Strafrechtelijke relevantie overtreding Wet gewasbeschermingsmiddelen & ontvankelijkheid OM
/Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 juli 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:6753
Read MoreGerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 juli 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:6753
Read MoreGerechtshof Amsterdam 18 juni 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:2028
In het onder 2 ten laste gelegde is opgenomen waartoe benadeelde 7 en benadeelde 6 zijn bewogen, namelijk het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, te weten een bankrekeningnummer en/of het pinnen van één of meerdere geldbedragen. De daaraan voorafgaande verrichte oplichtings-handelingen, de handelingen waardoor benadeelde 7 en benadeelde 6 zouden zijn bewogen, zijn slechts in de algemene termen zoals die in art. 326 Sr zijn opgenomen beschreven. Een omschrijving van de feitelijke oplichtingshandelingen ontbreekt in de tenlastelegging.
Read MoreGerechtshof Amsterdam 18 juni 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:2029
Nu het openbaar ministerie heeft verzuimd een tenlastelegging op te maken waarin de feitelijke handelingen zijn omschreven op grond waarvan Naam 7 en Naam 6 zijn bewogen tot afgifte van onder andere hun rekeningnummer, is het hof van oordeel dat de dagvaarding wat betreft het onder 2 tenlastegelegde nietig dient te worden verklaard.
Read MoreGerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28 augustus 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:6842
De raadsman heeft betoogd dat de vordering van de advocaat-generaal moet worden afgewezen. Daartoe heeft hij aangevoerd dat het bedrijf van verdachte op dit moment volledig stil ligt. Verdachte heeft geen runderen meer en hij is ook niet van plan om nog bedrijfsmatig vee te gaan houden. Volgens de raadsman is daarom thans geen sprake van een spoedeisend belang dat onmiddellijk ingrijpen vereist en dient de gevorderde verlenging van de stillegging van de onderneming geen enkel redelijk doel.
Read MoreGerechtshof Amsterdam 23 april 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:1407
Het hof is van oordeel dat niet met een voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat de verdachte opzet, ook niet in voorwaardelijke zin, had op de wederrechtelijkheid toe-eigening van de Windows mini pc, dit omdat het (voorwaardelijk) opzet in de onderhavige zaak niet louter kan worden afgeleid uit de enkele omstandigheid dat de verdachte geen onderzoek heeft gedaan naar toepasselijke regelgeving.
Read More