HR: Ook getuigen die niet bij tenlastegelegde aanwezig zijn geweest kunnen voor verdediging wel van belang zijn

Hoge Raad 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1208

Het Hof heeft het verzoek om de in de appelschriftuur genoemde personen als getuige te horen afgewezen op de grond dat dit verzoek onvoldoende is gemotiveerd. Mede in aanmerking genomen hetgeen door de verdediging aan dat verzoek ten grondslag is gelegd is dat oordeel niet begrijpelijk.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Mogelijkheid instellen van beroep in cassatie door benadeelde partij?

Hoge Raad 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1277

Art. 421, vierde lid, Sv voorziet in het instellen van hoger beroep door een benadeelde partij tegen de afwijzing van haar vordering door de rechter in eerste aanleg indien noch de verdachte noch het openbaar ministerie hoger beroep heeft ingesteld. De wet bevat geen regeling ten aanzien van het instellen van beroep in cassatie door een benadeelde partij indien haar vordering door de appelrechter in het strafgeding niet-ontvankelijk is verklaard dan wel is afgewezen en noch de verdachte noch het openbaar ministerie cassatieberoep heeft ingesteld

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR over ondervragingsrecht ex art 6 EVRM & steunbewijs bij getuige die zich verschoont

Hoge Raad 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1016

Het middel klaagt dat het hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd heeft geoordeeld dat het gebruik voor het bewijs van de verklaringen van medeverdachte betrokkene 1 geen schending oplevert van art. 6 lid 3 EVRM. Met een beroep op de zaken Schatschaschwili tegen Duitsland (EHRM 15 december 2015, nr. 9154/10) en Gökbulut tegen Turkije (EHRM 29 maart 2016, nr. 7459/04) wordt betoogd dat deze verklaringen ‘decisive’ zijn voor de bewezenverklaring.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Maximumduur vervangende hechtenis bij oplegging meerdere schadevergoedingsmaatregelen

Hoge Raaf 27 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1284

Ingevolge art. 36f, achtste lid, in verbinding met art. 24c, eerste lid, Sr dient de rechter bij het opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van een som gelds ten behoeve van het slachtoffer voor het geval dat noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, te bevelen dat vervangende hechtenis zal worden toegepast. Die vervangende hechtenis mag in een geval als het onderhavige waarin sprake is van samenloop als bedoeld in art. 57 Sr, op grond van art. 60a in verbinding met art. 24c, derde lid, Sr voor de beide betalingsverplichtingen gezamenlijk ten hoogste een jaar bedragen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Profijtontneming & Reikwijdte art. 74 Awr

Hoge Raad 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1229

Het middel klaagt dat het oordeel van het hof dat het bepaalde in art. 74 Algemene wet inzake rijksbelastingen in de weg staat aan het ontnemen van wederrechtelijk verkregen voordeel ter zake van eventueel financieel verkregen voordeel dat de betrokkene door het opzettelijk onjuist doen van belastingaangiften zou hebben genoten, van een onjuiste rechtsopvatting getuigt dan wel dat dit oordeel niet zonder meer begrijpelijk is.

Read More
Print Friendly and PDF ^