Vrijspraak witwassen: niet kan worden vastgesteld dat de geldbedragen afkomstig zijn uit het oplichten van de Belastingdienst (fraude met kinderopvangtoeslag)

Gerechtshof Den Haag 22 mei 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:1227

In eerste aanleg is verdachte voor witwassen veroordeeld tot een werkstraf van 150 uren, subsidiair 75 dagen vervangende hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met een proeftijd van 2 jaren.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Met de raadsman en de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat uit het dossier noch uit het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat de geldbedragen die worden toegeschreven aan respectievelijk [gastouderbureau I], [holding I] en [stichting I] van misdrijf afkomstig zijn.

Ten aanzien van de geldbedragen van € 40.000,-, € 10.000,- en € 70.000,- overweegt het hof het volgende. Uit het verhandelde ter terechtzitting is gebleken dat de laatste betaling van kinderopvangtoeslag door de Belastingdienst dateert van 5 november 2008 en dat op 10 november 2008 beslag is gelegd op de bankrekeningen van de aan de medeverdachte gelieerde B.V.’s. Voornoemde bedragen zijn op de rekening van [gastouderbureau A] bijgeschreven (en later doorgestort naar de verdachte) nadat de Belastingdienst was gestopt met het uitkeren van kinderopvangtoeslag en nadat beslag was gelegd op de betreffende bankrekeningen. Daarom kan niet worden vastgesteld dat meergenoemde geldbedragen afkomstig zijn uit het oplichten van de Belastingdienst. Van een andere criminele herkomst is het hof niet gebleken.

Naar het oordeel van het hof is derhalve niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte primair en subsidiair is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly and PDF