Laatste woord alleen beperken als verdachte in herhaling zal vallen, daarvan moet wel uit p-v blijken
/Hoge Raad 30 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:972
Het Hof is bij zijn beslissing om de verdachte tijdens het voeren van het laatste woord het woord te ontnemen kennelijk uitgegaan van de vooronderstelling dat hetgeen de verdachte verder wilde aanvoeren slechts nodeloze herhalingen zou bevatten van aspecten die reeds bij de behandeling van de zaak aan de orde zijn geweest. Op welke feiten en omstandigheden die veronderstelling is gebaseerd blijkt niet uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep, terwijl daaruit evenmin blijkt dat de verdachte na de onderbreking door de voorzitter nog in de gelegenheid is gesteld het woord te voeren. Daarom lijdt het onderzoek in hoger beroep aan nietigheid.
Read More