HR herhaalt: de beoordeling of het belang van strafvordering zich verzet tegen handhaving van een art. 94a Sv beslag vergt niet een (ambtshalve) onderzoek naar proportionaliteit en subsidiariteit

Hoge Raad 7 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:178

De rechtbank Oost-Brabant heeft bij beschikking van 20 november 2015 het namens de klager ingediende beklag ex art. 552a Sv gegrond verklaard en daarbij de teruggave aan hem gelast van een bestelauto.

De bestreden beschikking houdt het volgende in:

“De rechter stelt vast dat er in het onderhavig geval sprake is van conservatoir beslag ex artikel 94a van het Wetboek van Strafvordering. Gebleken is dat er jegens klager een gerede verdenking bestaat van een misdrijf waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd dan wel een verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Gelet op de omstandigheden van het geval acht de rechtbank het niet hoogst onwaarschijnlijk dat in een latere strafprocedure de strafrechter komt tot het opleggen van een verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Gelet op het beginsel van proportionaliteit en subsidiariteit, acht de rechtbank het handhaven van het beslag met betrekking tot de bestelauto niet noodzakelijk. Derhalve zal de rechtbank het klaagschrift gegrond verklaren.

DE BESLISSING:

De rechtbank verklaart het klaagschrift gegrond en gelast de teruggave van een bestelauto van het merk Ford, type Transit Connect, voorzien van kenteken [AA-00-BB], aan [klager], klager.”

Tegen deze beschikking is door de officier van justitie, mr. A. Bernsen, cassatieberoep ingesteld.
 

Middel

Het middel richt zich tegen de gegrondverklaring van het beklag met de klacht dat het oordeel van de rechtbank dat het handhaven van het beslag, gelet op het beginsel van proportionaliteit en subsidiariteit, niet noodzakelijk is, onbegrijpelijk, althans ontoereikend gemotiveerd is.
 

Beoordeling Hoge Raad

De maatstaf die door de rechter dient te worden toegepast bij de beoordeling of het belang van strafvordering zich verzet tegen handhaving van de op de voet van art. 94a Sv gelegde beslagen, vergt niet een (ambtshalve) onderzoek met betrekking tot de vraag of voortzetting (onder voorwaarden) van het beslag in overeenstemming is met de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. De omstandigheden van het geval kunnen meebrengen dat in verband met hetgeen door of namens de klager is aangevoerd de rechter in de motivering van zijn beslissing ervan blijk dient te geven een dergelijk onderzoek te hebben verricht. (Vgl. HR 29 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2881.)

De Rechtbank heeft geoordeeld dat de voortzetting van het beslag op de bestelauto niet in overeenstemming is met de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Door in dit verband enkel te overwegen dat de Rechtbank het handhaven van het beslag met betrekking tot de bestelauto niet noodzakelijk acht "gelet op het beginsel van proportionaliteit en subsidiariteit" heeft de Rechtbank haar oordeel daaromtrent ontoereikend gemotiveerd.

Het middel slaagt.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF