Vrijspraak van witwassen bij gebreke van nader onderzoek door OM en politie naar de herkomst van het vermeende criminele geld

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28 oktober 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:8630

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Dat onder een verdachte aangetroffen voorwerpen "uit enig misdrijf afkomstig zijn”, indien op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen met een bepaald misdrijf, kan niettemin bewezen worden geacht indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat de voorwerpen uit enig misdrijf afkomstig zijn (vgl. HR 13 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010: BM0787, NJ 2010/456, rov. 2.5).

Ervan uitgaande dat de door het OM aangevoerde omstandigheden het vermoeden rechtvaardigen dat de voorwerpen die de verdachte voorhanden heeft gehad - onmiddellijk of middellijk - uit enig misdrijf afkomstig zijn, heeft verdachte – zoals dat in dat geval van hem mag worden verlangd – weerlegd en hij heeft een verklaring gegeven voor de herkomst van de gelden waarmee de voorwerpen zijn aangeschaft.

Nu de verdachte een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand volstrekt onwaarschijnlijke verklaring heeft gegeven over de herkomst van de geldbedragen door een met stukken onderbouwde uitleg daarvan en van het verband met de voorwerpen te geven, kan niet worden geconcludeerd dat het niet anders kan zijn dan dat de voorwerpen uit enig misdrijf afkomstig zijn, nu het openbaar ministerie en de politie geen enkel onderzoek hebben gedaan naar hetgeen door verdachte naar voren is gebracht.

Lees hier de volledige uitspraak. 
 

Print Friendly and PDF