Vervolging heling & witwassen bij identiek feitencomplex

Hoge Raad 1 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2445

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

"2. hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 23 mei 2005 tot 8 april 2009 in de gemeente Raalte en/of Kampen en/of Rotterdam en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer (hierna genoemde) auto's en/of kentekenbewijzen heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die auto's wist(en) dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof te weten (onder andere):

- een op of omstreeks 12 december 2008 in Vught weggenomen BMW X5 ( [AA-00-AA] ) (ZD 205) en/of

- een in of omstreeks de periode van 28 tot 30 maart 2009 in Rotterdam Volkswagen Golf GTI ( [BB-00-BB] ) (ZD 315) en/of

- een op of omstreeks 11 december 2008 in Alphen a/d Rijn weggenomen Peugeot 207, 1.6 HDI ( [CC-00-CC] ) (ZD 249) en/of

- een in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot 8 april 2009 in Frankrijk weggenomen Volkswagen Golf ( [DD-00-DD] ) (ZD 254) en/of

- een in of omstreeks de periode van 19 tot 21 februari 2008 in Rotterdam weggenomen Volkswagen Polo ( [EE-00-EE] ) (ZD 317);

(...)

5. hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 23 mei 2005 tot 8 april 2009 in de gemeente Raalte en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (een) voorwerp(en), te weten een of meer auto's te weten (onder andere)

- een BMW X5 ( [AA-00-AA] ) (ZD 205) en/of

- een Volkswagen Golf GTI ( [BB-00-BB] ) (ZD 3I5) en/of

- een Peugeot 207, 1.6 HDI ( [CC-00-CC] ) (ZD 249) en/of

- een Volkswagen Golf ( [DD-00-DD] ) (ZD 254) en/of

- een Volkswagen Polo ( [EE-00-EE] ) (ZD 317)

en/of een of meer geldbedragen (welke door de verkoop van die auto('s) was/waren verkregen) en/of een of meer kentekenbewijzen (welke bij die auto('s) was/waren gevoegd) en/of andere voorwerpen/goederen, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van die/dat voorwerp(en), gebruik heeft/hebben gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) dat bovenomschreven voorwerp(en)

- onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf."

Daarvan is bewezenverklaard dat:

"2. hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot 8 april 2009 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, hierna genoemde auto's voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die auto's wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof te weten:

- een in de periode van 28 tot 30 maart 2009 in Rotterdam Volkswagen Golf GTI ( [BB-00-BB] ) (ZD 315) en

- een in de periode van 19 tot 21 februari 2008 in Rotterdam weggenomen Volkswagen Polo ( [EE-00-EE] ) (ZD 317);

5. hij in de periode van 1 januari 2009 tot 8 april 2009 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, een voorwerp, te weten een auto te weten:

- een Volkswagen Golf GTI ( [BB-00-BB] ) (ZD 315)

heeft omgezet, terwijl hij en zijn mededader wist dat bovenomschreven voorwerp

- onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf."

Middel

Het middel behelst de klacht dat het Hof heeft verzuimd te beslissen op een verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging van de verdachte ten aanzien van het onder 5 tenlastegelegde feit.

Beoordeling Hoge Raad

Blijkens de pleitnota heeft de raadsman van de verdachte ter terechtzitting van het Hof een beroep gedaan op de (partiële) niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging ter zake van het onder 5 tenlastegelegde.

Aldus is een verweer gevoerd waaromtrent het Hof op straffe van nietigheid uitdrukkelijk een met redenen omklede beslissing had moeten geven. Aangezien zodanige beslissing in de bestreden uitspraak niet voorkomt, is het middel gegrond. Nochtans leidt de gegrondheid van het middel niet tot vernietiging van de bestreden uitspraak. Dat berust op het volgende.

Verweer en middel - waarin terecht niet wordt geklaagd over schending van art. 68 Sr aangezien hier geen sprake is van 'andermaal vervolgen' in de zin van die bepaling ter zake van een feit waarover ten aanzien van de verdachte bij onherroepelijk gewijsde is beslist - steunen op de opvatting dat ingeval een verdachte ter zake van een (identiek) feitencomplex vervolgd zou kunnen worden voor zowel (schuld)heling als (schuld)witwassen, het openbaar ministerie - op straffe van niet-ontvankelijkheid in de vervolging - gehouden is bij het opstellen van de tenlastelegging een keuze te maken tussen die heling en dat witwassen. Die opvatting is onjuist. Anders dan in de toelichting op het middel wordt betoogd, dwingt de wetsgeschiedenis niet tot zo een keuze. Die wetsgeschiedenis, die in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 11 is weergegeven, houdt op dit punt immers niet meer in dan: "De officier van justitie kan in zo'n geval kiezen welk feit hij telastelegt (eventueel kan hij de twee feiten ook alternatief telaste leggen)." De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 3 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:501 uitgelegd dat ingeval het openbaar ministerie geen keuze heeft gemaakt, de samenloopbepalingen van de art. 55 e.v. Sr grenzen stellen aan de cumulatie van de op de verschillende feiten gestelde maximumstraffen.

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly and PDF