voor de ontnemingsvordering is uitsluitend een ‘fiscale nadeelsberekening’. Om die reden is primair de niet-ontvankelijkheid van het OM bepleit vanwege strijd met artikel 74 AWR.

De rechtbank zet in het vonnis uiteen dat de officier van justitie weliswaar zou mogen ontnemen op basis van witwassen – en om die reden wel ontvankelijk is – maar dat er dan wel voordeel moet zijn dat is verkregen door middel van witwassen. Voordeel uitsluitend verkregen door fiscale feiten kan gelet op artikel 74 AWR immers niet worden ontnomen maar moet via de fiscale weg worden vastgesteld en geïncasseerd. Over voordeel uit het witwassen zelf heeft de officier van justitie niets gesteld.  

Op het primaire standpunt van het OM dat het gehele witgewassen voordeel kan worden ontnomen overweegt de rechtbank dat een voorwerp van witwassen nog geen voordeel is. Subsidiair stelde het OM dat vordering (uitsluitend) is gebaseerd op de niet afgedragen belastingen. Ontneming daarvan is naar het oordeel van de rechtbank uitgesloten. Ook het ‘aangewende’ (bestede) vermogen houdt naar het oordeel van de rechtbank geen voordeel in, als daardoor geen ander voordeel is behaald dan de niet-afgedragen belasting, zoals waardevermeerdering. Daarover heeft het OM echter niets gesteld.  

Tot slot koppelt de rechtbank een eventueel voordeel uit witwassen – anders dan het OM ter zitting betoogde – expliciet aan de periode 2002-2014. Dat is ook logisch aangezien witwassen pas vanaf 2002 strafbaar is en dus ook pas vanaf dat moment voordeel kan opleveren. De rechtbank gaat dus niet mee in de redenering van het OM dat oud voordeel door witwassen (ook) nieuw voordeel zou opleveren.  

Het OM heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak.



Lees hier de volledige uitspraak.

NB: er staan 2 foutieve data in het vonnis: bovenaan 18 januari 2017 (de oorspronkelijk geplande datum vonnis) en onderaan 21 december 2017. Het vonnis is in werkelijkheid van 21 december 2016.
 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF