Opmaken en versturen valse documenten naar FIOD om eerder “onguur handelen” te verhullen. Geen direct benadelingsbedrag, rechtbank sluit voor LOVS-richtlijnen aan bij grootte van toegedekte betaling.
/Rechtbank Amsterdam 3 februari 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:1063
Voor de rechtbank is vast komen te staan dat verdachte samen met persoon 2 respectievelijk persoon 1 een geschrift – namelijk de ten laste gelegde bijlage respectievelijk de begeleidende brief – valselijk heeft opgemaakt om te dienen als bewijs van en verklaring voor de betaling van $ 90.000,- op de rekening van persoon 4 en persoon 5. Beide geschriften zijn om die reden door verdachte, via een advocaat, verstrekt aan de FIOD en daarmee opzettelijk als echt en onvervalst gebruikt en afgeleverd. Bij het opmaken van de valse geschriften was het oogmerk van verdachte en persoon 2 of persoon 1 daar ook op gericht. Inherent aan het handelen van verdachte en persoon 2 dan wel persoon 1 is dat zij het valse geschrift voorhanden hebben gehad, terwijl zij wisten dat het was bestemd voor gebruik als ware het echt en onvervalst.
