Vrijspraak voor o.a. witwassen van melk boven melkquotum

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 13 juni 2012, LJN BW8083

De tenlastelegging is gebaseerd op de verdenking dat verdachte de melk, die door bedrijf 1 in Nederland boven het melkquotum werd geproduceerd, geleverd heeft gekregen en dit vervolgens heeft verhuld door internationale vrachtbrieven (CMR-formulieren) van de uit Polen (van de bedrijf 2) afkomstige melk (feit 1), opgaven van melkleveranties van bedrijf 1 aan verdachte over de heffingsperioden van 2004 tot en met 2007 (feit 2) en Excel-bestanden melkontvangst over de jaren 2005 tot en met 2007 (feit 3) te (laten) vervalsen. Hierdoor zou verdachte in de betreffende periode deze melk ook hebben witgewassen (feit 4).

Standpunt AG

De advocaat-generaal acht alle tenlastegelegde feiten bewezen op basis van de   overproductie in Nederland in combinatie met de gewijzigde CMR-formulieren,   waarbij het ervoor gehouden moet worden dat de in Polen genoteerde hoeveelheden juist zijn, nu deze hoeveelheden, gelet op de maandproductielijsten, de grootte van de veestapel en de melkgift verklaarbaar zijn. Daarbij heeft de AG aangevoerd dat de gegevens die in Nederland op de CMR-formulieren werden ingevuld niet op waarheid te controleren zijn, dat er geen enkele aanwijzing is die de in Nederland ingevulde gegevens aannemelijk maakt en dat hetgeen door de verdediging wordt aangevoerd ongeloofwaardig is, mede bezien in het licht van de verwevenheid tussen de verschillende bedrijven.

Standpunt van de verdediging

de overproductie aan melk werd deels vervoederd en deels werd gedumpt in de mestput;

de metingen in Polen en de aldaar op de CMR-formulieren genoteerde hoeveelheden waren niet betrouwbaar, om die reden vond bij aankomst van de melk in Nederland de definitieve meting van de aan verdachte geleverde melk plaats, uitgegaan dient te worden van de juistheid van die gegevens;

hetgeen door de advocaat-generaal wordt gesuggereerd is niet aannemelijk alleen al omdat de (gestelde) valselijk opgehoogde productie   in Polen veel omvangrijker is geweest dan de te verhullen overproductie in Nederland en wel in die mate dat dit heeft geleid tot het betalen van een superheffing van € 500.000,-- in Polen over een in de visie van het openbaar ministerie niet bestaande productie.

Het hof

a. ten aanzien van de in Polen op de CMR-formulieren genoteerde hoeveelheden melk
Op grond van het onderzoek ter terechtzitting is het hof met de verdediging van oordeel dat de stelling van de AG dat de in Polen genoteerde hoeveelheden melk als juist moeten worden aangemerkt twijfelachtig is.
De stelling van het openbaar ministerie dat dient te worden uitgegaan van de juistheid van de in Polen op de CMR-formulieren genoteerde hoeveelheden melk vindt geen bevestiging in het onderzoek ter terechtzitting.

Het hof acht de hoeveelheden die in Polen op de CMR-formulieren zijn ingevuld niet voldoende betrouwbaar om tot bewijs te bezigen.

b. ten aanzien van de in Nederland op de CMR-formulieren genoteerde hoeveelheden melk
De volgende vraag die beantwoord dient te worden is of de hoeveelheden die in Nederland op de CMR-formulieren zijn ingevuld betrouwbaar zijn.

De stelling van de verdediging dat in Nederland werd gemeten of gewogen vindt naar het oordeel van het hof ondersteuning in het dossier.

Op grond van het vorenstaande is het hof van oordeel dat er voldoende aanwijzingen zijn dat de melk die vanuit Polen kwam in Nederland werd gemeten of gewogen. De stelling van de verdediging dat het gebruikelijk is dat de melkfabriek de ontvangen hoeveelheden melk vaststelt en doorgeeft aan de   leverancier acht het hof, mede gelet op hetgeen hierover in het door de verdediging ingebrachte (ongedateerde) rapport van [rapporteurs] wordt gezegd, niet onaannemelijk. Naar het oordeel van het hof kan derhalve niet afdoende worden vastgesteld dat de in Nederland genoteerde hoeveelheden melk niet correct zijn. Het hof verwijst daarbij ook naar hetgeen hierna onder c. en d. zal worden besproken.

c. de verschillen tussen de in Polen en in Nederland genoteerde hoeveelheden melk
Wel moet worden gesteld dat de verschillen tussen de Poolse en de Nederlandse cijfers op de in de tenlastelegging opgenomen CMR-formulieren (feit 1) van een zodanige omvang zijn dat een nadere verklaring daarvoor op zijn plaats is. Een aannemelijke verklaring voor deze aanmerkelijke verschillen is door de AID of de advocaat-generaal niet gegeven en is ook overigens niet uit het onderzoek ter terechtzitting gebleken. Door de verdediging is als verklaring voor de verschillen tussen de Poolse en de Nederlandse cijfers aangevoerd dat de meters die in Polen werden gebruikt onbetrouwbaar waren en dat ook het invullen van de meetgegevens niet nauwkeurig genoeg plaatsvond, terwijl er in Nederland wel betrouwbare meetinstrumenten waren om tot de juiste meting te komen. Het hof acht deze uitleg niet onaannemelijk.

d. overproductie
De AG heeft gesteld dat er geen andere aannemelijke verklaring is voor wat er   met de overproductie is gebeurd dan dat deze aan verdachte is geleverd. Daarbij heeft de AG verwezen naar getuigen die hebben verklaard dat er geen   melkoverschot werd vervoederd of gedumpt en naar de berekeningen omtrent de vetpercentages van de geleverde melk, waaruit zou moeten worden afgeleid dat het verhaal van verdachte niet kan kloppen. Door de verdediging is gesteld dat deze overproductie deels is vervoederd en deels in de mestput is gedumpt.
Het hof leidt uit een en ander af dat het technisch mogelijk was om melk aan de varkens te voeren. Voorts kan niet worden uitgesloten dat het melkoverschot daadwerkelijk is vervoederd/gedumpt.
 
e. conclusie
Het hof is van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat   verdachte het haar tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte hiervan behoort te worden vrijgesproken.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF