EOM-onderzoek in Duitsland: doorzoekingen en €18 miljoen beslag in vermeende btw-carrousel met Nederlandse schakel
/Op verzoek van het Europees Openbaar Ministerie (EOM) in Frankfurt zijn op 12 mei 2026 acht doorzoekingen uitgevoerd in Duitsland en is één persoon aangehouden in een onderzoek naar een vermeende btw-carrouselfraude van €18 miljoen. De fraude zou zijn gepleegd via de handel in kleine elektronische apparaten en zich hebben uitgestrekt over Duitsland, Italië, Nederland, Portugal en Slowakije. Naast de doorzoekingen heeft het EOM beslag laten leggen ter waarde van €18 miljoen. Voor de Nederlandse bijzonder-strafrechtpraktijk is de zaak relevant omdat in de keten ook in Nederland gevestigde zogenoemde missing traders zouden zijn betrokken, hetgeen op termijn kan leiden tot strafrechtelijk onderzoek in Nederland. De zaak past in een bredere trend van EOM-onderzoeken naar grootschalige carrouselfraude waarin kleine elektronica al jaren een prominent vehikel vormt.
De feiten volgens het EOM
Volgens het persbericht van 13 mei 2026 vonden de doorzoekingen plaats op bedrijfslocaties en in opslagloodsen in de Duitse deelstaten Saarland en Saksen, alsmede op de woonadressen van vier verdachten. Een van hen, een werknemer van het onderzochte bedrijf, is aangehouden. Het EOM stelt dat het onderzochte bedrijf tussen 2019 en 2023 circa €18 miljoen aan onverschuldigde btw-teruggaven zou hebben geclaimd. De Duitse Steuerfahndung in Saarbrücken, Trier, Neustadt an der Weinstraße en Chemnitz heeft de operatie ondersteund, evenals de saarländische Landespolizeidirektion 14 en de Kriminalpolizeiinspektion van de Polizeidirektion Zwickau. Het EOM benadrukt dat de verdachten tot een eventuele veroordeling worden vermoed onschuldig te zijn, conform het vermoeden van onschuld zoals dat ook is verankerd in artikel 41 van Verordening (EU) 2017/1939.
Het juridisch mechanisme: btw-carrouselfraude en missing traders
Een btw-carrousel maakt gebruik van het feit dat intracommunautaire leveringen tussen ondernemers op grond van de Btw-richtlijn 2006/112/EG onder het nultarief vallen, terwijl binnenlandse leveringen wel btw-belast zijn. In het door het EOM geschetste scenario kocht het onderzochte bedrijf goederen in bij Duitse leveranciers en verkocht het deze door aan missing traders in Italië, Nederland, Portugal en Slowakije. Een missing trader factureert wel btw aan zijn afnemers maar draagt deze niet af aan de fiscus en verdwijnt vervolgens. Sommige Duitse leveranciers zouden volgens het EOM hebben gefunctioneerd als bufferondernemingen, met valse facturen om de werkelijke aard van de transacties te maskeren. In andere gevallen zouden facturen zijn uitgereikt voor transacties die in werkelijkheid niet hebben plaatsgevonden. Een deel van de goederen zou herhaaldelijk binnen het netwerk hebben gecirculeerd en uiteindelijk weer bij de oorspronkelijke leveranciers zijn teruggekeerd, het klassieke patroon dat aan de term carrousel zijn naam ontleent.
Bevoegdheid van het EOM: artikel 22 Verordening 2017/1939
De bevoegdheid van het EOM in deze zaak vloeit voort uit artikel 22 lid 1 van Verordening (EU) 2017/1939, gelezen in samenhang met artikel 3 lid 2 sub d van de PIF-richtlijn (Richtlijn (EU) 2017/1371). Het EOM is bevoegd ten aanzien van ernstige inbreuken op het gemeenschappelijk btw-stelsel die het grondgebied van twee of meer lidstaten raken en een totale geraamde schade van ten minste €10 miljoen veroorzaken. De huidige zaak voldoet aan beide criteria, met een schade van €18 miljoen en betrokkenheid van vijf lidstaten. De Nederlandse rechtbank Rotterdam heeft in haar uitspraak van 28 mei 2025 bevestigd dat het EOM bij die toets terughoudend mag worden gecontroleerd door de nationale rechter en dat cross-matching reports tussen lidstatelijke onderzoeken kunnen onderbouwen dat het drempelbedrag wordt gehaald. Die zaak gold als de eerste Nederlandse veroordeling in een door het EOM aangebrachte btw-fraudezaak.
Nederlandse aanknopingspunten
De vermelding van Nederland als locatie van een of meer missing traders is voor de Nederlandse praktijk de meest in het oog springende component. Het EOM heeft in Nederland gedelegeerd Europese aanklagers en kan op grond van zijn evocatierecht (artikel 27 Verordening 2017/1939) een Nederlands deel van het onderzoek naar zich toetrekken. In een uiteindelijke Nederlandse vervolging zou in beginsel artikel 69 lid 2 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in beeld komen, dat het opzettelijk onjuist of onvolledig doen van belastingaangifte strafbaar stelt indien dat ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven. Daarnaast kan, afhankelijk van de feiten, artikel 225 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht (valsheid in geschrift, bijvoorbeeld voor valse facturen) en artikel 140 Sr (deelname aan een criminele organisatie) aan de orde komen. Het vervolgingsmonopolie van artikel 69 lid 4 AWR, dat een vervolging op basis van artikel 225 lid 2 Sr uitsluit voor zover hetzelfde feit op grond van artikel 69 AWR kan worden vervolgd, blijft een terugkerend twistpunt in dit soort zaken. Bewijsrechtelijk speelt verder de discussie over de wetenschap bij de leverancier dat zijn afnemer een missing trader is, een vraagstuk dat onder meer aan de orde was in de vrijspraak van Rechtbank Amsterdam van 22 april 2022.
Het bredere handhavingsbeeld
Het Frankfurter onderzoek staat niet op zichzelf. Uit het EOM-jaarverslag 2025 blijkt dat het EOM eind 2025 in totaal 3.602 actieve onderzoeken voerde, waarvan 981 zaken betreffen btw- en douanefraude met een geraamde schade van €45,01 miljard, ongeveer twee derde van de totale schade onder onderzoek. Het aantal tenlasteleggingen steeg in 2025 met 34% tot 275, en rechters wezen freezing orders toe ter waarde van €1,13 miljard. Kleine elektronica behoort, samen met textiel, voertuigen en e-bikes, tot de productcategorieën die het meest worden aangetroffen in EOM-onderzoeken. Het patroon dat in Frankfurt wordt beschreven, een combinatie van bufferondernemingen, valse facturen en goederen die door de keten circuleren, is herkenbaar uit eerdere EOM-onderzoeken zoals de operatie Admiral.
Afsluiting
Het door het EOM in Frankfurt geleide onderzoek illustreert hoe een grensoverschrijdend btw-fraudeonderzoek in de praktijk vorm krijgt: parallelle doorzoekingen, gerichte beslagleggingen en samenwerking tussen meerdere lidstatelijke fiscale en politiediensten onder centrale coördinatie. Voor de Nederlandse strafrechtpraktijk is van belang dat de zaak een vervolg kan krijgen in Nederland, gezien de gestelde rol van Nederlandse missing traders. Of, en zo ja in welke vorm, daadwerkelijk een Nederlands strafrechtelijk traject volgt, zal moeten blijken. Alle betrokkenen worden tot dat moment vermoed onschuldig te zijn.
