Celstraffen voor verdachten van oplichting via “phishing”

Op 21 oktober 2013 heeft de rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in drie zaken voortkomend uit het onderzoek 12-HM-Dash waarbij een groot aantal sport- en buurtverenigingen, ouderenbonden en andere stichtingen en ook privé personen het slachtoffer zijn geworden van phishing.

Phishing

Phishing is een vorm van fraude waarbij rekeninghouders onder valse voorwendsels worden bewogen tot afgifte van inlogcodes die nodig zijn voor internetbankieren. Vervolgens wordt met die gegevens, zonder dat de betreffende rekeninghouder het weet, geld overgemaakt naar rekeningen van personen, die hun rekening daartoe ter beschikking hebben gesteld (zogenaamde moneymules). Hierna wordt het geld zo snel mogelijk van de betreffende rekeningen opgenomen, via geldautomaten, contante opnames aan de balie van een bankkantoor of via aankopen in winkels.

De rechtbank heeft E. en R. veroordeeld voor oplichting, gewoontewitwassen en deelname aan een criminele organisatie. De rol van E. bestond eruit dat zij telefoongesprekken voerde waarbij zij zich voordeed als medewerkster van een bank en gedupeerden wist te bewegen bepaalde codes/nummers af te geven waarmee via internet toegang tot banktegoeden kon worden verkregen. R. bood niet alleen de faciliteiten tot het voeren van deze gesprekken; hij was in een aantal gevallen ook betrokken bij het overboeken van geld naar rekeningen van zogenoemde moneymules en bij het verzamelen van het gephishte geld op diverse plekken in Nederland.

Straffen

De rechtbank heeft R. een gevangenisstraf opgelegd van 32 maanden onvoorwaardelijk. E. is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 32 maanden, waarvan 16 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, waarbij de rechtbank rekening heeft gehouden met onder meer haar persoonlijke omstandigheden, het feit dat zij openheid van zaken heeft gegeven en spijt heeft betuigd voor haar daden.

G. is door de rechtbank veroordeeld voor gewoontewitwassen en deelname aan een criminele organisatie en een gevangenisstraf opgelegd van 10 maanden. G. heeft mensen geronseld die hun bankrekening ter beschikking stelden waarop de gephishte geldbedragen konden worden gestort en direct daarna opgenomen. De straf die aan G. is opgelegd is lager dan door de officier van justitie geëist, omdat de rechtbank hem heeft vrijgesproken van het medeplegen van oplichting. Het bewijs ontbreekt dat hij betrokken is geweest bij de oplichtingshandelingen.

De rechtbank heeft bij de op te leggen straffen in aanmerking genomen dat door phishing het vertrouwen, dat door consumenten moet kunnen worden gesteld in het betalingsverkeer en bankwezen, ernstig wordt ondermijnd.

De vorderingen tot schadevergoeding van drie bankinstellingen, naar aanleiding van deze vorm van fraude, zijn door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard. De vorderingen zijn gelet op de inhoud en de door de verdediging gevoerde verweren te complex om af te wikkelen in de strafzaak.

Bron: de Rechtspraak

Print Friendly and PDF ^