Geen strafrechtelijke vervolging Gomarus Scholengemeenschap

Gerechtshof Den Haag 28 september 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:1870

De beklagkamer van het gerechtshof Den Haag heeft het beklag van enkele oud-leerlingen van de school en van COC Nederland over het niet vervolgen van de Gomarus Scholengemeenschap afgewezen. Klagers hadden aangifte gedaan van discriminatie tegen homoseksuele leerlingen en homoseksuele personeelsleden op de school in de periode 2016-2021. Daarnaast hadden ze aangifte gedaan van wederrechtelijke vrijheidsberoving en dwang tegen één van de klagers, gepleegd in oktober 2016. Het Openbaar Ministerie heeft, gelet op gewijzigde omstandigheden, besloten de zaak met een zogeheten beleidssepot af te doen. Het hof acht een vervolging nu niet meer op zijn plaats. Het incident heeft zich ruim zes jaar geleden voorgedaan. Verder is met klaagster in 2019 een vaststellingsovereenkomst gesloten, waarin de Gomarus haar een schadevergoeding heeft toegekend ten behoeve van de schade die er bij klaagster is ontstaan als gevolg van dat incident. Tot slot hebben beklaagden vanwege de gerezen negatieve publiciteit het nodige over zich heen gekregen. Tegen deze achtergrond zou een strafvervolging voor dwang de beklaagden onevenredig zwaar treffen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vervolging hoofdaannemer na bedrijfsongeval met dodelijke afloop: verdachte heeft niet voldaan aan veiligheidseisen m.b.t. werkzaamheden waarbij evident valgevaar bestond

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 29 juni 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:5500

Een hoofdaannemer (rechtspersoon) wordt vervolgd na een bedrijfsongeval met dodelijke afloop. Het hof is, net als de rechtbank, van oordeel dat verdachte niet heeft voldaan aan verschillende veiligheidseisen/voorschriften met betrekking tot werkzaamheden waarbij evident valgevaar van grote hoogte bestond. Het hof benadrukt daarbij dat een en ander heeft kunnen gebeuren, omdat de toezichthouder niet bij die werkzaamheden aanwezig was. Het hof is daarnaast van oordeel dat verdachte nalatig is geweest wat betreft het maken van een risicoanalyse, het voldoende instrueren van medewerkers en het houden van voldoende toezicht op de werkzaamheden en de kwaliteit van de arbeidsmiddelen. Volgens het hof kan het ongeval worden toegerekend aan deze combinatie van verzuimen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Wetenschap veroordeling medeverdachte onvoldoende voor vaststellen voorwaardelijk opzet verdachte

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 29 november 2021, ECLI:NL:GHSHE:2021:3574

Het hof spreekt de verdachte in deze zaak vrij van het medeplegen van het opzettelijk invoeren, doorvoeren, verkopen, uitdelen, te koop aanbieden, afleveren en/of in voorraad hebben van valse merkkleding en valse merkschoenen, dan wel medeplichtigheid daaraan door het huren van de opslagruimte en het inschrijven van het bedrijf bij de Kamer van Koophandel. Er zijn onvoldoende feiten en omstandigheden waaruit afgeleid zou kunnen worden dat verdachtes opzet, al dan niet in voorwaardelijke vorm, was gericht op het in de tenlastelegging beschreven misdrijf. De door de advocaat-generaal ter terechtzitting genoemde omstandigheid dat de verdachte wist dat medeverdachte eerder was veroordeeld voor de verkoop van valse kleding brengt nog niet mee dat de verdachte met voorwaardelijk- opzettelijk heeft gehandeld.

Read More
Print Friendly and PDF ^

6 jaar gevangenisstraf voor internationale fraude met beleggingen in levensverzekeringen

Gerechtshof Amsterdam 19 april 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:1197

De verdachte heeft zich samen met medeverdachte 1 en 2, vanaf 1 januari 2007 tot en met 27 september 2011 schuldig gemaakt aan een grootschalig piramidespel, waarbij zij slachtoffers een bedrag van in totaal ten minste € 162.258.000290 afhandig hebben gemaakt. Zij deden dit door te garanderen dat de slachtoffers hun ingelegde geld op de einddatum terug zouden krijgen en een fors rendement zouden behalen. Dat gebeurde lange tijd ook, waarbij voor de deelnemers verborgen bleef dat dit met de inleg van de andere deelnemers gebeurde.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Misbruik van de herinvesteringsreserve: verwerping verweer dat een na ambtshalve aanslag ingediende aangifte geen bewijsbestemming heeft

Gerechtshof Amsterdam 21 juli 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:2288

De verdachte heeft zich gedurende een periode van zeven jaar schuldig gemaakt aan het misleiden van de Belastingdienst, door herhaaldelijk gebruik te maken van zogenoemde HIR-constructies. Hij heeft daarbij ook anderen aangezet tot belastingfraude. De verdachte had de beschikkingsmacht over verschillende vennootschappen, maakte gebruik van stromannen en fingeerde onroerend goed transacties. Zodoende heeft hij het op geraffineerde wijze doen voorkomen dat, voorafgaand aan een aandelenoverdracht, een vennootschap had voldaan aan haar plicht tot herinvestering. In dat kader heeft hij meermalen valsheid in geschrift gepleegd en verschillende belastingaangiften onjuist, onvolledig of in het geheel niet gedaan. Hij heeft de beschreven constructies gefaciliteerd met als doel zichzelf financieel te bevoordelen en een juiste fiscale afrekening door de belastingplichtige vennootschappen te frustreren.

Read More
Print Friendly and PDF ^