'Nóg een wet computercriminaliteit?'

Naar aanleiding van de Richtlijn aanvallen op informatie systemen heeft het kabinet een wetsvoorstel gemaakt ter implementatie van de richtlijn. Jan-Jaap Oerlemans staat op zijn blog kort stil bij de inhoud van het wetsvoorstel en plaatst daar enkele kanttekeningen bij.

Strafverhoging

De Europese Commissie en het Europese Parlement vonden het nodig computerdelicten binnen de EU te harmoniseren en maximale gevangenisstraffen voor te schrijven om computercriminaliteit beter te bestrijden. In het bijzonder maken zij zich zorgen over de opkomst van botnets, de economische schade dat cybercrime kan veroorzaken en de ontwrichtende gevolgen die aanvallen op vitale IT infrastructuren kunnen hebben.

Als gevolg van de Richtlijn aanvallen op informatiesystemen wordt nu in Nederland de maximale gevangenisstraf voor

  1. computervredebreuk (art. 138ab lid 1 Sr),
  2. het uitvoeren denial-of-service aanvallen (art. 138b lid 1 Sr) en
  3. het wederrechtelijk aftappen van netwerkverkeer (139c lid 1 Sr en 139d lid 1 Sr)

verhoogd van maximaal één jaar naar maximaal twee jaar gevangenisstraf.

Strafverzwarende omstandigheden

Daarnaast schrijft de richtlijn voor dat in bepaalde (strafverzwarende) omstandigheden een maximale gevangenisstraf van vijf jaar moet gelden.

Voor de implementatie hiervan wordt ten eerste in een lastig geformuleerd artikel (art. 138b lid 2 Sr) voorgesteld om een maximale gevangenisstraf van 3 jaar voor te schrijven indien een botnet wordt gebruikt (dit staat er niet letterlijk, maar dat een “aanzienlijk aantal computers” worden aangestuurd na gebruik van kwaadaardige software, hacking tools of wachtwoorden zoals beschreven in art. 139d lid 2 Sr) om

  1. denial-of-service aanvallen uit te voeren (art. 138b Sr) en
  2. computers te beschadigen of malware te installeren (zie art. 350a Sr en het voorgestelde art. 350c Sr voor ‘werken voor telecommunicatie’).

Bij art. 350a lid 2 Sr en het voorgestelde artikel 350c lid 2 Sr wordt dan terugverwezen naar art. 138b lid 2 Sr.

Ten tweede schrijft de richtlijn voor dat in de omstandigheid dat een denial-of-service aanval of computerverstoringen worden gepleegd

  1. in het kader van een criminele organisatie,
  2. het feit ernstige schade tot gevolg heeft of
  3. wanneer het feit is gepleegd tegen een geautomatiseerd werk behorende tot een vitale infrastructuur, een maximale gevangenisstraf van vijf jaar moet gelden.

Nu is dat volgens de minister al geregeld voor omstandigheid 1, maar geldt deze strafverzwaring nog niet voor aanvallen die “ernstige schade veroorzaken” of voor aanvallen gericht tot een “geautomatiseerd werk behorende tot een vitale infrastructuur”. Daarom wordt een nieuw lid in art. 138b Sr voorgesteld (art. 138b lid 3 Sr), waardoor voor een dos-aanval die leidt tot ernstige schade of gericht is op een computer die behoort tot een vitale infrastructuur een maximale gevangenisstraf van vijf jaar zou gaan gelden. De strafverzwaring moet ook gelden voor computerverstoringen zoals strafbaar is gesteld inart. 350a Sr en 350c Sr, waarvoor in deze artikelen wederom wordt terugverwezen naarart. 138b lid 3 Sr.

Kanttekeningen

  • Oerlemans vindt het vreemd dat er een apart wetsvoorstel is gemaakt: het Wetsvoorstel Computercriminaliteit III is immers nog niet naar de Tweede Kamer gestuurd en ziet eveneens op de versterking van de bestrijding van cybercrime.
  • Ten tweede worden de materieelrechtelijke bepalingen m.b.t. computercriminaliteit door het wetsvoorstel nu wel erg ingewikkeld door het creëren van een complex systeem met kruisverwijzingen naar art. 138b Sr en 139d Sr. Art. 139d Sr verwijst naar het wederrechtelijk voorhanden hebben van ‘hacking tools’ en wachtwoorden met het oogmerk om te hacken, wederrechtelijk gegevens af te tappen en om denial-of-service aanvallen uit te voeren.
  • Ten derde acht Oerlemans het kwalijk dat het brede begrip “vitale infrastructuren” uit de richtlijn niet nader wordt gedefinieerd in de Memorie van Toelichting van het wetsvoorstel.

Lees verder:

Print Friendly and PDF ^

Drie verdachten aangehouden voor hacking

De politie heeft dinsdagavond drie mannen aangehouden op verdenking van computervredebreuk. Het drietal heeft vermoedelijk het computernetwerk van een adviesbureau in Alkmaar gehackt op zoek naar financiële gegevens over de nalatenschap van de in 2004 geliquideerde vastgoedhandelaar Willem Endstra.

Kwaadaardige software

De verdachten hebben de afgelopen maanden mailberichten met kwaadaardige software verstuurd naar het adviesbureau. Op deze manier probeerden zij op afstand controle te krijgen over het computernetwerk van het kantoor in Alkmaar. Het is nog niet bekend of de hackers daadwerkelijk informatie over de nalatenschap van wijlen Endstra hebben weten te vergaren.

In dit onderzoek heeft de politie dinsdag een 34-jarige man aangehouden in Amsterdam- Zuid. Hij wordt gezien als de opdrachtgever voor de computerinbraak. De verdachte heeft vermoedelijk twee broers van 24 en 21 jaar uit Amstelveen ingeschakeld om de hack uit te voeren. Zij zijn eveneens dinsdag aangehouden.

Botnet

Een van de broers beheerde een botnet, dat inmiddels onschadelijk is gemaakt door de politie. Hij is vermoedelijk ook betrokken bij het beheer van een website waar gestolen creditcards worden verkocht. De politie onderzoekt ook of de verdachten betrokken zijn bij computerinbraken bij andere bedrijven.

De politie is de zaak op het spoor gekomen na een aangifte van het advieskantoor uit Alkmaar. Bij doorzoeking van de woningen van verdachten heeft de politie beslag gelegd op computers en administratie. Het drietal is donderdagavond na verhoor op vrije voeten gesteld. De drie blijven verdachte in het strafrechtelijk onderzoek onder leiding van het Landelijk Parket.

Bron: OM

Print Friendly and PDF ^

Opstelten investeert in bestrijding computercriminaliteit

Minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) komt met maatregelen die politie en openbaar ministerie in staat stellen effectiever tegen computercriminaliteit op te treden. Bestaande wetgeving biedt onvoldoende mogelijkheden om bijvoorbeeld versleuteling van gegevens ongedaan te maken, illegale acties op het internet tegen te gaan of kinderpornografie online te bestrijden. Dit staat in een wetsvoorstel dat voor advies naar de Raad van State wordt verzonden.

Daarnaast is in het wetsvoorstel een regeling opgenomen voor de inzet van zogeheten lokpubers om seksuele uitbuiting en seksueel misbruik van kinderen steviger aan te pakken. Nieuw is ook dat online handelsfraude verder aan banden wordt gelegd door misbruik van webshops tegen te gaan.

Opstelten wil straks politie en openbaar ministerie op afstand onderzoek laten doen in computers van criminelen en - indien nodig - gegevens overnemen of ontoegankelijk maken. Het betreft het zogeheten ‘onderzoek in een geautomatiseerd werk’ dat opsporingsambtenaren ruimte geeft onder strikte voorwaarden verschillende onderzoekshandelingen toe te passen bij opsporing van ernstige delicten. Hiervoor is niet alleen een bevel van de officier van justitie vereist, maar ook instemming van de rechter-commissaris. Daarbij gaat het niet alleen om het ontoegankelijk maken of het overnemen van gegevens, zoals kinderpornografie of opgeslagen e-mailberichten met informatie over misdrijven, maar ook om observatie en het aftappen van communicatie.

Het wetsvoorstel voorziet tevens in de mogelijkheid om verdachten van het bezit en de handel in kinderpornografie of van terroristische activiteiten te verplichten mee te werken aan het openen van versleutelde bestanden op hun computer. De officier van justitie geeft dan een zogeheten decryptiebevel aan de verdachte, na machtiging van de rechter-commissaris. Verder regelt het kabinet dat heling van computergegevens strafbaar wordt. Dat moet voorkomen dat bijvoorbeeld na een inbraak in een computer derden de gestolen informatie in handen krijgen en vervolgens op websites plaatsen.

Lokpuber

Daarnaast maakt de bewinsdman de inzet mogelijk van zogeheten lokpubers voor de opsporing en vervolging van personen die via internet in contact willen komen met minderjarigen om ze seksueel te misbruiken. Dit staat bekend als grooming, waarbij een kind met behulp van chat- of emailverkeer wordt verleid tot een ontmoeting. Een lokpuber is een politiefunctionaris die onder een dekmantel werkt en zich voordoet als een minderjarige onder de zestien jaar. Dit kan ook een animatie van een persoon zijn, waardoor de dader denkt dat hij met een minderjarige te maken heeft. Ook als een minderjarige wordt verleid getuige te zijn van seksuele handelingen, kan een lokpuber worden ingezet.

Online fraude

Malafide verkopers die op internet herhaaldelijk goederen of diensten te koop aanbieden maar niet leveren, kunnen straks strafrechtelijk worden vervolgd. Op websites worden kopers verleid te betalen zonder dat de goederen of diensten worden geleverd. Slachtoffers blijven met lege handen achter omdat de verkoper voor hen niet of nauwelijks is te achterhalen.

Vervolging van deze malafide verkopers is moeilijk omdat verkoop van goederen op internet, zonder te leveren, volgens huidige jurisprudentie niet zonder meer een veroordeling voor oplichting oplevert. Dit heeft te maken met de ontwikkeling van het internet en de invloed daarvan op het handelsverkeer. Consumenten kopen steeds meer ‘op afstand’ en worden slachtoffer van nieuwe vormen van handelsfraude. Daarom past het kabinet de wet aan, zodat het openbaar ministerie malafide praktijken op het internet beter kan vervolgen. Slachtoffers zijn daarbij gebaat: zij kunnen zich voor schadevergoeding als benadeelde partij voegen in het strafproces.

Bron: Rijksoverheid

Print Friendly and PDF ^

Onderzoek verdachte hacking nog niet klaar, behandeling zaak over drie maanden

Het onderzoek naar de verdenkingen van grootschalig hacking door een 19-jarige Rotterdammer is nog niet klaar. Maar het Openbaar Ministerie verwacht de zaak over drie maanden inhoudelijk te kunnen behandelen. Dat bleek donderdagochtend bij de pro-formabehandeling van de zaak tegen de jongeman die in oktober werd aangehouden.

De Rotterdammer werd in oktober aangehouden op verdenking van grootschalig hacking. Dat gebeurde nadat de digitale opsporing van de politie Eenheid Rotterdam in twee onderzoeken naar hacking uitkwam bij hetzelfde adres. Onderzoek naar degene achter dat adres leidde tot het vermoeden dat hij duizenden computers had gehackt. Vermoedelijk kon de man op afstand webcams aan en uit zetten, downloadde hij bestanden van andermans computer, mogelijk vernietigde hij ook bestanden, of hij keek mee en downloadde chats van gehackte computers.

Gaande het onderzoek is ook gebleken dat deze verdachte vermoedelijk schuilging achter de publicatie van het VWO-eindexamen Frans op internet, één dag voor het werd afgenomen. Die publicatie leidde onder andere tot het onderzoek naar de grootschalige examendiefstal op een Rotterdamse middelbare school. Donderdag maakte het Openbaar Ministerie bekend dat de 19-jarige Rotterdammer ook vervolgd gaat worden voor het hacken van de computer waarmee dat examen op internet werd gezet.

In de computers van de man zijn ruim 42 miljoen bestanden gevonden. Daaronder is materiaal dat als kinderpornografisch kan worden gekwalificeerd. Door in te breken op computers zou de man door tieners zelfgemaakt materiaal met een seksuele lading hebben kunnen downloaden, dan wel met de gehackte webcams opnames hebben kunnen maken van tieners in seksuele poses. Inmiddels zijn zo'n  25 slachtoffers van deze hacks geïdentificeerd, onder wie 10 Belgische meisjes. Het OM maakte donderdag bekend door middel van een rechtshulpverzoek de Belgische autoriteiten om assistentie te gaan vragen bij het inlichten van deze meisjes.

De verdachte blijft in voorlopige hechtenis.

Bron: OM

Print Friendly and PDF ^

'A Tale of Two Cities' in three themes –A critique of the European Union's approach to cybercrime from a 'power' versus 'rights' perspective

Given the recent adoption of a new directive on cybercrime by the EU, comparison with the US approach in this field becomes a useful tool for ascertaining whether Europe is on the right path. This paper attempts to answer that question by developing three pertinent themes: first, the structure of authority through which cybercrime regulation is channeled; second, substantive law choices made in defining offenses committed in cyberspace; and, third, the role of fundamental rights – and notably freedom of expression as enshrined in the European Convention on Human Rights and the First Amendment to the US Constitution- as limiting factors to governmental power. Accordingly, three respective lessons are drawn, converging on a single point: from a comparative perspective, measures that have proved effective in a given system cannot be 'transplanted' to another absent functional equivalence.

Lees verder:

Print Friendly and PDF ^

Celstraffen voor verdachten van oplichting via “phishing”

Op 21 oktober 2013 heeft de rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in drie zaken voortkomend uit het onderzoek 12-HM-Dash waarbij een groot aantal sport- en buurtverenigingen, ouderenbonden en andere stichtingen en ook privé personen het slachtoffer zijn geworden van phishing.

Phishing

Phishing is een vorm van fraude waarbij rekeninghouders onder valse voorwendsels worden bewogen tot afgifte van inlogcodes die nodig zijn voor internetbankieren. Vervolgens wordt met die gegevens, zonder dat de betreffende rekeninghouder het weet, geld overgemaakt naar rekeningen van personen, die hun rekening daartoe ter beschikking hebben gesteld (zogenaamde moneymules). Hierna wordt het geld zo snel mogelijk van de betreffende rekeningen opgenomen, via geldautomaten, contante opnames aan de balie van een bankkantoor of via aankopen in winkels.

De rechtbank heeft E. en R. veroordeeld voor oplichting, gewoontewitwassen en deelname aan een criminele organisatie. De rol van E. bestond eruit dat zij telefoongesprekken voerde waarbij zij zich voordeed als medewerkster van een bank en gedupeerden wist te bewegen bepaalde codes/nummers af te geven waarmee via internet toegang tot banktegoeden kon worden verkregen. R. bood niet alleen de faciliteiten tot het voeren van deze gesprekken; hij was in een aantal gevallen ook betrokken bij het overboeken van geld naar rekeningen van zogenoemde moneymules en bij het verzamelen van het gephishte geld op diverse plekken in Nederland.

Straffen

De rechtbank heeft R. een gevangenisstraf opgelegd van 32 maanden onvoorwaardelijk. E. is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 32 maanden, waarvan 16 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, waarbij de rechtbank rekening heeft gehouden met onder meer haar persoonlijke omstandigheden, het feit dat zij openheid van zaken heeft gegeven en spijt heeft betuigd voor haar daden.

G. is door de rechtbank veroordeeld voor gewoontewitwassen en deelname aan een criminele organisatie en een gevangenisstraf opgelegd van 10 maanden. G. heeft mensen geronseld die hun bankrekening ter beschikking stelden waarop de gephishte geldbedragen konden worden gestort en direct daarna opgenomen. De straf die aan G. is opgelegd is lager dan door de officier van justitie geëist, omdat de rechtbank hem heeft vrijgesproken van het medeplegen van oplichting. Het bewijs ontbreekt dat hij betrokken is geweest bij de oplichtingshandelingen.

De rechtbank heeft bij de op te leggen straffen in aanmerking genomen dat door phishing het vertrouwen, dat door consumenten moet kunnen worden gesteld in het betalingsverkeer en bankwezen, ernstig wordt ondermijnd.

De vorderingen tot schadevergoeding van drie bankinstellingen, naar aanleiding van deze vorm van fraude, zijn door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard. De vorderingen zijn gelet op de inhoud en de door de verdediging gevoerde verweren te complex om af te wikkelen in de strafzaak.

Bron: de Rechtspraak

Print Friendly and PDF ^

Vietnamese student pas uitgeleverd na dit schooljaar

Rechtbank Den Haag 16 oktober 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:13766

De Vietnamese student die in Amerika verdacht wordt van medeplichtigheid aan cybercrime, mag het schooljaar 2013/2014 afronden voordat hij uitgeleverd wordt. De rechtbank Den Haag heeft dat bepaald in een kort geding. De student wilde dat de uitlevering aan Amerika zou worden verboden.

De student mag van de rechtbank dit schooljaar afronden, en daarmee zijn studie. Een belangrijke reden hiervoor is dat hij meewerkt en wil blijven meewerken aan een strafproces in de VS. Ook wil de rechtbank voorkomen dat de (financiële) investering in zijn studie teniet wordt gedaan. De rechtbank is van oordeel dat de kans klein is dat hij de studie nog kan afmaken na afloop van de strafzaak in Amerika.

De rechtbank heeft het verzoek van de student om helemaal niet uitgeleverd te worden aan de VS afgewezen. Hij stelt weliswaar dat hij onschuldig is, maar de rechtbank oordeelt dat Nederland zich moet houden aan internationale afspraken. De VS ziet wel voldoende bewijs, ondanks nieuwe informatie uit Vietnam over betrokkenheid van een andere verdachte. De uitlevering is daarom volgens de rechtbank toegestaan, maar wel pas op het moment dat hij het lopende schooljaar heeft afgemaakt.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^

Onbevoegd gebruik maken van andermans beveiligde wifi netwerk valt onder computervredebreuk

Gerechtshof Den Haag 14 oktober 2013, ECLI:NL:GHDHA:2013:3871

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte vrijgesproken van het onder 1 en 2 tenlastegelegde.

De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Dit hof heeft het beroepen vonnis vernietigd en opnieuw rechtdoende de verdachte vrijgesproken van het onder 2 tenlastegelegde vrijgesproken en veroordeeld terzake het onder 1 tenlastegelegde.

Zowel de verdachte als de advocaat-generaal heeft tegen het arrest beroep in cassatie ingesteld.

De Hoge Raad der Nederlanden heeft bij arrest van 26 maart 2013 het arrest van het hof vernietigd, doch uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 2 tenlastegelegde en de strafoplegging, en de zaak teruggewezen naar dit gerechtshof, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Omvang hoger beroep

Aan de verdachte is onder 2 ten laste gelegd dat hij op een of meer tijdstippen in de periode van 01 februari 2009 tot en met 13 maart 2009 te 's-Gravenhage opzettelijk en wederrechtelijk in een of meer geautomatiseerde werken, te weten een computer en/of router en/of een (beveiligde) draadloze internetverbinding (van de provider Planet/KPN toebehorende aan [benadeelde]), of in een deel daarvan, is binnengedrongen, waarbij hij de beveiliging heeft doorbroken, in elk geval de toegang heeft verworven door een technische ingreep, met behulp van een valse sleutel, te weten het onbevoegd gebruik maken van de code en/of het wachtwoord van die [achternaam benadeelde] en/of door het aannemen van een valse hoedanigheid (Computervredebreuk).

Standpunt verdediging

De raadsvrouw van de verdachte heeft zich ter terechtzitting op het standpunt gesteld dat een router geen geautomatiseerd werk is.

Beoordeling hof

Het hof overweegt te dien aanzien als volgt. Nog daargelaten dat blijkens het dossier bij onderzoek van de instellingen van de router van mevr. [achternaam benadeelde] is vastgesteld dat het MAC-adres van de computer waarmee de verdachte zich toegang tot die router heeft verschaft ([X]) op die router was opgeslagen, waarmede die inrichting naast verwerking en overdracht van gegevens aan de drie cumulatieve functies voldeed die art. 80sexies van het Wetboek van Strafrecht (Sr) aan een inrichting stelt om te kunnen spreken van een geautomatiseerd werk, vloeit uit het arrest van de Hoge Raad van 26 maart 2013 voort dat uit de wetsgeschiedenis moet worden afgeleid dat het begrip ‘geautomatiseerd werk’ in de zin van art. 80sexies Sr niet beperkt is tot apparaten die zelfstandig aan de drievoudige eis van dat artikel voldoen. Ook netwerken (mede) bestaande uit computers en/of telecommunicatievoorzieningen heeft de wetgever onder dat begrip willen brengen, terwijl artikel 138s (oud) Sr ook toepasselijk is op delen van zulke geautomatiseerde werken. Een en ander leidt tot de conclusie dat de router van mevr. [achternaam benadeelde] heeft te gelden als een geautomatiseerd werk in de zin van art. 80sexies Sr, zodat het binnendringen op die router en daarmee op een deel van het netwerk waarvan die router deel uitmaakte computervredebreuk in de zin van art. 138a (oud) Sr oplevert.

Voorts heeft de raadsvrouw van de verdachte ter terechtzitting bepleit dat de verdachte het door de wetgever beschermde belang niet heeft geschaad. Uit de parlementaire behandeling van de Wet Computercriminaliteit II (Stb. 2006, 300) volgt dat de wetgever met artikel 138a (oud) Sr diegene wil beschermen die blijkens feitelijke beveiliging heeft duidelijk gemaakt dat hij zijn gegevens heeft willen beschermen tegen nieuwsgierige blikken. De verdachte heeft geen gegevens van de eigenaresse van de router ingezien of meegenomen, aldus de raadsvrouw.

Het hof is van oordeel dat de raadsvrouw aldus een te enge interpretatie van de wetsgeschiedenis en van het door artikel 138a (oud) beschermde belang hanteert. In navolging van de overweging van de Hoge Raad (onder 2.6) is het hof van oordeel dat de omstandigheid dat de verdachte zich geen toegang heeft verschaft tot beveiligde gegevens in de computer van mevr. [achternaam benadeelde] op zichzelf niet uitsluit dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan computervredebreuk in de zin van art. 138a (oud) Sr.

Strafoplegging

Het hof veroordeelt de verdachte tot een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 160 uren.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^

Spaanse politie en Europol houden cybercrime 'service providers' aan

Het European Cybercrime Centre (EC3) van Europol heeft de Spaanse Nationale politie ondersteund  bij de aanhouding van twee uit Oekraïne afkomstige verdachten in Madrid. De verdachte verkochten cybercriminelen toegang tot een groot aantal besmette somputer servers hetgeen de kopers in staat stelde hun internet activiteiten te verhullen.

Lees verder:

Print Friendly and PDF ^

ICT in the context of criminal procedure: The Netherlands

The aim of this report is to analyze (aspects of) the use of Information and Communication Technology (ICT) in the context of Dutch criminal procedure. The questionnaire underlying this report generally deals with cyber crime. ‘Cyber crime’ is understood to cover criminal conduct that affects interests associated with the use of ICT, such as the proper functioning of computer systems and the internet, the privacy and integrity of data stored or transferred in or through ICT, or the virtual identity of internet users. The common denominator and characteristic feature of all cyber crime offences and cyber crime investigation can be found in their relation to computer systems, computer networks and computer data on the one hand and to cyber systems, cyber networks and cyber data on the other hand. Cyber crime covers offences concerning traditional computers as well as cloud cyber space and cyber databases. Although the background of the questionnaire is related to cyber crime as a topic of substantive criminal law, it would not be expedient to narrow the focus of this report to the (legal) aspects of ICT in the context of criminal procedure insofar as it deals with specifically this type of crime. ICT (in the context of criminal procedure) is too broad a phenomenon to limit this report to cyber crime.

The use of ICT in criminal procedure in order to tackle criminal offences can take various forms. Investigation in criminals’ computers will be made possible but, for instance, the interception of telecommunication, the access to a DNA-database and the use of ANPRsystems can be brought under the broad description of ICT too. Anno 2013, one has to conclude that not many aspects of criminal procedure are imaginable which are not to some extent connected to ICT. From this point of view, writing a report about the use of ICT in criminal procedure might basically come down to writing a report about criminal procedure itself. Since this could not reasonably be the aim of a national report on this topic, the questionnaire was followed strictly, in which the use of ICT in criminal procedure is somewhat narrowed down.

Lees verder:

Print Friendly and PDF ^