Wetenschap dat rijbewijs ongeldig was verklaard

Hoge Raad 13 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:259

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (zittingsplaats Arnhem) heeft bij arrest van 12 augustus 2016 het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland (locatie Utrecht) van 23 april 2015 bevestigd en de verdachte veroordeeld ter zake van “overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994” tot een gevangenisstraf van drie weken.
 

Middel

Het middel klaagt dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat verdachte “wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een categorie van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie was afgegeven”.
 

Beoordeling Hoge Raad

Het middel slaagt op de in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 8 vermelde gronden:

8. In de kern klaagt het middel over het oordeel dat de verdachte op 16 januari 2015 wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Blijkens het (door het hof bevestigde) vonnis mag in de voorliggende zaak slechts als vaststaand worden aangenomen dat de verdachte op 16 januari 2015 is opgetreden als bestuurder van een motorrijtuig op een moment dat een aan hem afgegeven rijbewijs ongeldig was verklaard. Dat de verdachte wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard vloeit uit de gebezigde bewijsmiddelen echter niet voort. De enkele omstandigheid dat de verdachte reeds (meermalen) onherroepelijk is veroordeeld voor overtreding van art. 9, tweede lid, WVW 1994 maakt dit niet anders.5 Zoals mijn ambtgenoot Vellinga in zijn conclusie vóór HR 22 december 2015 immers opmerkt, kan niet zonder meer worden aangenomen dat iemand die een straf moet ondergaan ervan op de hoogte is voor welk feit of welke feiten die straf is opgelegd. Dit vergt immers een geordend leven en goed overzicht over veroordelingen en ten uitvoer gelegde straffen. Over een dergelijk geordend leven en overzicht plegen veroordeelden bepaald niet steeds te beschikken. Dat het laatste in het onderhavige geval anders zou zijn, is niet vastgesteld. In zoverre is de bestreden uitspraak niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

 

 

 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF