Fraude met huurovereenkomsten en vervalste brief op naam van advocaat leidt tot straf

Rechtbank Gelderland 19 augustus 2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:4915

De rechtbank veroordeelt een man tot 11 maanden gevangenisstraf wegens meervoudige valsheid in geschrift, oplichting en verduistering. Hij vervalst huurovereenkomsten en een advocatenbrief om zichzelf financieel te bevoordelen. Daarnaast licht hij een bekende op voor 33.000 euro en eigent zich geleasede goederen toe, waaronder een auto en machines. De verdachte bekent grotendeels de feiten, maar probeert zijn handelen deels te verklaren met financiële problemen. De rechtbank acht zijn verklaringen ongeloofwaardig en rekent hem het structurele misbruik van vertrouwen zwaar aan. Civiele vorderingen van benadeelden worden niet-ontvankelijk verklaard vanwege eerdere civiele uitspraken of gebrek aan onderbouwing.

Context van de zaak

In deze strafzaak staat een man terecht die zich in meerdere perioden en in verschillende vormen schuldig maakt aan valsheid in geschrift, oplichting en verduistering. De verdachte is geboren in 1987, heeft geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland en is ten tijde van de tenlastegelegde feiten ingeschreven in Kranenburg, Duitsland. De strafzaak beslaat een reeks incidenten tussen februari 2017 en juni 2019, hoofdzakelijk gepleegd in en rondom Nijmegen.

De verdachte maakt gebruik van valse documenten en verzonnen verhalen om aanzienlijke bedragen en goederen te verkrijgen. Zo vervalst hij huurovereenkomsten en een brief van een advocatenkantoor, licht hij een bekende op voor tienduizenden euro's, en eigent hij zich leasegoederen toe, waaronder een auto, een inblaasmachine en een aanhangwagen.

De tenlastelegging

De verdachte wordt verweten dat hij zich schuldig maakt aan de volgende strafbare feiten:

  1. Valsheid in geschrift door vier huurovereenkomsten te vervalsen met valse handtekeningen van directieleden van een bedrijf.

  2. Oplichting van een bekende, door hem met behulp van verzonnen verhalen en valse documenten te bewegen tot het verstrekken van een lening van 33.000 euro.

  3. Vervalsing van een brief namens een advocatenkantoor, waarin hij ten onrechte stelt aanzienlijke vorderingen op andere bedrijven te hebben.

  4. Verduistering van een geleasede Volkswagen Golf, die hij ondanks ontbinding van de overeenkomst blijft gebruiken.

  5. Verduistering van geleasede machines, die hij na korte tijd verkoopt zonder toestemming van de eigenaar.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht alle tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. Mede gelet op de aard en ernst van de feiten, alsook het strafblad van verdachte – die in 2011 al eens is veroordeeld voor oplichting – vordert het Openbaar Ministerie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 11 maanden. Het tijdsverloop tussen de feiten en de behandeling ter terechtzitting wordt daarbij in aanmerking genomen.

Het standpunt van de verdediging

De verdachte verschijnt niet ter terechtzitting en laat zich evenmin vertegenwoordigen. Er is daarom geen formeel verweer gevoerd. Wel bevat het dossier diverse verklaringen van de verdachte tegenover de politie, waarin hij in sommige gevallen bekent, maar ook verzachtende omstandigheden aanvoert, zoals financiële problemen. De rechtbank beoordeelt deze verklaringen echter kritisch.

Het oordeel van de rechtbank

Feit 1 – Valsheid in geschrift

De rechtbank stelt vast dat de verdachte erkent vier huurovereenkomsten te hebben vervalst door de handtekeningen van leidinggevenden van een bedrijf na te maken. Nu sprake is van een bekennende verdachte, volstaat de rechtbank met een opsomming van de bewijsmiddelen. Dit feit wordt wettig en overtuigend bewezen verklaard.

Feit 2 – Oplichting

De verdachte licht een bekende op door hem met valse voorstellingen van zaken – waaronder vervalste huurovereenkomsten – te overtuigen om hem 33.000 euro te lenen voor zijn bedrijf. Ook dit feit bekent de verdachte, en wordt eveneens bewezen verklaard.

Feit 3 – Vervalsing brief

In juli 2018 vervalst de verdachte een brief met het logo van een advocatenkantoor waarin hij ten onrechte stelt aanzienlijke bedragen te zullen ontvangen. De brief is ogenschijnlijk ondertekend door een advocaat die niets met de zaak te maken heeft. De verdachte erkent de vervalsing. De rechtbank acht het feit bewezen.

Feit 4 – Verduistering van leaseauto

De verdachte leaset in 2017 een Volkswagen Golf maar betaalt niet, waarop het leasebedrijf de overeenkomst in januari 2019 beëindigt. In plaats van de auto terug te geven, blijft verdachte ermee rijden. Hij stelt dat hij de auto wilde laten repareren alvorens deze terug te brengen, maar dat wordt door de rechtbank niet geloofwaardig geacht. Ook dit feit wordt bewezen verklaard.

Feit 5 – Verduistering van machines

In 2017 least verdachte diverse machines. Hij betaalt slechts enkele maanden en verkoopt de goederen daarna zonder toestemming. Hij liegt hierover in communicatie met het incassobureau. De rechtbank acht ook dit feit bewezen en acht zijn verklaring dat hij niet wist dat dit niet mocht, ongeloofwaardig.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig maakt aan:

  • Meervoudige valsheid in geschrift (feit 1 en 3)

  • Oplichting (feit 2)

  • Twee gevallen van verduistering (feit 4 en 5)

De strafoplegging

De rechtbank acht de feiten ernstig, mede omdat verdachte opzettelijk en structureel misbruik maakt van het vertrouwen dat men in het handelsverkeer moet kunnen stellen. Hij handelt uitsluitend in zijn eigen belang, zonder acht te slaan op de schade die hij veroorzaakt bij anderen. Zijn handelen is geraffineerd en herhaald.

Gelet op de aard, ernst, herhaling van de feiten en het strafblad van verdachte, alsook het tijdsverloop sinds de feiten, acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 11 maanden passend en geboden. De straf wordt volledig ten uitvoer gelegd binnen een penitentiaire inrichting.

De civiele vorderingen

Twee benadeelde partijen dienen een vordering tot schadevergoeding in:

  • Naam 4 vordert ruim 136.000 euro. De rechtbank verklaart hem niet-ontvankelijk, nu reeds door de civiele rechter in 2019 een toewijzend vonnis is gewezen dat uitvoerbaar bij voorraad is.

  • Bedrijf 5 vordert 3.899,15 euro aan schade. Ook deze vordering wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van onderbouwing, hetgeen een onevenredige belasting van het strafproces oplevert.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^