Internetconsultatie geopend voor de Wet bescherming nationale veiligheid door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten

Op 28 augustus 2026 hebben de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Defensie het conceptwetsvoorstel voor de Wet bescherming nationale veiligheid door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wbnv) in internetconsultatie gebracht. Het voorstel moet de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 en de Tijdelijke wet onderzoeken AIVD en MIVD naar landen met een offensief cyberprogramma, bulkdatasets en overige specifieke voorzieningen vervangen. Als aanleiding noemt de regering de rapporten van de Algemene Rekenkamer en van de Evaluatiecommissie Wiv 2017 uit 2021, waarin knelpunten in de uitvoeringspraktijk van de AIVD en de MIVD zijn beschreven. Het wetsvoorstel bevat een nieuw stelsel van toetsing, toezicht en klachtbehandeling, regels over de verzameling en verdere verwerking van gegevens, waaronder bulkgegevens, en een strafbepaling. Het voorstel raakt het strafrecht op twee punten: de verhouding tussen inlichtingen en opsporing, die opnieuw wordt vastgelegd, en de strafbaarstelling in artikel 233. De consultatie staat open tot 11 oktober 2026.

Van Wiv 2017 en Tijdelijke wet naar een dreigingsgericht kader

De huidige Wiv 2017 is sinds 1 mei 2018 van kracht. Na de evaluatie van die wet in 2021 en na signalen uit de uitvoeringspraktijk trad op 1 juli 2024 de Tijdelijke wet in werking, die de meest urgente operationele en juridische knelpunten voor de diensten moest oplossen in afwachting van een structurele herziening. Het conceptwetsvoorstel Wbnv brengt die herziening en vervangt zowel de Wiv 2017 als de Tijdelijke wet door één nieuw kader. De considerans noemt als onderwerpen de uitoefening van bevoegdheden van de diensten, de verzameling en verdere verwerking van gegevens, de samenwerking van de diensten met anderen en het stelsel van toetsing, toezicht en klachtbehandeling.

Het wetsvoorstel is verdeeld over dertien hoofdstukken, van algemene bepalingen en de taken van de AIVD en de MIVD tot de operationele bevoegdheden, de verdere verwerking van gegevens, de samenwerking, het toezichtstelsel, de rechtsbescherming en een afzonderlijk hoofdstuk voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba. De memorie van toelichting beschrijft het gewijzigde dreigingsbeeld sinds 2017 en plaatst het voorstel tegen die achtergrond.

Het opponentenregime en de inzet van bevoegdheden

Volgens de toelichting is de grootste wijziging de introductie van het opponentenregime. Daarbij wordt de inzet van bevoegdheden, en de daarbij behorende waarborgen, gekoppeld aan de aard van de dreiging die van een bepaalde tegenstander uitgaat. Voor onderzoeken naar organisaties met offensieve doelen en activiteiten voorziet het voorstel in een afzonderlijke toestemmings- en toetsingsprocedure, de opponenten-toestemmingsprocedure, met een aanwijzing van de betrokken organisatie die vooraf op rechtmatigheid wordt getoetst en gevolgd wordt door toezicht tijdens en na de inzet.

Naast dit regime bevat het wetsvoorstel algemene en bijzondere bevoegdheden, regels over de toestemming en de toestemmingsduur, en bepalingen over de verdere verwerking van gegevens. Voor bulkgegevens en voor de inzet van geautomatiseerde toepassingen, waaronder algoritmen, zijn afzonderlijke normen opgenomen. De ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Defensie blijven politiek verantwoordelijk voor de diensten en leggen daarover verantwoording af aan het parlement.

Toetsing en toezicht in één college

Onder de Wiv 2017 is de voorafgaande toetsing van de inzet van bijzondere bevoegdheden belegd bij de Toetsingscommissie inzet bevoegdheden (TIB) en het toezicht bij de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD). Het wetsvoorstel brengt de taken van beide organisaties onder bij één nieuw College van Toetsing en Toezicht (CTT). Dat college bestaat uit een afdeling toetsing, een afdeling toezicht en een afdeling klachtbehandeling, met een organisatorische scheiding tussen de afdelingen toetsing en toezicht.

De afdeling toetsing verricht de voorafgaande rechtmatigheidstoets van de toestemming voor de inzet van bevoegdheden. Dat oordeel is bindend: bij een oordeel dat de toestemming niet rechtmatig is verleend, mag de bevoegdheid niet worden uitgeoefend. De afdeling toezicht houdt toezicht op de rechtmatigheid van de uitvoering, tijdens en na de inzet, en beschikt voor bepaalde onderdelen over de mogelijkheid van bindend toezicht, met de bevoegdheid een onderzoek te laten beëindigen. De afdeling klachtbehandeling behandelt klachten en meldingen van vermoedens van misstanden.

De leden van het college worden benoemd bij koninklijk besluit op voordracht van de betrokken ministers gezamenlijk, waarbij de Tweede Kamer per vacature een voordracht doet. Tegen bindende oordelen staat beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Bij een verschil van inzicht tussen een dienst en het college over een bindend oordeel beslist de rechter.

De scheiding tussen inlichtingen en opsporing

Het wetsvoorstel handhaaft de scheiding tussen het inlichtingendomein en het opsporingsdomein. Artikel 9, eerste lid, bepaalt dat de medewerkers van de AIVD en de MIVD geen bevoegdheid hebben tot het opsporen van strafbare feiten. Medewerkers van andere overheidsorganisaties die ten behoeve van de diensten werkzaam zijn en uit hoofde van een andere functie wel opsporingsbevoegdheid hebben, oefenen die bevoegdheid bij hun werk voor de diensten niet uit. De toelichting merkt op dat dit artikel 13 van de Wiv 2017 ongewijzigd voortzet.

De toelichting beschrijft de samenloop tussen de twee domeinen. Activiteiten die een dreiging voor de nationale veiligheid vormen, zijn in veel gevallen ook strafbaar gesteld, bijvoorbeeld deelname aan een terroristische organisatie of het schenden van staatsgeheimen. Voor de informatie-uitwisseling tussen de diensten en de opsporing verwijst de toelichting naar het gesloten verstrekkingensysteem, waarbij relevante gegevens van de diensten aan het Openbaar Ministerie worden verstrekt in de vorm van een ambtsbericht, zoals nu geregeld in artikel 66 van de Wiv 2017. In reactie op de motie-Mutluer/Kathmann over onderzoeken naar criminele netwerken benoemt de regering drie ongewenste neveneffecten die de scheiding en de wettelijke waarborgen beogen te voorkomen: sturing vanuit inlichtingen op de opsporing, een u-bochtconstructie waarbij opsporingsinformatie via de diensten in het strafproces wordt gebracht en de herkomst ervan niet meer te controleren is, en het uitoefenen door een dienst van bevoegdheden die normaliter onder leiding van de officier van justitie in het opsporingsonderzoek worden uitgeoefend.

De strafbepaling van artikel 233

Het wetsvoorstel bevat in artikel 233 een strafbepaling. Strafbaar is de overtreding van een aantal medewerkings- en geheimhoudingsverplichtingen die met de uitoefening van bevoegdheden samenhangen. Het gaat onder meer om verplichtingen bij het openen van geadresseerde zendingen, bij de vordering van gegevens en medewerking voor interceptie en het volgen van communicatie, bij de vordering van gegevens ter bescherming van weerbaarheidsbelangen en bij de vordering van medewerking aan het ontsleutelen van gegevens.

Voor zover deze feiten opzettelijk zijn begaan, zijn het misdrijven. In dat geval geldt een gevangenisstraf van maximaal twee jaar of een geldboete van de vierde categorie. Voor zover de feiten geen misdrijven zijn, zijn het overtredingen, met een hechtenis van maximaal zes maanden of een geldboete van de vierde categorie. De strafvervolging van deze feiten verloopt langs de gewone strafrechtelijke weg.

Rechtsbescherming en gegevensverwerking

Het hoofdstuk over de rechtsbescherming regelt het beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State tegen bindende oordelen die in het stelsel van toetsing en toezicht worden gegeven, en tegen bepaalde beslissingen over de toestemming voor de inzet van bevoegdheden jegens bijzondere categorieën personen, zoals advocaten en journalisten. Voor de verdere verwerking van gegevens bevat het voorstel een afzonderlijk hoofdstuk, met specifieke bepalingen over specifieke gegevens, bulkgegevens en de verstrekking van gegevens aan binnenlandse en buitenlandse partners. Het voorstel bevat overgangsrecht voor toestemmingen en toetsingen die op grond van de Wiv 2017 of de Tijdelijke wet al lopen op het moment van inwerkingtreding.

Afsluiting

Het conceptwetsvoorstel voor de Wet bescherming nationale veiligheid door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten staat tot 11 oktober 2026 in internetconsultatie. Het voorstel vervangt de Wiv 2017 en de Tijdelijke wet, brengt de taken van de TIB en de CTIVD onder bij één College van Toetsing en Toezicht, zet de scheiding tussen inlichtingen en opsporing en de verstrekking via het ambtsbericht voort, en bevat in artikel 233 een strafbepaling. Na de consultatie volgt de reguliere gang: verwerking van de reacties, advies van de Afdeling advisering van de Raad van State en indiening bij de Tweede Kamer. De parlementaire behandeling moet nog plaatsvinden.

Klik hier voor de consultatie en de bijbehorende documenten.

Print Friendly and PDF ^