Gevangenisstraf voor voorhanden hebben foto van vals Brits rijbewijs

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 27 januari 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:226

Het hof veroordeelt een verdachte voor het opzettelijk voorhanden hebben van een foto van een vals Brits rijbewijs, bestemd voor gebruik als ware het echt en onvervalst. Het hof vernietigt het vonnis van de politierechter wegens het ontbreken van een uitgewerkte motivering en doet opnieuw recht. De verdachte wordt verweten dat hij wist dat het geschrift bestemd was voor gebruik in het maatschappelijk verkeer als authentiek document. Het verweer strekkende tot oplegging van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf of taakstraf wordt verworpen gelet op de ernst van het feit. Het hof legt een gevangenisstraf van 2 maanden op waarvan 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Context van de zaak

In deze strafzaak staat een natuurlijke persoon terecht in hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 9 april 2025. De verdachte, geboren in 1984 en woonachtig in Nederland, wordt verweten dat hij op 2 december 2023 te Voerendaal opzettelijk een vals geschrift voorhanden heeft gehad. Het betreft een foto van een vals Brits rijbewijs.

De politierechter veroordeelt de verdachte in eerste aanleg ter zake van het opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift als ware het echt en onvervalst tot een gevangenisstraf van 2 maanden waarvan 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Namens de verdachte wordt hoger beroep ingesteld.

Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch vernietigt het vonnis waarvan beroep, omdat de politierechter heeft volstaan met een aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk. Het hof is echter gebonden aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering en komt daarom tot een nieuwe inhoudelijke beoordeling van de zaak.

Tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 2 december 2023 te Voerendaal opzettelijk een vals en of vervalst geschrift, bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een foto van een vals Brits rijbewijs, heeft afgeleverd en of voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit geschrift bestemd was om te worden gebruikt als ware het echt en onvervalst.

Het hof verbetert de tenlastelegging door daaraan expliciet de woorden een foto van toe te voegen. Tevens corrigeert het hof enkele taal- en schrijffouten en omissies. Het hof overweegt dat de verdachte hierdoor niet in zijn verdediging is geschaad.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De advocaat-generaal vordert vernietiging van het vonnis waarvan beroep en verzoekt het hof opnieuw rechtdoende te beslissen conform het oordeel van de politierechter. Dit betekent dat het Openbaar Ministerie een bewezenverklaring en oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden waarvan 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren passend en geboden acht.

Het Openbaar Ministerie acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het valse geschrift opzettelijk voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat dit geschrift bestemd was om te worden gebruikt als ware het echt en onvervalst. Daarmee is volgens het Openbaar Ministerie voldaan aan de delictsomschrijving van artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van de verdachte refereert zich ten aanzien van de bewijsbeslissing aan het oordeel van het hof. Zij voert derhalve geen inhoudelijke bewijsverweren en laat de beoordeling van de vraag of het ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen over aan het hof.

Ten aanzien van de strafmaat voert de verdediging wel verweer. De raadsvrouw verzoekt het hof om, indien het tot een bewezenverklaring komt, geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Zij bepleit in plaats daarvan een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf of een taakstraf.

Ter onderbouwing wijst zij op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals door hem ter terechtzitting toegelicht. Daarnaast wijst zij op de capaciteitsproblemen binnen het gevangeniswezen. Volgens de verdediging rechtvaardigen deze omstandigheden een lichtere, niet onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende sanctie.

Oordeel van het hof

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 2 december 2023 te Voerendaal opzettelijk een vals geschrift, te weten een foto van een vals Brits rijbewijs, voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat dit geschrift bestemd was om te worden gebruikt als ware het echt en onvervalst.

Het hof spreekt de verdachte vrij van hetgeen meer of anders is ten laste gelegd.

De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, welke in onderlinge samenhang worden beschouwd. Indien beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de gebruikte bewijsmiddelen in een aanvulling op het arrest opgenomen.

Het hof kwalificeert het bewezenverklaarde als: opzettelijk een geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, voorhanden hebben, terwijl hij weet dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst.

Het hof overweegt dat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Evenmin zijn er omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. Het feit en de verdachte zijn derhalve strafbaar.

Bij de straftoemeting houdt het hof rekening met de aard en ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van de verdachte. Tevens betrekt het hof de verhouding tot andere strafbare feiten en de daarop gestelde wettelijke strafmaxima.

Het hof overweegt in het bijzonder dat de verdachte door het voorhanden hebben van een foto van een vals Brits rijbewijs misbruik maakt van het vertrouwen dat in het internationale maatschappelijk verkeer pleegt te worden gesteld in schriftelijke stukken met een bewijsbestemming. Dergelijke documenten vervullen een essentiële functie in het rechtsverkeer en in het maatschappelijk verkeer. Het voorhanden hebben van vervalste identiteits- of rijbewijspapieren ondermijnt dat vertrouwen en bevordert bovendien het plegen van andere misdrijven.

Het hof rekent het de verdachte dan ook aan dat hij aldus handelt.

Ten aanzien van het strafmaatverweer van de verdediging overweegt het hof dat oplegging van een taakstraf of een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf geen recht doet aan de ernst van het bewezenverklaarde. Het hof acht, evenals de advocaat-generaal, de door de politierechter opgelegde straf passend en geboden.

Hetgeen door de raadsvrouw ter terechtzitting in hoger beroep is aangevoerd, brengt het hof niet tot een ander oordeel. Met de oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf wordt enerzijds de ernst van het feit tot uitdrukking gebracht en anderzijds beoogd nieuwe strafbare feiten te voorkomen.

Bewezenverklaring

Het hof verklaart bewezen dat de verdachte op 2 december 2023 te Voerendaal opzettelijk een vals geschrift, te weten een foto van een vals Brits rijbewijs, dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst.

Het hof verklaart niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Strafoplegging

Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden.

Het hof bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van 1 maand niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter later anders gelast omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^