Veroordeling voor valselijk opmaken grondgebruikersverklaringen en vervoersbewijzen dierlijke meststoffen

Rechtbank Overijssel 25 april 2019, ECLI:NL:RBOVE:2019:1452

De rechtbank Overijssel veroordeelt een rechtspersoon tot een voorwaardelijke geldboete van 4500 euro met een proeftijd van 1 jaar voor valsheid in geschrifte, het medeplegen van valsheid in geschrifte en het opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift. Het bedrijf heeft zogenoemde grondgebruikersverklaringen en vervoersbewijzen dierlijke meststoffen valselijk opgemaakt. Met deze valse documenten stelde zij zich in staat om een grotere hoeveelheid mest te verantwoorden dan waartoe zij op grond van haar werkelijke grondgebruik gerechtigd was.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG over medeplichtigheid

Parket bij de Hoge Raad 23 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:412

Art. 48 Sr stelt buiten twijfel dat voor medeplichtigheid opzet is vereist: louter het opzettelijk behulpzaam zijn bij het plegen van een misdrijf en het opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaffen tot het plegen van dit misdrijf, leveren medeplichtigheid op. Voorwaarde voor strafbare medeplichtigheid is dat niet alleen wordt bewezen dat verdachtes opzet was gericht op – in dit geval – het verschaffen van gelegenheid als bedoeld in art. 48, aanhef en onder 2˚, Sr, maar tevens dat verdachtes opzet was gericht op het door de dader(s) gepleegde misdrijf.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vordering benadeelde partij: kosten voor werkzaamheden van familielid van benadeelde om oplichting aan het licht te brengen en schade te beperken rechtstreekse schade

Parket bij de Hoge Raad 23 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:381

In het middel wordt gesteld dat het hof, ondanks dat de vorderingen van de benadeelde partijen in hoger beroep in het geheel niet zijn betwist, deze ambtshalve had moeten afwijzen omdat de aangevoerde materiële schade (kosten voor werkzaamheden van familielid van een van de benadeelden om de oplichting aan het licht te brengen en schade te beperken) niet kan worden aangemerkt als rechtstreekse schade ten gevolge van het strafbare feit en ook overigens onvoldoende is onderbouwd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak van het doen van onjuiste belastingaangifte: verdachte in ten laste gelegde periode niet in Nederland belastingplichtig

Rechtbank Amsterdam 23 april 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:2895

Verdachte wordt vrijgesproken van het doen van onjuiste belastingaangifte. Niet kan worden bewezen dat verdachte in de ten laste gelegde periode in Nederland belastingplichtig was. Hij wordt wel veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf voor gewoontewitwassen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ontvankelijkheid in hoger beroep: conclusie AG over betekenis mededelingen van griffie

Parket bij de Hoge Raad 16 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:391

In art. 450, derde lid, Sv is de praktijk gecodificeerd dat een aan de griffie gestuurde brief van de verdachte waaruit blijkt dat hij een rechtsmiddel wil aanwenden, op grond van art. 450, eerste lid, onder b, Sv moet worden aangemerkt als een aan een griffieambtenaar gegeven bijzondere schriftelijke volmacht tot instelling van een rechtsmiddel.3 Ook een advocaat kan door middel van een brief – waaronder ook een fax en een bijlage bij een e-mail - een rechtsmiddel doen instellen. Het rechtsmiddel wordt in dat geval door de griffiemedewerker ingesteld, die daartoe van een advocaat een schriftelijke volmacht verleend heeft gekregen om namens de verdachte een rechtsmiddel in te stellen.

Read More
Print Friendly and PDF ^