Accountantswerkzaamheden & belastingheffing komen niet in aanmerking voor aftrek van het verkregen voordeel

Rechtbank Limburg 13 november 2014, ECLI:NL:RBLIM:2014:9887

Verdachte onder meer veroordeeld wegens het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, gepleegd op 25 juni 2013.

Ingevolge het bepaalde in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht moet worden onderzocht of, en zo ja in hoeverre, verdachte voordeel heeft verkregen uit de baten van de feiten waarvoor de veroordeling heeft plaatsgevonden of andere strafbare feiten, waarvoor voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door hem zijn begaan.

Standpunt officier van justitie

De vordering van de officier van justitie houdt in de ontneming van het voordeel dat verdachte heeft verkregen uit de baten van eerdere strafbare feiten, zijnde twee eerdere oogsten van 160 hennepplanten. De officier van justitie heeft dit bedrag geschat op 19.626,66 euro en heeft verzocht betaling van dit bedrag aan verdachte op te leggen.

Standpunt verdediging

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard - zakelijk weergegeven - dat hij de hennepkwekerij in het begin van het jaar 2013 zelf heeft opgebouwd. De eerste oogst had een opbrengst van ongeveer 2,5 kilogram hennep, waarbij verdachte per kilogram ongeveer een bedrag van 3.100,- euro ontving. Voor deze eerste oogst heeft verdachte een bedrag van ongeveer 7.500,- euro ontvangen. Verdachte verklaart bovendien dat de tweede oogst mislukt is. De derde oogst is door de politie aangetroffen.

Raadsvrouwe heeft ter terechtzitting aangevoerd dat de verplichting tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel op nihil dient te worden gesteld. Bij de berekening moet volgens de verdediging op grond van het procesdossier worden uitgegaan van een totaal van 125 hennepplanten. Verdachte heeft voor zijn eerste oogst een bedrag van ongeveer 7.500,- euro ontvangen. De elektriciteitskosten dienen van dit bedrag te worden afgetrokken. Immers, verdachte heeft inmiddels aan Enexis B.V. een bedrag van 2.237,37 euro voldaan in verband met de weggenomen energie. Daarnaast heeft verdachte een bedrag van 3.956,81 euro aan belasting betaald over een vermeend inkomen van 10.000,- euro in het jaar 2013. Dit vermeend inkomen is gerelateerd aan de vermeende opbrengst van de hennepkwekerij. Tot slot voert de verdediging aan dat ook de kosten die gemaakt zijn ten behoeve van accountantswerkzaamheden van voornoemd bedrag dienen te worden afgetrokken.

De schatting van de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel

De politierechter is van oordeel dat verdachte door middel van het telen van hennep voorafgaand aan de aangetroffen teelt voordeel heeft verkregen.

De politierechter stelt vast dat verdachte twee keer eerder geoogst heeft, gelet op de netmeting die heeft plaatsgevonden in de periode van 7 februari 2013 tot en met 11 februari 2013. Op deze netmeting zijn in- en uitschakelmomenten te zien. Dit patroon komt overeen met het gebruik van schakelklokken in combinatie met assimilatieverlichting in de hennepteelt. Op 25 juni 2013 is bij verdachte een in gebruik zijnde hennepkwekerij aangetroffen. De politierechter is van oordeel dat verdachte in de periode van 11 februari 2013 tot en met 25 juni 2013 twee keer heeft geoogst. Algemeen bekend is immers dat na 10 weken teelt de hennep geoogst wordt. In dit tijdvak zijn derhalve twee teeltcycli mogelijk.

Met betrekking tot de kosten overweegt de politierechter het volgende. Volgens de vaste jurisprudentie van de Hoge Raad komen slechts die kosten voor aftrek in aanmerking die in directe relatie staan tot de voltooiing van het delict. Met betrekking tot belastingheffing en accountantskosten is aan dit criterium niet voldaan. Immers hebben deze kosten niet gediend tot het verkrijgen van het voordeel.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF