Vrijspraak van de tenlastegelegde poging tot het vervaardigen van onveraccijnsde sigaretten

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 12 juni 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:2471

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van ‘poging tot het opzettelijk overtreden van een in artikel 5 van de Wet op de accijns opgenomen verbod’ veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van voorarrest. Voorts heeft de rechtbank de inbeslaggenomen goederen deels onttrokken aan het verkeer, deels verbeurdverklaard en voor het overige is daarvan de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelast.

Namens de verdachte is tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.
 

Vrijspraak

De verdachte staat ingevolge hetgeen aan hem ten laste is gelegd terecht ter zake van een poging om onveraccijnsde sigaretten te vervaardigen, al dan niet in vereniging, door diverse goederen voor de productie van sigaretten bijeen te brengen in een productiefaciliteit c.q. loods en het beheer daarover te voeren.

Uit het onderzoek ter terechtzitting zijn de volgende feiten en omstandigheden naar voren gekomen.

Opsporingsambtenaren van de FIOD zijn op 27 februari 2014 in opdracht van de officier van justitie binnengetreden ter doorzoeking in het bedrijfspand (loods) aan de adres loods te Gronsveld, gemeente Eijsden-Margraten. Nadat bij de loods werd aangeklopt, werd er door de verdachte opengedaan. De opsporingsambtenaren zagen dat over de gehele breedte van de loods een geïsoleerde wand was geplaatst met in het midden een doorgang van circa 6 meter breed. De rechterzijde was over de gehele lengte van de loods tot aan het dak gevuld met dozen. Langs deze wand van dozen vonden verbalisanten op de grond twee witte rollen die herkend werden als filters voor het vervaardigen van sigaretten. Nadat enkele dozen verwijderd waren, kwam een deur tevoorschijn die was voorzien van een hangslot. Dit slot werd doorgeknipt en achter de deur bevond zich een verborgen ruimte, die het gehele rechterdeel van de loods besloeg. In de ruimte zagen de opsporingsambtenaren lege sigarettenfilters, machines voor het vervaardigen van sigaretten en een zak met losse tabak liggen. Het betrof een complete productielijn waarbij ruim 600 kilogram tabak en 990.000 bedrukte sigarettendoosjes à 20 stuks van meerdere merken zijn aangetroffen.

Aan de verdachte is geen vergunning afgegeven voor opslag of het voorhanden hebben – al dan niet onder schorsing van accijns – van enig accijnsgoed. Van een accijnsgoederenplaats is in de loods aan de adres loods te Gronsveld derhalve geen sprake.

Op het terrein bij de loods stond een Renault Traffic met het kenteken geparkeerd. Daarin zijn twee sleutels aangetroffen aan een geel label. Eén sleutel past op het toegangshek (het hof begrijpt: van het terrein) en de deur van de loods en de andere sleutel past op het hangslot op de deur die toegang geeft tot de verborgen ruimte in de loods. De verdachte heeft verklaard de bewuste dag van 27 februari 2014 met de Renault Traffic naar Gronsveld te zijn gereden en de sleutels aan het label te hebben gehangen, op welk label hij het kenteken van de autobus heeft vermeld. De verdachte heeft bij de politie verklaard dat de bus altijd bij hem staat en dat hij alleen in de bus rijdt. Hij weet dat één van de in de bus aangetroffen sleutels van de voordeur van de loods was.

De verdachte heeft op 4 februari 2014 per e-mail (na daarover telefonisch contact te hebben gehad) navraag gedaan bij het bedrijf naam onderneming voor de mogelijke levering van een roetfilter voor een aggregaat van het merk Olympian, modelnummer GEP150-1, met serienummer OLY00000KLEL02056. De verdachte heeft erkend deze e-mail te hebben gestuurd. In de verborgen ruimte van de loods is een aggregaat aangetroffen van hetzelfde merk, model- en serienummer als waarnaar de verdachte heeft geïnformeerd.

Hoewel de verdachte aanvankelijk stelde niet eerder op het adres aan de adres loods te Gronsveld te zijn geweest, bekent hij later ten minste tweemaal, zo niet driemaal, in de loods te geweest. Op de telefoon van de verdachte zijn foto’s aangetroffen waarop de binnenkant van de loods te zien is. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard deze foto’s een aantal, zo’n drie, weken vóór 27 februari 2014 te hebben gemaakt voor de realisatie van de tussenwand in de loods. Hij moest uitrekenen hoe groot de platen moesten worden en waar ze moesten komen. In dit verband heeft hij voorts verklaard op internet te hebben gezocht naar adressen van bedrijven die sandwichpanelen konden leveren, welke adressen hij heeft doorgegeven aan ‘een kennis’.

De verdachte heeft ontkend wetenschap te hebben gehad van de productiefaciliteit voor sigaretten in de loods. Zijn betrokkenheid bij de realisatie van de tussenwand en het opzoeken van een roetfilter had volgens verdachte te maken met de opzet van een houthandel. De verdachte heeft voorts verklaard dat hij op 27 februari 2014 slechts in de loods aanwezig was om hout op te halen met een busje dat aan hem ter beschikking was gesteld.

Het hof overweegt op grond van de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden als volgt.

Met betrekking tot het tenlastegelegde bijeenbrengen van goederen voor de productiefaciliteit

Allereerst is op geen enkele wijze gebleken, noch uit het procesdossier, noch anderszins uit het onderzoek ter terechtzitting, dat het de verdachte is geweest die de aangetroffen machines, tabak, sigarettenfilters en -doosjes, het verpakkingsmateriaal en/of een roetfilter in het verborgen gedeelte van de loods bijeen heeft gebracht. In zoverre zal de verdachte van het aan hem ten laste gelegde ‘bijeenbrengen van goederen voor de productiefaciliteit’ worden vrijgesproken.

Met betrekking tot het tenlastegelegde beheer voeren over de productiefaciliteit

Voorts is aan de verdachte ten laste gelegd dat hij het beheer over de in de loods aanwezige productiefaciliteit heeft gevoerd. Voor een bewezenverklaring daarvan dient onder meer in rechte komen vast te staan dat de verdachte wetenschap had van de illegale productiefaciliteit. In dat verband wijst het hof op het volgende.

De aanwezigheid van de verdachte in het voorste deel van de loods, de betrokkenheid van de verdachte bij de realisatie van de tussenwand waarachter zich een verborgen ruimte bevond, de zoektocht naar het roetfilter, alsmede (en met name) het bezit van de sleutels van zowel de loods als het verborgen gedeelte, zijn alle aanwijzingen die duiden op de betrokkenheid van de verdachte bij de in de loods aanwezige illegale productiefaciliteit voor sigaretten. Het is echter onduidelijk gebleven wat de exacte rol van de verdachte daarbij is geweest. Evenmin is komen vast te staan dat de verdachte wist dat zich in de verborgen ruimte een heimelijke productiefaciliteit voor sigaretten bevond.

Aldus is het hof, anders dan de advocaat-generaal, maar met de verdediging van oordeel, dat genoemde belastende omstandigheden in onvoldoende mate de conclusie kunnen dragen dat de verdachte wetenschap had van de illegale productiefaciliteit.

Overwegingen ten overvloede met betrekking tot de tenlastegelegde ‘poging tot vervaardiging’

Het hof overweegt ten overvloede dat, voor zover wel zou kunnen worden bewezen dat de verdachte wetenschap had van de productiefaciliteit, daarmee nog niet ondubbelzinnig is gezegd dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot het vervaardigen van onveraccijnsde sigaretten. Voor zover al zou kunnen worden betoogd dat de verdachte het beheer over de loods heeft gevoerd (namelijk door in het bezit te zijn van de sleutels en op 27 februari 2014 in de loods aanwezig te zijn en toen voor de FIOD de deur open te doen), is het hof van oordeel dat die ‘beheerhandelingen’ niet zonder meer geëigend zijn om een essentiële bijdrage te leveren aan een begin van uitvoering van het vervaardigen van onveraccijnsde sigaretten.

Het vorenoverwogene leidt tot de slotsom dat het bewijs voor de tenlastegelegde poging tot accijnsfraude tekortschiet. Mitsdien zal de verdachte daarvan integraal worden vrijgesproken.
 

Beslag

Uit het onderzoek ter terechtzitting is naar voren gekomen dat met de hierna in het dictum te noemen inbeslaggenomen goederen een illegale productiefaciliteit is gecreëerd waarmee een grote hoeveelheid onveraccijnsde sigaretten kon worden geproduceerd. Met dergelijk handelen is gepoogd accijnsfraude te plegen, waardoor een potentieel nadeel aan de Staat der Nederlanden zou kunnen worden toegebracht van een bedrag van € 3.488.800,00 als gevolg van misgelopen accijns. Niettegenstaande de omstandigheid dat de verdachte van het aan hem ten laste gelegde zal worden vrijgesproken, stelt het hof op grond van het onderzoek ter terechtzitting aldus vast dat met betrekking tot de inbeslaggenomen goederen een strafbaar feit is begaan. Het hof zal daarom de onttrekking aan het verkeer bevelen van genoemde inbeslaggenomen goederen zoals hierna te melden.

Voor wat betreft het overige beslag stelt het hof vast dat er geen strafvorderlijk belang meer is bij de handhaving daarvan. Op grond van onderzoek ter terechtzitting is niet genoegzaam komen vast te staan wie in juridische zin als rechthebbende van de hierna in het dictum te noemen inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven goederen kan worden aangemerkt. Het hof zal derhalve de bewaring daarvan gelasten ten behoeve van de rechthebbende.

Lees hier de volledige uitspraak. 

 

 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF