Veroordeling witwassen: geld bij ondergrondse bankier opgehaald & versluierd taalgebruik

Gerechtshof Amsterdam 26 april 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:1727

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep vrijspraak bepleit en daartoe aangevoerd dat de verdachte weliswaar geld bij een ondergrondse bankier heeft opgehaald, maar dat dit geld een legale herkomst had. De verdachte heeft namelijk de beschikking over aanzienlijke vermogensbestanddelen, heeft onlangs een erfenis gekregen en handelt - vaak in contanten - in auto’s, aldus de raadsman.

Het hof overweegt als volgt. De verdachte is aangetroffen met (afgerond) € 200.000 aan contant geld, verdeeld over twee plastic tasjes. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij dit geldbedrag van een hem onbekende man heeft ontvangen. Daartoe heeft hij, komende met een auto uit Dresden, Duitsland, via sms-contacten afgesproken in een straat in Amsterdam. In bedoelde sms-berichten is sprake van versluierd taalgebruik. In plaats van over het ophalen van geld wordt gesproken over het kopen van auto’s, waarbij bijvoorbeeld ‘C klasse 2.0’ wordt gebruikt ter aanduiding van twee ton aan euro’s, zo leidt het hof af uit de inhoud van de sms-berichten in relatie tot het ontvangen bedrag. Ten behoeve van het in ontvangst nemen van het geld heeft de verdachte ongeveer drie minuten plaatsgenomen in de auto van de andere man, hij heeft het geld bij ontvangst niet (na)geteld en hij heeft geen ontvangstbewijs getekend.

Op basis van voornoemde omstandigheden is sprake van een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen. Gelet hierop mag van de verdachte worden verlangd dat hij voor de herkomst van de geldbedragen een verklaring geeft die concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand als hoogst onwaarschijnlijk is aan te merken.

De gang van zaken, zoals door en namens de verdachte ter zitting in hoger beroep geschetst (en in afwijking van eerder door de verdediging gegeven verklaringen) houdt in dat de verdachte zich via Hawala-bankieren gelden heeft doen toekomen, waarover hij (onder andere uit een erfenis) in Libanon kon beschikken. Deze gang van zaken is, naar het oordeel van het hof, onvoldoende aannemelijk geworden om het bewijsvermoeden van witwassen te ontkrachten. Daartoe wordt van belang geacht dat, hoewel het hof wil aannemen dat (ook) bij Hawala-bankieren gebruik wordt gemaakt van versluierd taalgebruik niet valt in te zien dat de verdachte ook jegens zijn neef - met wie de verdachte sms-correspondentie heeft gevoerd - versluierde taal gebruikt.

Verdachte wordt wegens witwassen veroordeeld tot  een gevangenisstraf van 6 maanden.

Lees hier de volledige uitspraak. 

 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF