Verwervingshandelingen van verdachte aan te merken als gedragingen die als witwassen kunnen worden gekwalificeerd

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 10 december 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:5171 Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte vrijgesproken ter zake van het in de zaak met parketnummer 02-800144-11 onder 1, 2 en 3 en het in de zaak met parketnummer 02-666651-11 ten laste gelegde en ter zake van het meermalen plegen van witwassen (parketnummer 02-800144-11 onder 4) veroordeeld tot 6 maanden gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en 240 uren werkstraf, met aftrek van voorarrest, subsidiair 120 dagen hechtenis.

Vrijspraak (woning 1 en contante geldbedragen)

Ten aanzien van woning 1 heeft het hof niet kunnen vaststellen dat verdachte het gronddelict (oplichting) heeft gepleegd, zodat zij van het ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken voor zover de tenlastelegging op deze woning ziet. De oplichting zou er in hebben bestaan dat verdachte bij het aanvragen van de hypothecaire geldlening (nodig voor de aankoop van voornoemde woning) gebruik heeft gemaakt van een valse werkgeversverklaring. Bedoelde werkgever betrokkene 1 heeft, als getuige ter terechtzitting in hoger beroep gehoord, verklaard dat die werkgeversverklaring overeenkomstig de waarheid is opgemaakt, dat verdachte op dat moment bij hem in dienst was, dat zij feitelijk vanaf begin februari 2007 voor hem heeft gewerkt en dat de intentie was dat zij bij hem in dienst zou blijven. Het hof heeft geen reden om aan de inhoud van die verklaring te twijfelen. Hoewel verdachte kort nadien uit dienst is getreden, kan derhalve niet worden vastgesteld dat de werkgeversverklaring die door verdachte bij de aanvraag van de hypothecaire geldlening in februari 2007 is gebruikt, vals was.

Ten aanzien van de contante geldbedragen kan het hof evenmin vaststellen dat deze van misdrijf afkomstig zijn, zodat verdachte ook in zoverre van het ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken. Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep een verklaring gegeven voor de herkomst van deze geldbedragen die het hof niet onaannemelijk voorkomt, mede nu deze verklaring (deels) ondersteuning vindt in de verklaringen van in hoger beroep ter terechtzitting gehoorde getuigen.

Bewezenverklaring hypotheekfraude

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 02-800144-11 onder 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat zij in de periode van 2 november 2009 tot en met 6 februari 2011 te Waalwijk een voorwerp, te weten een stuk grond/bouwterrein en een woning aan de woning 2 heeft verworven en voorhanden gehad, terwijl zij wist dat dat bovengenoemde voorwerp - middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat het perceel aan de adres woning 2, zijnde een bouwterrein met daarop een woonhuis in aanbouw, door verdachte van haar partner (medeverdachte) werd gekocht voor €342.440,00. De levering aan verdachte vond plaats op 2 november 2009. Voor de betaling van de koopsom is een hypotheek gevestigd bij Nationale Nederlanden van €365.000 euro ten laste van verdachte.

Uit de hypotheekofferte van Nationale Nederlanden d.d. 20 april 2009 (pg. 250 t/m 264) blijkt dat verdachte bij de hypotheekaanvraag heeft opgegeven inkomsten uit dienstverband te hebben en dat Nationale Nederlanden bij het beoordelen van de aanvraag en het uitbrengen van de aanbieding is uitgegaan van de door verdachte verstrekte gegevens. De financier wilde nog ter goedkeuring de werkgeversverklaring ontvangen waaruit het opgegeven inkomen uit vast dienstverband bleek. Verdachte heeft op 29 april 2009 de hypotheekofferte ter goedkeuring ondertekend met als gewenste passeerdatum "zsm".

Uit de bewijsmiddelen blijkt voorts dat door verdachte aan Nationale Nederlanden onder meer een werkgeversverklaring is overgelegd van bedrijf 1, waarin is vermeld dat verdachte op 1 april 2009 voor onbepaalde tijd bij bedrijf 1 in dienst is getreden en een bruto jaarsalaris van €35.580,00 heeft. Deze werkgeversverklaring is door betrokkene 2 ondertekend. betrokkene 2 heeft op 22 september 2011 (pg. 325 t/m 327) bij de politie verklaard dat verdachte nooit voor hem heeft gewerkt en dat hij via het salaris van verdachte de door hem aan medeverdachte verschuldigde overnamesom van bedrijf 1 heeft betaald.

Het hof gaat uit van de juistheid van voornoemde verklaring van betrokkene 2 en hecht geen geloof aan zijn verklaring ten overstaan van de raadsheer-commissaris dat verdachte wel degelijk bij hem in dienst is geweest, tot juli 2009 in de winkel werkte, later haar werkzaamheden thuis uitvoerde en steeds 20 uur per week voor het bedrijf heeft gewerkt.

De verklaring van betrokkene 2 ten overstaan van de politie vindt immers bevestiging in de verklaring van de getuige Takarindingan. Takarindingan is evenals betrokkene 2 op 22 september 2011 door de politie gehoord. Hij heeft verklaard dat hij die ochtend telefonisch contact had gehad met betrokkene 2 die hem vroeg of hij strafbaar was geweest, omdat hij verdachte in loondienst had gehad, terwijl zij nooit had gewerkt. Zij hebben toen afgesproken dat ze gewoon zouden vertellen hoe de overname van bedrijf 1 keukens is gegaan. Voorts vindt de verklaring van betrokkene 2 bevestiging in de verklaring van verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg. Zij heeft alstoen verklaard dat zij weinig of geen werkzaamheden heeft verricht voor bedrijf 1.

Gelet op vorenstaande stelt het hof vast dat de werkgeversverklaring van bedrijf 1 valselijk is opgemaakt. Verdachte heeft deze werkgeversverklaring desgevraagd aan Nationale Nederlanden verstrekt teneinde deze maatschappij ertoe te bewegen haar een hypothecaire geldlening te verstrekken. Aldus is sprake van oplichting. Met het geld dat verdachte aldus heeft verkregen heeft zij het perceel en de in aanbouw zijnde woning aan de adres woning 2 gekocht. Deze onroerende zaak is dan ook middellijk afkomstig uit misdrijf, zoals bewezen verklaard.

Het verweer wordt verworpen.

Verweer ten aanzien van witwassen

De raadsman heeft betoogd dat de verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging nu haar handelen niet als witwassen kan worden gekwalificeerd en dientengevolge geen strafbaar feit zou opleveren. Daartoe heeft hij aangevoerd - zakelijk weergegeven - dat er geen sprake kan zijn van witwassen door de verdachte, aangezien zij geen gedragingen heeft verricht die gericht zijn geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van de gelden (te weten: de hypothecaire leningen) waarmee zij de onderhavige woning heeft verkregen.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Het hof stelt voorop dat het enkele voorhanden hebben door de verdachte van een voorwerp dat afkomstig is uit een door haarzelf begaan misdrijf niet kan bijgedragen aan het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat voorwerp en derhalve niet als witwassen kan worden gekwalificeerd. Het hof acht evenwel bewezen dat de verdachte door middel van het plegen van een misdrijf (oplichting/valsheid in geschrift) een hypothecaire geldlening, en daarmee door misdrijf verkregen gelden, heeft verkregen. Vervolgens heeft de verdachte met die door misdrijf verkregen gelden onroerend goed verworven dat derhalve middellijk afkomstig was uit enig misdrijf en daarmee een handeling verricht die niet louter heeft bestaan uit het enkele voorhanden hebben van voorwerpen (gelden) die afkomstig zijn uit het door de verdachte zelf gepleegde misdrijf.

Genoemde verwervingshandelingen zijn ook volgens de rechtspraak van de Hoge Raad (HR 11 mei 2010, NJ 2010, 655 en HR 14 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:950) aan te merken als gedragingen die als witwassen kunnen worden gekwalificeerd. Uit de wetsgeschiedenis volgt immers dat de strafbaarstelling van witwassen strekt ter bescherming van de integriteit van het financieel en economisch verkeer en van de openbare orde en naar het oordeel van het hof heeft de verdachte door haar handelwijze genoemde integriteit aangetast door de door misdrijf verkregen gelden aan te wenden om de koopsom van de onroerende zaak te betalen.

Gelet op het bovenstaande verwerpt het hof het verweer.

Bewezenverklaring

Witwassen

Strafoplegging

Het hof veroordeelt de verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden een proeftijd van 2 jaar.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF