Zonder instemming van verdachte horen van getuigen door één van de leden van het Hof als Rh-C die nadien aan het onderzoek ttz. heeft deelgenomen.

Hoge Raad 11 september 2012, LJN BX4295

Het Gerechtshof Amsterdam heeft veroordeeld verdachte wegens 1. mensenhandel, 2B. medeplegen van mishandeling, 3. in het bezit zijn van een reisdocument waarvan hij weet dat het vervalst is en wegens 4A en 4B voortgezette handeling van: deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.
 
Middel

Het middel klaagt dat een aantal getuigenverhoren hebben plaatsgevonden door één van de leden van het Hof als raadsheer-commissaris, zonder dat de verdachte daarmee heeft ingestemd.

Hoge Raad

Op grond van art. 316, tweede lid, Sv, dat ook in hoger beroep toepasselijk is, is de rechtbank bevoegd om, indien het openbaar ministerie en de verdachte daarmee instemmen, de voorzitter of een der rechters die over de zaak oordelen, als rechter-commissaris aan te wijzen met het oog op het horen van getuigen of deskundigen. Deze kan vervolgens - behoudens in het in voormeld artikellid genoemde geval - aan het verdere onderzoek ter terechtzitting deelnemen. Een redelijke wetsuitleg brengt mee dat die instemming stilzwijgend kan worden gegeven en dat zij kan worden afgeleid uit de proceshouding die partijen hebben aangenomen na de aanwijzing van de rechter-commissaris.

Gelet hierop en in aanmerking genomen dat noch het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 6 oktober 2009 waar de behandeling van de zaak na het tussenarrest van 6 april 2009 is voortgezet noch enig ander tot het strafdossier behorend stuk iets inhoudt waaruit zou kunnen worden afgeleid dat door of namens de verdachte niet is ingestemd met de in dat tussenarrest vervatte aanwijzing, klaagt het middel tevergeefs dat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep aan nietigheid lijdt.

Het middel faalt.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF