Vijfhonderd euro boete voor schenden ambtsgeheim

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 16 oktober 2012, LJN BY0237 In hoger beroep is een gemeenteraadslid van de gemeente Bergen op Zoom veroordeeld tot een boete van vijfhonderd euro. Het raadslid maakte in 2009 vertrouwelijke informatie over het bouwproject Bergse haven openbaar en schond daardoor zijn ambtsgeheim. Het gerechtshof acht bewezen dat de man eind 2009 opzettelijk vertrouwelijke en gevoelige (financiële) informatie over de grondexploitaties van het bouwproject openbaar heeft gemaakt. De bewuste informatie was afkomstig uit de notitie 'Risicoprofiel Bergse Haven' van 21 maart 2007. Het raadslid had onder meer percentages en bedragen uit deze informatie verwerkt in een bijlage bij een openbare brief aan het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Bergen op Zoom. Ook plaatste hij deze vertrouwelijke informatie op zijn eigen website.

Schadelijk voor gemeente

Door de bekendmaking zouden betrokken marktpartijen hun voordeel kunnen doen, waardoor de belangen van de gemeente Bergen op Zoom konden worden geschaad. Het raadslid zelf heeft toegegeven dat deze informatie van belang was in verband met de onteigeningsprocedure, die op 21 september 2009, formeel bezien, nog niet volledig was afgerond.

Vertrouwelijk

Het hof is van oordeel dat het voor de man overduidelijk moet zijn geweest dat het hier vertrouwelijke informatie betrof, ook al ontbrak een stempel ‘vertrouwelijk’ of ‘geheim’ op de notitie. Vanwege zijn jarenlange raadservaring en zijn ervaring in rekenkamercommissies mocht worden verondersteld dat hij het vertrouwelijke karakter van deze informatie goed kon inschatten. Ook al omdat hierover gesproken was tijdens de vergaderingen van 23 januari en 25 juni 2009 en een bespreking op 15 juli 2009. De verklaring van het raadslid dat de betreffende informatie al eerder in een gerechtelijke procedure aan de orde was gekomen en deze dus al bij sommige belanghebbenden bekend, vindt het hof geen excuus. Wat tegenover de één geen geheim meer is, kan dat tegenover anderen nog steeds zijn.

Wet openbaarheid bestuur

Ook zijn verklaring dat hij de informatie heeft gekregen na een mondeling beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) vindt het hof ongeloofwaardig. Van een dergelijk beroep, dat zou zijn gedaan na afloop van de raadsvergadering van 25 juni 2009, blijkt niets. Bovendien deed het raadslid eerdere Wob-verzoeken altijd schriftelijk. Een reden waarom dit nu anders zou zijn geweest, heeft hij niet opgegeven.

Onvoorwaardelijke geldboete

De rechtbank kwam eerder tot een schuldigverklaring zonder straf, omdat het raadslid niet uit eigen gewin maar uit goede bedoelingen zou hebben gehandeld. Ook de advocaat-generaal onderschreef in hoger beroep dit standpunt. Het hof onderkent het belang dat klokkenluiders voor de gemeenschap kunnen hebben. Het gemeenteraadslid is opgekomen tegen wat hij zag als onbehoorlijk bestuur. Maar als raadslid had hij andere middelen kunnen gebruiken om zijn doel te bereiken. Het hof is daarom van oordeel dat een onvoorwaardelijke geldboete passend is.

Klik hier voor de volledige uitspraak.

Bron: de Rechtspraak

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF