Eigen dood in scene gezet met valse akten en vervolgens gemeenteambtenaren bedreigd: 120 dagen gevangenisstraf waarvan grotendeels voorwaardelijk

Rechtbank Gelderland 9 maart 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:1773

De rechtbank Gelderland veroordeelt een man voor tweemaal valsheid in geschrift, poging tot oplichting en tweemaal bedreiging. De verdachte zet zijn eigen dood in scene door valse akten op te maken, waaronder een geboorteakte, notariele verklaring, artsverklaring van overlijden en nalatenschapsverklaringen, om vervolgens onder een valse Spaanse identiteit een nieuw burgerservicenummer te verkrijgen. De poging tot oplichting van de gemeente Enschede mislukt doordat de overlijdensakte niet daadwerkelijk wordt afgegeven. De verdachte bedreigt later medewerkers van de gemeente Almelo met een AK-47 en dreigt bij zijn buurvrouw de gaskraan open te zetten, wat hij vervolgens ook doet. De rechtbank houdt rekening met de ernstige borderline persoonlijkheidsstoornis van de verdachte en rekent de feiten in verminderde mate toe. De straf bedraagt 120 dagen gevangenisstraf waarvan 103 dagen voorwaardelijk, met uitgebreide bijzondere voorwaarden gericht op behandeling, begeleid wonen, dagbesteding en schuldhulpverlening.

Inleiding en context

De rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, veroordeelt een in 1995 in Roemenie geboren man voor een reeks strafbare feiten die in de zomer van 2025 zijn gepleegd. De zaak omvat twee gevoegde parketnummers en betreft in de kern een opmerkelijk feitencomplex: de verdachte maakt meerdere officiele documenten valselijk op om zijn eigen overlijden te fingeren, probeert vervolgens onder een valse Spaanse identiteit een nieuw burgerservicenummer te verkrijgen en bedreigt in een later stadium medewerkers van de gemeente Almelo en een buurvrouw. De verdachte is bijgestaan door zijn raadsvrouw en het vonnis is gewezen op tegenspraak. Uit de rapportages blijkt dat bij de verdachte sprake is van ernstige psychische problematiek die een centrale rol speelt in zowel het delictgedrag als de straftoemeting. De verdachte is eerder in 2025 tweemaal veroordeeld voor bedreiging.

Tenlastelegging en wettelijk kader

Onder het eerste parketnummer (08-173177-25) wordt de verdachte verweten dat hij zich driemaal schuldig heeft gemaakt aan strafbare feiten. Ten eerste betreft het valsheid in geschrift als bedoeld in artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht: de verdachte maakt op 3 juni 2025 te Zwolle een geboorteakte, een notariele verklaring en een akte valselijk op, waarin hij de persoonsgegevens van een niet-bestaand Spaans persoon opneemt, alsmede de naam van een fictieve notaris en een niet-bestaand notariskantoor. Het oogmerk is deze documenten als echt en onvervalst te gebruiken om zich onder de valse identiteit in te schrijven in het register niet-ingezetenen en een burgerservicenummer te verkrijgen. Ten tweede wordt de verdachte een poging tot oplichting in de zin van artikel 326 juncto artikel 45 van het Wetboek van Strafrecht verweten. In de periode van 28 mei tot en met 3 juni 2025 probeert hij medewerkers van de gemeente Enschede te bewegen tot afgifte van een uittreksel van overlijden dan wel een overlijdensakte. Hij doet zich daarbij voor als medewerker van een uitvaartkantoor, maakt een valse artsverklaring van overlijden op, verstuurt deze naar de gemeente, maakt een valse aangifte van overlijden en nalatenschapsverklaringen op, gebruikt een vals e-mailadres, doet zich schriftelijk voor als advocaat en notaris, meldt zich aan de balie van het gemeentehuis en belt meermalen naar het gemeentehuis. De uitvoering van dit misdrijf wordt niet voltooid. Ten derde wordt de verdachte opnieuw valsheid in geschrift verweten voor het in dezelfde periode valselijk opmaken van de aangifte van overlijden, nalatenschapsverklaringen en een artsenverklaring, wederom met vermelding van de fictieve notaris en het niet-bestaande kantoor.

Onder het tweede parketnummer (05-231893-25) wordt de verdachte verweten dat hij op 25 augustus 2025 te Almelo het slachtoffer en medewerkers van de gemeente Almelo heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht als bedoeld in artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht. Daarnaast wordt hem verweten dat hij op 1 en 2 september 2025 te Doetinchem zijn buurvrouw heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, met zware mishandeling, met een misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen ontstaat, en met brandstichting, door te dreigen de gaskraan open te zetten en dit vervolgens daadwerkelijk te doen.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie stelt dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle tenlastegelegde feiten. De officier van justitie vordert een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met aftrek van voorarrest en een proeftijd van drie jaren, met de bijzondere voorwaarden zoals de reclassering heeft geadviseerd en dadelijke uitvoerbaarheid daarvan. Ten aanzien van een eerdere voorwaardelijke veroordeling door de politierechter vordert de officier van justitie aanvankelijk tenuitvoerlegging, maar wijzigt dit ter zitting naar een verzoek tot verlenging van de proeftijd met een jaar.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw voert geen bewijsverweer. Zij verzoekt de rechtbank aan de verdachte uitsluitend een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met daaraan gekoppelde bijzondere voorwaarden. Zij verzoekt daarbij specifiek om Inforsa op te nemen als zorgverlener voor ambulante behandeling. Daarnaast pleit de raadsvrouw voor dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden. Ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging bepleit de raadsvrouw eveneens verlenging van de proeftijd, onder meer omdat de verdachte op dat moment niet in staat zou zijn een taakstraf uit te voeren.

Oordeel van het gerecht

De rechtbank stelt vast dat sprake is van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering en volstaat daarom bij alle feiten met een opgave van de bewijsmiddelen. Het bewijs steunt telkens op processen-verbaal van aangifte, processen-verbaal van bevindingen en de verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 2 maart 2026. Ten aanzien van de poging tot oplichting legt de rechtbank de tenlastelegging aldus uit dat onder het bewegen tot afgifte van een uittreksel van overlijden of overlijdensakte wordt verstaan het bewegen tot afgifte daarvan door de gemeente aan de verdachte. Nu van daadwerkelijke afgifte geen sprake is, kwalificeert de rechtbank het feit als poging tot oplichting. De rechtbank acht alle vijf de tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen op grond van de verklaring van de verdachte in samenhang met de processen-verbaal uit beide dossiers.

In haar strafmotivering overweegt de rechtbank dat de verdachte ernstige inbreuk heeft gemaakt op het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer in officiele documenten moet kunnen worden gesteld. De verdachte heeft dit vertrouwen ondermijnd door uitsluitend oog te hebben voor zijn eigen belangen. De bedreigingen hebben gevoelens van angst en onveiligheid opgewekt bij gemeenteambtenaren en omwonenden. Het openzetten van de gaskraan, hoewel door de verdachte gepresenteerd als een schreeuw om hulp, getuigt van onvoldoende besef van de gevolgen voor de veiligheid van anderen. De rechtbank neemt kennis van het Pro Justitia-rapport van 11 november 2025, waaruit blijkt dat bij de verdachte sprake is van een ernstige borderline persoonlijkheidsstoornis met zelfdestructieve en narcistische afweer, mede voortkomend uit een ontwikkelingsachterstand en vroege hechtingsproblematiek. De psycholoog constateert met name een verband tussen de persoonlijkheidsstoornis en de bedreigingen en adviseert de feiten in verminderde mate toe te rekenen. Behandeling binnen een forensische GGZ-instelling wordt aangewezen geacht. Het reclasseringsrapport van 24 februari 2026 signaleert een delictpatroon van inadequaat oplossen van persoonlijke problemen door middel van strafbaar gedrag, met problemen op praktisch alle leefgebieden.

Bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan:

  • valsheid in geschrift door het valselijk opmaken van een geboorteakte, notariele verklaring en akte met valse persoonsgegevens en verwijzingen naar een fictieve notaris en een niet-bestaand notariskantoor (feit 1, parketnummer 08-173177-25)

  • poging tot oplichting van medewerkers van de gemeente Enschede door zich voor te doen als medewerker van een uitvaartkantoor, advocaat en notaris, en door het gebruik van valse documenten en e-mailadressen om afgifte van een overlijdensakte te bewerkstelligen (feit 2, parketnummer 08-173177-25)

  • valsheid in geschrift door het valselijk opmaken van een aangifte van overlijden, nalatenschapsverklaringen en een artsenverklaring (feit 3, parketnummer 08-173177-25)

  • bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht van een medewerker en andere medewerkers van de gemeente Almelo (feit 1, parketnummer 05-231893-25)

  • bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, met een misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen ontstaat, en met brandstichting van een buurvrouw door te dreigen de gaskraan open te zetten en dit daadwerkelijk te doen (feit 2, parketnummer 05-231893-25)

Strafoplegging en maatregelen

De rechtbank legt een gevangenisstraf op van 120 dagen, waarvan 103 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. Het onvoorwaardelijke deel bedraagt daarmee 17 dagen, met aftrek van voorarrest. De rechtbank weegt in strafverminderende zin mee dat de verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is ten tijde van het plegen van de delicten, maar benadrukt dat hij niet volledig ontoerekeningsvatbaar is en dus deels strafbaar blijft. Aan het voorwaardelijk deel worden uitgebreide bijzondere voorwaarden verbonden: een meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling bij Transfore, Trajectum, Inforsa of een soortgelijke zorgverlener gericht op de psychische problematiek met eventuele medicatie, verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, inspanning voor het vinden en behouden van dagbesteding, en het geven van inzicht in financien met medewerking aan schuldhulpverlening indien nodig. De voorwaarden en het reclasseringstoezicht worden dadelijk uitvoerbaar verklaard, omdat ernstig rekening moet worden gehouden met recidive en een deel van de feiten gericht is tegen de veiligheid van personen en goederen. De rechtbank komt tot een lagere straf dan de eis van de officier van justitie, omdat naast het deels onvoorwaardelijke deel een aanzienlijk pakket aan voorwaarden wordt opgelegd met een proeftijd van drie jaar en de feiten verminderd aan de verdachte kunnen worden toegerekend. Ten aanzien van een eerdere voorwaardelijke veroordeling door de politierechter van 9 juli 2025 beveelt de rechtbank gedeeltelijke tenuitvoerlegging van 40 uren taakstraf, met vervangende hechtenis van 20 dagen.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^