Vrijspraak opzettelijk schapen houden terwijl die dieren niet overeenkomstig de Regeling identificatie en registratie van dieren waren geïdentificeerd en/of geregistreerd

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 mei 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:4257

 

 

Op 22 januari 2015 hebben verbalisanten van de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit een controle gedaan op het bedrijf van verdachte in plaats 1. Op die dag hebben verbalisanten door telling vastgesteld dat er tenminste 590 schapen werden gehouden. Er bleek tussen de stallijsten en de telling van het aantal aanwezige schapen op het bedrijf een verschil van 200 schapen te zitten. Deze 200 schapen stonden wel geregistreerd op de stallijsten maar waren fysiek niet aanwezig op het bedrijf. Teneinde na te gaan of er van die 200 schapen ook schapen waren die ter slachting waren aangeboden aan slachthuis naam 1 in plaats 2, werd op verzoek van verbalisanten op 17 maart 2015 door dhr. naam 2 van slachthuis naam 1 de VKI, scanlijsten en betalingsoverzichten aan verdachte verstrekt. Er bleken 133 schapen op de scanlijsten voor te komen die volgens het VKI waren aangevoerd op het slachthuis op verschillende data in 2014. Van deze 133 schapen die geregistreerd stonden op de controledag van 22 januari 2015 op het bedrijf van verdachte is dus geen afvoermelding doorgegeven aan het I&R-systeem schapen en geiten. Voorafgaand aan de controle op 22 januari 2015 zijn de bedrijfsregisters afgedrukt van de periode 1 januari 2014 tot en met 31 december 2014 en van 1 mei 2014 tot en met 31 december 2014. In de bedrijfsregisters was te zien dat er 117 aan/afvoermeldingen buiten de wettelijke termijn van 7 dagen waren gedaan. Er waren 16 aanvoeren van schapen op 30 december 2014 aangemeld op 15 januari 2015. Deze schapen hebben dus een aanvoermelding gekregen na 14 dagen en dit is niet conform de Regeling identificatie en registratie van dieren (verder: Regeling).

De tenlastelegging ziet op de situatie waarin schapen aanwezig zijn op het bedrijf van verdachte, die niet op de stallijsten voorkomen. Aan verdachte is immers tenlastegelegd dat hij de schapen heeft ‘gehouden’. Aan verdachte is niet tenlastegelegd het verhandelen, vervoeren, aanvoeren of afvoeren van schapen. De tenlastelegging ziet alleen op ‘op of omstreeks 22 januari 2015’ als tijdstip van het feit. Uit het proces-verbaal blijkt dat er schapen zijn afgevoerd waarvan geen afvoermelding is doorgegeven aan het I&R-systeem. Van die schapen kan derhalve niet gezegd worden dat verdachte deze op of omstreeks 22 januari 2015 heeft ‘gehouden’ als bedoeld in artikel 39 van de Regeling.

Daarnaast gaat het om schapen die wel aanwezig waren op het bedrijf van verdachte, maar waarvan de aan/afvoermelding buiten de wettelijke termijn is gedaan. Uit de bewijsmiddelen blijkt echter niet dat verdachte dat op of omstreeks 22 januari 2015 heeft gedaan. Verdachte heeft aan het hof overgelegd een ‘overzicht uitbetalen Graasdierpremie 2015’ van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Uit dit overzicht blijkt dat in het jaar 2015 voor 13 schapen geen premie is toegekend omdat voor deze schapen de registratie in I & R niet in orde was. Ook hieruit valt niet af te leiden dat dit op of omstreeks 22 januari 2015, de datum uit de tenlastelegging, heeft plaatsgevonden.

Het hof heeft, al het voorgaande in aanmerking genomen, uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

 

Lees hier de volledige uitspraak. 

 

Print Friendly and PDF