Vrijspraak medeplegen verduistering (in dienstbetrekking): geen sprake geweest van het goed onder zich hebben

Rechtbank Limburg 5 februari 2016, ECLI:NL:RBLIM:2016:995 De verdenking komt er op neer dat de verdachte samen met een ander een grote hoeveelheid staal heeft verduisterd in dienstbetrekking, dan wel deze hoeveelheid staal heeft verduisterd.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde medeplegen van verduistering in dienstbetrekking kan worden bewezen.

De raadsman is van mening dat verdachte moet worden vrijgesproken. Hij heeft onder meer aangevoerd dat medeverdachte weliswaar op meerdere momenten staal van zijn werkgever heeft weggenomen, maar dat het staal ten tijde van het wegnemen niet aan hem was toevertrouwd. Medeverdachte heeft het staal immers steeds buiten werktijd op het bedrijfsterrein van zijn werkgever weggenomen, op tijdstippen waarop het niet was toegestaan het bedrijfsterrein te betreden. Daarnaast genoot medeverdachte ten tijde van het wegnemen van het staal ziekteverlof, waardoor geen sprake was van het onder zich hebben van staal uit hoofde van een dienstbetrekking. Als gevolg van de hiervoor omschreven omstandigheden kan het aan verdachte tenlastegelegde medeplegen van verduistering in dienstbetrekking dan wel eenvoudige verduistering niet worden bewezen.

Het oordeel van de rechtbank

In de tenlastegelegde periode heeft medeverdachte meermalen buiten reguliere werktijd op het bedrijfsterrein van zijn werkgever, Bedrijfsnaam, een hoeveelheid staal weggenomen. Medeverdachte bewerkte met een machine een rol staal tot staalplaten, waarna verdachte, de koper van de staalplaten, deze telkens met zijn vrachtwagen op het bedrijfsterrein kwam ophalen. Hoewel medeverdachte [Naam medeverdachte] ziekteverlof genoot, had hij toegang tot het bedrijfsterrein, doordat hij beschikte over een sleutel en de code van het alarmsysteem. Blijkens de aangifte van zijn werkgever had medeverdachte [Naam medeverdachte] geen toestemming het bedrijfsterrein te betreden op het moment dat het bedrijf gesloten was.

Aldus heeft medeverdachte zich meermalen buiten reguliere werktijd, wanneer het bedrijf gesloten was, naar het bedrijfsterrein begeven met het oogmerk daar staal toebehorende aan zijn werkgever weg te nemen, waarbij hij zich steeds op oneigenlijke wijze toegang tot het bedrijf heeft verschaft. Het staal was dus niet uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking aan medeverdachte toevertrouwd gedurende de tijdspanne dat hij dit met een machine bewerkte en vervolgens overdroeg aan verdachte.

Gelet op de bovenomschreven omstandigheden, is de rechtbank van oordeel dat medeverdachte het weggenomen staal nooit onder zich heeft gehad, zoals bedoeld in artikel 321 juncto artikel 322 Sr. Als gevolg hiervan acht de rechtbank de aan medeverdachte tenlastegelegde verduistering in dienstbetrekking dan wel eenvoudige verduistering niet bewezen. Daarom acht de rechtbank het aan verdachte tenlastegelegde medeplegen van verduistering in dienstbetrekking dan wel medeplegen van verduistering evenmin bewezen. Verdachte zal dan ook worden vrijgesproken.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF