Hoge Raad 15 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:716
Het middel klaagt over het oordeel van de Rechtbank dat geen sprake is van overschrijding van de redelijke termijn, in het bijzonder over het oordeel van de Rechtbank dat de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn pas is aangevangen met de betekening van de vordering van de Officier van Justitie als bedoeld in art. 18, eerste lid, Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen (WOTS) tot het verlenen van verlof tot de tenuitvoerlegging van de door de Duitse rechter aan de veroordeelde opgelegde vrijheidsbenemende sanctie.
Read More