Advocaat komt verplichtingen uit Wwft niet na: schending kernwaarden integriteit en deskundigheid

Hof van Discipline 's Gravenhage 8 september 2023, ECLI:NL:TAHVD:2023:158

Het dekenbezwaar houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. De deken verwijt verweerder het volgende.

a) Verweerder heeft klager gedurende ruim twee jaar in de waan gelaten dat er een procedure aanhangig was bij de kantonrechter over een loonvordering, terwijl in werkelijkheid de dagvaarding niet was uitgebracht. Hierdoor heeft verweerder de kernwaarde integriteit (artikel 10a lid 1 sub d Advocatenwet) geschonden.

b) Verweerder heeft in de zaak P. B.V. diverse verplichtingen uit hoofde van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (hierna: Wwft) niet nageleefd en meegewerkt aan een ongebruikelijke transactie. Ook heeft verweerder in dit dossier de kernwaarden integriteit (artikel 10a lid 1 sub d Advocatenwet) en deskundigheid (artikel 10a lid 1 sub c Advocatenwet) geschonden.

Overwegingen raad

​​​​​​​Verweerder heeft het verwijt dat hem door klager en door de deken onder bezwaar a) wordt gemaakt erkend. De raad heeft de klacht en het bezwaar op deze punten dus gegrond verklaard.

​​​​​​​Ten aanzien van bezwaar b) heeft de raad het volgende overwogen:

De raad overweegt als volgt. De Wwft is gelet op artikel 1a lid 4 onder c sub iv Wwft van toepassing op het als advocaat advies geven of bijstand verlenen bij het verkopen van aandelen in vennootschappen. De Wwft is dan ook van toepassing op de zaak P. B.V. Dat verweerder in de conceptkoopovereenkomst een verkeerde naam als verkopende partij heeft vermeld doet hieraan niet af. Niet is in geschil dat verweerder geen cliëntenonderzoek heeft gedaan als bedoeld in artikel 2a lid 1 Wwft en geen risicoprofiel als bedoeld in artikel 3 lid 2 sub d Wwft en artikel 3 lid lid 8 Wwft heeft vastgesteld. Evenmin is in geschil dat verweerder niet heeft onderzocht of er sprake was van een ongebruikelijke transactie als bedoeld in artikel 16 Wwft. Met de deken is de raad van oordeel dat daarvoor wel degelijk indicatoren waren. Ook is niet in geschil dat verweerder geen maatregelen heeft genomen om zijn risico’s op witwassen en financieren van terrorisme vast te stellen en te beoordelen als bedoeld in artikel 2b lid 1 Wwft en hij de ongebruikelijke transactie in strijd met artikel 16 Wwft niet heeft gemeld aan de FIU terwijl hij dat wel had moeten doen. Op de zitting van de raad heeft verweerder verklaard dat hij dit alsnog zal doen. 

De conclusie uit het voorgaande is dat verweerder verschillende bepalingen uit de Wwft niet heeft nageleefd en heeft meegewerkt aan een ongebruikelijke transactie. Hiermee heeft verweerder tevens de kernwaarden integriteit en deskundigheid geschonden. Ook bezwaaronderdeel b) is daarom gegrond.

Beroepsgronden

​​​​​​​Verweerder komt in hoger beroep op tegen de door de raad opgelegde maatregel van schrapping van het tableau.

​​​​​​​Verweerder kan zich wel verenigen met het tuchtrechtelijk verwijt dat hem wordt gemaakt, maar niet met de opgelegde maatregel. Verweerder heeft in beroep persoonlijke omstandigheden aangevoerd die volgens hem leiden tot de conclusie dat de maatregel van schorsing in de uitoefening van de praktijk een passender maatregel is.

​​Beoordeling in beroep

Het hof is evenals de raad van oordeel dat gelet op de aard en ernst van het tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van verweerder de maatregel van schrapping passend is.

Verweerder heeft in deze zaak een cliënt langdurig voorgehouden dat een procedure aanhangig was, terwijl dat niet zo was. Het hof constateert dat verweerder zijn eigen cliënt gedurende lange tijd heeft voorgelogen en steeds beloftes heeft gedaan die hij niet is nagekomen. Klager heeft hierdoor aanzienlijk nadeel ondervonden. Verweerder heeft door bij klager het voeren van een procedure voor te wenden in strijd gehandeld met de kernwaarden partijdigheid, deskundigheid en integriteit, zoals opgenomen in art. 10a lid 1 Advocatenwet.

Verweerder is daarnaast zijn verplichtingen uit de Wwft niet nagekomen. Ook op dit punt heeft verweerder de kernwaarden integriteit en deskundigheid geschonden.

Deze schendingen zijn tuchtrechtelijk verwijtbaar.

Verweerder stelt dat hij met bijstand van coaches zijn praktijkvoering heeft verbeterd en dat hij werkt aan zijn persoonlijke problemen. Hoewel verweerder dit heeft gestaafd met verslagen van een van zijn coaches, brengt dit het hof niet tot de overtuiging dat verweerder nog een kans verdient. Zijn gedragingen in relatie tot klager zijn daarvoor te ernstig. Verder heeft verweerder in onvoldoende mate inzichtelijk gemaakt hoe hij zijn eigen houding en de daarmee samenhangende praktijkvoering wenst te verbeteren, zodat er geen vertrouwen is dat er zicht is op daadwerkelijke verbetering. De tuchtrechter heeft bovendien verweerder al in 2012 voor een vergelijkbare gedraging voor 12 maanden geschorst, waarvan zes maanden voorwaardelijk. Dit heeft verweerder er kennelijk niet van weerhouden om nogmaals de fout in te gaan. 

Daar komt bij dat verweerder niet voortvarend is omgegaan met zijn aansprakelijkheid voor de schade die hij klager heeft toegebracht. Verweerder heeft eerst geweigerd om zijn verzekeraar in te schakelen omdat een aansprakelijkstelling ontbrak. Toen klager op 15 november 2022 een aansprakelijkstelling stuurde, duurde het nog tot 24 januari 2023 voordat de aansprakelijkstelling aantoonbaar was gemeld bij de verzekeringsmakelaar. Onbekend is wat er sindsdien vanuit de verzekeraar is gebeurd; ter zitting van het hof kon verweerder hierover geen duidelijkheid verschaffen, terwijl dat wel op zijn weg had gelegen. Wel is bekend dat verweerder zelf niets heeft ondernomen om klager (gedeeltelijk) schadeloos te stellen, terwijl niet in geschil is dat verweerder klagers belangen heeft geschaad. De wijze waarop verweerder is omgegaan met de aansprakelijkstelling en met de schade die hij klager heeft aangedaan, staat haaks op zijn stelling dat hij zijn leven wil beteren.  

Verweerder heeft op de zitting bij het hof, net als bij de raad, weinig blijk gegeven de ernst van zijn handelen werkelijk in te zien en te begrijpen wat zijn (niet) handelen voor een gevolgen heeft gehad voor klager.

Verweerder heeft de kernwaarden partijdigheid, integriteit en deskundigheid meermaals geschonden. Met zijn gedragingen heeft hij niet alleen het vertrouwen van klager beschaamd, maar ook het vertrouwen in de advocatuur. Het hof zal gelet op dit alles de maatregel van schrapping van het tableau bekrachtigen.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^