Veroorzaken ongeval door epileptische aanval: Door onder deze omstandigheden af te gaan op neuroloog, valt verdachte in strafrechtelijke zin geen verwijt te maken

Rechtbank Breda 17 mei 2013, LJN CA0343

Feiten

Op 11 september 2006 heeft verdachte een hersenoperatie ondergaan in verband met een tumor die daarvoor meerdere epilepsieaanvallen veroorzaakte. Na deze operatie heeft hij vanwege zijn medische gesteldheid van het CBR steeds een beperkt rijbewijs gekregen, te weten een rijbewijs met code 101 (een beperking in de duur van het besturen van een auto en een beperking in het vervoeren van medepassagiers).

Op 22 september 2010 heeft verdachte wederom een epileptische aanval gekregen, welke hij niet heeft gemeld aan het CBR, terwijl hij nog steeds voornoemd beperkt rijbewijs had.

Op 27 januari 2011 is verdachte met een bedrijfsauto, zijn een bestelauto van het merk Citroën, na zijn werkdag huiswaarts gegaan en op de Dijkgraaf den Dekkerweg te Werkendam betrokken geraakt bij een ongeval.

Bij dat ongeval was tevens een personenauto van het merk Ford betrokken. De bestuurster van de Ford betrof slachtoffer 1 en de bijrijdster slachtoffer 2. De ter plaatse gekomen verbalisanten zagen dat er een vrouw, die later de bijrijdster bleek te zijn, in het gras lag. Zij zagen dat deze vrouw ernstig gewond was aan haar arm en haar hoofd.

Verbalisant zag dat de bestuurster geen teken van leven had. Hij voelde geen pols bij deze vrouw en zag dat haar hoofd voorovergebogen op het stuur lag. Hij hoorde vervolgens van de ambulance verpleegkundige dat de vrouw die in de Ford zat reeds was overleden.

Slachtoffer 2 heeft ten gevolge van het ongeval ernstig inwendig letsel opgelopen en werd voor medische behandeling overbracht naar het UMC te Utrecht. Op 4 februari 2011 is zij volgens de behandelend arts aan haar verwondingen overleden.

Verdenking

De verdenking komt er op neer dat verdachte met zijn auto een aan zijn schuld te wijten ongeval heeft veroorzaakt waarbij twee personen zijn omgekomen, dan wel met zijn rijgedrag gevaar op de weg heeft veroorzaakt, waardoor twee personen zijn omgekomen, dan wel op het weggedeelte dat bestemd was voor het tegemoetkomende verkeer heeft gereden waardoor een aanrijding is ontstaan waarbij twee personen zijn omgekomen.

Oordeel rechtbank

De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden, is of dit ongeval aan de schuld van verdachte is te wijten.

De rechtbank acht aannemelijk dat er bij verdachte voorafgaand aan en ten tijde van het ongeval sprake was van een epileptische aanval. De rechtbank overweegt daartoe dat verdachte bekend is met epilepsie en kort voor de aanrijding vrij snel en op onverklaarbare wijze met zijn bestelbus in zijn geheel op de verkeerde weghelft terecht is gekomen. Door getuigen zijn geen ongevalcorrigerende maatregelen, zoals remmen, waargenomen. Ook anderszins is daar niet van gebleken. Het ongeval heeft plaatsgevonden bij daglicht en op een rechte weg. Er zijn geen verkeersomstandigheden vastgesteld die noodzaakten tot uitwijken.

De rechtbank acht voorts aannemelijk dat de neuroloog verdachte na de epileptische aanval in september 2010 heeft geadviseerd om drie maanden geen auto te rijden. Zowel verdachte als zijn echtgenote, die bij het gesprek met hem aanwezig is geweest, hebben dit verklaard. Daarnaast heeft de neuroloog dit zelf in eerste instantie ook bevestigd en komt deze periode terug in de door de raadsman overgelegde brief van het UMC.

Naar de mening van de officier van justitie had verdachte een onderzoeksplicht nu hij bekend was met epileptische aanvallen, op de hoogte was van de risico’s daarvan en aan het verkeer wilde deelnemen. De rechtbank overweegt in dat kader dat verdachte na zijn operatie in 2006 contact heeft gezocht met het CBR, waarna hij een beperkt rijbewijs kreeg. In 2009 verliep dit rijbewijs en heeft verdachte een nieuwe keuring ondergaan. Bij die keuring heeft verdachte gemeld dat hij in 2008 een epileptische aanval heeft gehad en als gevolg daarvan, op advies van zijn behandelend neuroloog, gedurende drie maanden geen auto heeft gereden. De verplichting tot het melden van een epileptische aanval bij het CBR is niet opgenomen in enige wettelijke regeling. Voor zover de rechtbank kan beoordelen, is verdachte na iedere epileptische aanval naar een neuroloog gegaan. Bij een dergelijk bezoek is steeds de rijgeschiktheid aan de orde gekomen. De folder van het Nationaal Epilepsie-fonds verwijst ten aanzien van de rijvaardigheid na een epileptische aanval ook naar de neuroloog. Tevens beschikt de neuroloog over de regeling eisen geschiktheid 2000.

Door onder deze omstandigheden af te gaan op hetgeen de neuroloog heeft gezegd, valt verdachte naar het oordeel van de rechtbank in strafrechtelijke zin geen verwijt te maken. Voor de tenlastelegging betekent dit dat verdachte wordt vrijgesproken van het onder primair tenlastegelegde omdat het bestanddeel ‘aanmerkelijke schuld’ niet kan worden bewezen.

De onder subsidiair ten laste gelegde overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet kan wel wettig en overtuigend worden bewezen. Omdat de rechtbank echter van oordeel is dat verdachte geen verwijt valt te maken, zal de rechtbank het gedane beroep op afwezigheid van alle schuld honoreren en hem ontslaan van alle rechtsvervolging.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF