Veroordeling witwassen: verdachte heeft, op verzoek van haar partner, geld uit haar woning gepakt en vervolgens meegenomen met het kennelijke doel opbrengsten uit misdrijf aan het zicht van justitie te onttrekken

Rechtbank Rotterdam 12 november 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:9326

De officier van justitie mr. M. Vreugdenhil heeft gerekwireerd tot:

  • bewezenverklaring van witwassen van een geldbedrag van € 63.050, een BMW en meerdere horloges;
  • veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 47 dagen met aftrek van voorarrest, alsmede tot een taakstraf voor de duur van 200 uren, subsidiair 100 dagen vervangende hechtenis;
  • onttrekking aan het verkeer van de op de lijst van in beslag genomen voorwerpen onder 32 tot en met 37 vermelde voorwerpen;
  • verbeurdverklaring van de op de lijst van in beslag genomen voorwerpen onder 2, 4, 5, 6, 9, 10, 11 en 12 vermelde voorwerpen;
  • teruggave aan de verdachte van de op de lijst van in beslag genomen voorwerpen onder 1, 8, 16 tot en met 31 en 38 tot en met 72 vermelde voorwerpen.

Standpunt verdediging

Aangevoerd is dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het witwassen van het ten laste gelegde geldbedrag, nu zij wist, noch redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat dit geldbedrag - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.

Beoordeling rechtbank

Naar inmiddels bestendige jurisprudentie kan, in een geval zoals dat zich hier voordoet, waarin geen direct bewijs voor inkomsten uit brondelicten aanwezig is, witwassen bewezen worden geacht, indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het geld of de goederen uit enig misdrijf afkomstig zijn. Het ligt op de weg van het openbaar ministerie om zicht te bieden op het bewijs waaruit zodanige feiten en omstandigheden kunnen worden afgeleid.

De toetsing door de zittingsrechter dient daarbij de volgende stappen te doorlopen.

Allereerst zal moeten worden vastgesteld of de aangedragen feiten en omstandigheden van dien aard zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen. Indien deze omstandigheid zich voordoet, mag van de verdachte worden verlangd dat zij een verklaring geeft voor de herkomst van het geld of de goederen. Die verklaring dient concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk te zijn.

Bij de beoordeling van deze verklaring spelen de omstandigheden waaronder en het moment en de wijze waarop deze tot stand is gekomen mede een rol. Zo kan het van belang zijn of de verdachte van meet af aan een tegenwicht tegen de verdenking heeft geboden of dat zij pas in een laat stadium van het onderzoek is gaan verklaren op een wijze die aan de hiervoor genoemde vereisten voldoet.

Zodra het door de verdachte geboden tegenwicht daartoe aanleiding geeft, ligt het vervolgens op de weg van het openbaar ministerie om nader onderzoek te doen naar de, uit de verklaringen van de verdachte blijkende, alternatieve herkomst van het geld en de goederen. Uit de resultaten van een dergelijk onderzoek zal dienen te blijken dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat de goederen waarop de verdenking betrekking heeft, een legale herkomst hebben en dat derhalve een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring kan gelden.

Ook het onderhavige verwijt zal aan de hand van dit toetsingskader worden beoordeelt.

Vermoeden van witwassen

Op basis van de bewijsmiddelen, die als bijlage II aan dit vonnis zijn gehecht, wordt van het volgende uitgegaan. Op 1 oktober 2012 heeft er een observatie plaatsgevonden van het pand. Verbalisanten hebben toen waargenomen dat de verdachte, na eerst in eerdergenoemde BMW te zijn weggereden, terugkeert naar de woning, naar binnen loopt, met een grote zwarte tas weer naar buiten komt en vervolgens in een andere auto weer wegrijdt. De verdachte is vervolgens staande gehouden en in de zwarte tas zijn zes (waardevolle) horloges en een bedrag van € 63.050 aangetroffen. Dit geldbedrag bestond voor het grootste gedeelte uit € 500 biljetten die door middel van een wikkel bij elkaar zaten.

De handelwijze van de verdachte ten aanzien van het geldbedrag vond plaats onder omstandigheden die, in de context van de gebeurtenissen en in samenhang bezien, als zogenoemde typologieën van - en daarmee kenmerkend voor - witwassen zijn aan te merken. Het is immers een feit van algemene bekendheid dat diverse vormen van criminaliteit gepaard gaan met grote hoeveelheden contant geld, vaak bestaande uit € 500 biljetten. Het in een tas zonder enige verdere bescherming vervoeren van grote hoeveelheden legaal chartaal geld is ongebruikelijk, onder meer vanwege de veiligheidsrisico’s. Crimineel geld maakt het kennelijk de moeite waard dat risico te lopen.

Daarbij komt dat het besteedbaar inkomen van de verdachte over de jaren 2009 tot en met 2012 blijkens de zich in het dossier bevindende gegevens € 33.378,00 bedroeg. Voorts volgt uit de door de belastingdienst verstrekte gegevens dat de partner van de verdachte, medeverdachte, over de periode 2009 tot en met 2011 een besteedbaar inkomen van in totaal € 25.424 heeft gehad en hij volgens het Regionale Opsporingsteam Sociale Recherche in de periode van 1 januari 2012 tot en met 18 februari 2013 helemaal geen inkomsten uit loon of uitkering heeft genoten. Tegenover het (grote) aangetroffen geldbedrag staat aldus het gegeven dat de verdachte, evenals haar partner, in de jaren voorafgaande aan het tenlastegelegde feit slechts een laag legaal inkomen heeft gehad.

Gelet hierop mag van de verdachte worden verlangd dat zij een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft aangaande haar handelen met betrekking tot het voornoemde geldbedrag.

Verklaring herkomst geld

De verdachte heeft verklaard dat zij op 1 oktober 2012 is gebeld door medeverdachte, die haar heeft verzocht om geld uit de woning te halen. Het geld zou zich bevinden in een jaszak van medeverdachte, alsmede in een schoenendoos. De verdachte heeft vervolgens voldaan aan dit verzoek. Zij is de woning binnen gegaan, heeft het geld in een zwarte tas gestopt en heeft de woning vervolgens verlaten. Over de herkomst van het aangetroffen geldbedrag heeft de verdachte geen verklaring gegeven. Zij heeft slechts verklaard dat zij niets wist van het geld dat zich in de woning bevond. Vastgesteld wordt dan ook dat de verklaring van de verdachte omtrent de herkomst van het geldbedrag, niet voldoet aan de eerdergenoemde vereisten. De rechtbank concludeert gelet hierop dat het niet anders zijn dan dat het bij de verdachte aangetroffen geldbedrag - middellijk of onmiddellijk - afkomstig is uit enig misdrijf.

Wetenschap

De vraag die vervolgens voorligt is of de verdachte wist, dan wel redelijkerwijs diende te vermoeden dat het door haar meegenomen geldbedrag - middellijk of onmiddellijk - afkomstig is uit enig misdrijf. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend. Op het moment dat de verdachte gebeld werd met het verzoek om direct (grote) geldbedragen uit haar woning te halen - van welk geld zij volgens haar eigen verklaring niets wist -, welk geld voornamelijk bestond uit € 500 biljetten die waren verstopt/aan het directe zicht onttrokken waren, had zij in ieder geval redelijkerwijs dienen te vermoeden dat dit geld geen legale herkomst had.

Conclusie

Wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het (schuld)witwassen van € 63.050. Het verweer van de raadsman wordt verworpen.

Partiële vrijspraak

Het witwassen van de BMW en (meerdere) horloges is - anders dan de officier van justitie heeft gevorderd - niet wettig en overtuigend bewezen, zodat de verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt.

Zowel de verdachte, haar vader als medeverdachte hebben verklaard dat de vader van de verdachte de BMW heeft aangeschaft met geld dat hij had verkregen uit een erfenis. Uit de stukken in het dossier en het verhandelde ter zitting kan niet worden afgeleid dat deze - op voorhand niet hoogst onwaarschijnlijke verklaring - onjuist is en dat het niet anders kan dan dat de BMW is aangekocht met geld afkomstig uit enig misdrijf.

Met betrekking tot de ten laste gelegde horloges is de rechtbank van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de verdachte wist, dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze horloges aangekocht zijn met geld afkomstig uit enig misdrijf. In dat kader heeft de rechtbank acht geslagen op de verklaring van de verdachte dat zij niet veel wist van de inkomsten van haar man, in de veronderstelling leefde dat hij een succesvolle ondernemer was en hem altijd heeft gekend ‘als een man met horloges’.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF